Dit is een artikel uit het NRC-archief

Verkeer en infrastructuur

Karl Ove Knausgård is doodongelukkig als literaire sensatie

De Noor Karl Ove Knausgard is een van de interessantste schrijvers van deze tijd. In december 2009 begon hij – eigenlijk uit wanhoop – aan wat zijn zesdelige, 3.600 pagina’s tellende autobiografie Mijn Strijd zou worden. Een enorm succes. Dolblij dus? Nee – Knausgard gaat er gebukt onder.

Wie z'n boeken gelezen heeft, weet dat Knausgård zich ook bij het nemen van deze foto niet echt op z'n gemak heeft gevoeld. Bij een festival in Spanje, september 2012.
Wie z'n boeken gelezen heeft, weet dat Knausgård zich ook bij het nemen van deze foto niet echt op z'n gemak heeft gevoeld. Bij een festival in Spanje, september 2012. Foto EPA / Juan Martin Misis

De Noor Karl Ove Knausgård is een van de interessantste schrijvers van deze tijd. In december 2009 begon hij - eigenlijk uit wanhoop - aan wat zijn zesdelige, 3.600 pagina’s tellende autobiografie Mijn Strijd zou worden. Een enorm succes. Dolblij dus? Nee - Knausgård gaat er gebukt onder.

Nu zullen zijn lezers wel weten dat dat ongeveer zijn basisemotie is: gebukt gaan onder wat hem overkomt. Knausgård ondergaat het leven doorgaans als een vernedering. Bikkelhard en schaamrood-op-de-kaken-eerlijk is hij daarover in Mijn Strijd. Over de slechte relatie met zijn aan drank verslaafde vader (die hij uiteindelijk uit een met afval en lege flessen overladen huis moet dragen), zijn moeizame huwelijk met een vrouw die “altijd klaagt” en de lullige verjaardagspartijtjes waar hij dankzij zijn kinderen belandt.

Met de boeken, waar er nu vier van in het Nederlands verschenen zijn, “doorbreekt hij de geluidsbarrière van de autobiografie”, zegt een collega-schrijver in het stuk van The New Republic dat deze week verscheen. Niet dat Knausgård trots is op die prestatie: “Ik word altijd droevig als ik erover praat.”

Het Amerikaanse magazine maakte een mooi portret van de Noor: over zijn werk, hoe zijn omgeving erop reageerde (met afschuw, vooral) en hoe hij dáár weer op reageert.

His best friend, the author Geir Angell Øygarden, says, “Karl Ove, he can’t cope” with the idea “that he has done something wrong—or more correctly that somebody thinks he has done something wrong. He can’t. He can’t cope with it.”

Lees het hele artikel van Evan Hughes bij The New Republic (4.262 woorden, leestijd ongeveer 19 minuten).