’Accuse! Maar wat was de Dreyfus-affaire ook alweer?

De Dreyfus-affaire was een groot politiek schandaal en een beruchte gerechtelijke dwaling aan het einde van de 19de eeuw, die heel Frankrijk en uiteindelijk ook de rest van de westerse wereld in haar greep hield.

De affaire begon 24 jaar nadat Duitsland in de oorlog van 1870-1871 Frankrijk onder de voet had gelopen en de Elzas en Lotharingen (nu gebieden in Noordoost-Frankrijk) had bezet. In Frankrijk heerste een sfeer van anti-Duitse gevoelens en nationalisme. De macht van het leger was groot: een volgend conflict moest wél worden gewonnen.

Wat gebeurde er?

De Joods-Franse legerkapitein Dreyfus wordt veroordeeld voor spionage

Eind 1894 werd de Joods-Franse legerkapitein Alfred Dreyfus veroordeeld voor spionage voor Duitsland, na een proces dat grotendeels plaatsvond achter gesloten deuren. Dreyfus werd voor het leven verbannen naar Duivelseiland, een verlaten eilandje voor de kust van Frans-Guyana in Zuid-Amerika.

De affaire werd breed uitgemeten in de pers, heel Frankrijk juichte de veroordeling toe. Ook al omdat Dreyfus Joods was: antisemitisme was net zo normaal als nationalisme. In het tweede hoofdstuk van De officier staat daarover de volgende conversatie beschreven aan een willekeurige dinertafel in Parijs:

„Joden zijn zo veranderlijk als de wind, het is maar net wie er aan de macht is”, verkondigt Monnier, die er zijn wijnglas bij heen en weer zwaait. „Zo heeft hun ras de afgelopen tweeduizend jaar overleefd. Je kunt het hen eigenlijk niet echt kwalijk nemen.”

Kolonel Picquart ontdekt grote fouten en fraude in de zaak-Dreyfus

Er zijn ook twijfels. Dreyfus houdt vol onschuldig te zijn, zijn familie spant zich in om zijn onschuld te bewijzen. En bij de Franse geheime dienst komt kolonel Georges Picquart er langzaam maar zeker achter dat de bewijzen tegen Dreyfus niet standhouden. Erger nog: voor een groot deel zijn de bewijzen gefabriceerd door de geheime dienst zelf, met medeweten van de legerleiding.

Picquart is hoofd van de geheime dienst geworden als beloning voor zijn loyaliteit tijdens het proces tegen Dreyfus. Hij geloofde in diens schuld, maar de papieren die hij onder ogen krijgt in zijn nieuwe functie overtuigen hem van het tegendeel. Hij komt er ook achter wie wél voor de Duitsers spioneerde: commandant Esterhazy, een Fransman van adellijke komaf.

Picquart gaat met zijn bevindingen naar de minister van Oorlog, generaal Billot. Die lijkt welwillend, maar zwicht uiteindelijk voor de druk van de militaire top: de affaire-Dreyfus is afgerond, een veroordeelde Jood komt iedereen het beste uit. In De officier wordt het laatste onderhoud tussen de minister en Picquart zo beschreven:

„Nee, nee, nee!” Billot schudt zijn hoofd. „U heeft het uitdrukkelijke bevel om u niet met Dreyfus te bemoeien naast u neergelegd. U heeft zich als een spion in uw eigen departement gedragen. Ik zou nu een ordonnans kunnen roepen en u op beschuldiging van insubordinatie naar de gevangenis kunnen laten afvoeren.”

Schrijver Emile Zola schrijft zijn beroemde pamflet J’Accuse...

Er wordt niet naar kolonel Picquart geluisterd, sterker nog: hij wordt overgeplaatst naar Noord-Afrika.

Van daaruit zet hij zijn strijd voort, met hulp van een paar overgebleven vrienden: een advocaat, enkele journalisten en de schrijver Emile Zola. Wanneer in januari 1898 Esterhazy (de commandant van adel die wél spioneerde) wordt vrijgesproken – en vervolgens toegejuicht in de straten van Parijs – publiceert Zola over de hele voorpagina van de linkse krant L’Aurore een pamflet getiteld J’Accuse, Lettre au Président de la République (Ik klaag aan, brief aan de president van de republiek).

De aanklacht van Zola begint zo:

„Kunt u zich voorstellen dat generaal Billot en de generaals Gonse en De Boisdeffre al een jaar weten dat Dreyfus onschuldig is, maar die verschrikkelijke wetenschap voor zichzelf hebben gehouden? En die lieden kunnen ’s nachts slapen, en ze hebben vrouwen en kinderen die ze liefhebben! Kolonel Picquart daarentegen heeft zich als een eerlijk man van zijn plicht gekweten. Hij drong bij zijn superieuren aan, in naam van de gerechtigheid.”

Vanaf dat moment keert het tij, zij het langzaam. Dreyfus wordt teruggehaald van Duivelseiland en krijgt een nieuw proces. Hij wordt weer schuldig bevonden, maar krijgt een lichtere straf. Pas in 1906 wordt hij volledig gerehabiliteerd. Picquart wordt minister van Oorlog.