Een vis met pijn geeft geen krimp

Vissen zouden geen pijn voelen. Maar bioloog Gert Flik kijkt naar zenuwen en hormonen en weet zeker: vissen ervaren stress en pijn.

Vissenbioloog Gert Flik doet onderzoek aan tilapia’s. ‘Een makkelijke vis’.
Vissenbioloog Gert Flik doet onderzoek aan tilapia’s. ‘Een makkelijke vis’. foto rien zilvold

Tilapia’s schieten alle kanten op wanneer Gert Flik de kweekruimte binnenstapt. „Zie je die roze randen aan de vinnen van die vis? Dat is de dominante man. Als hij nu helemaal rustig was, was hij donkerblauw geweest.”

Flik kent zijn vissen, van binnen én van buiten. Als hoogleraar dierfysiologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, doet Flik onderzoek naar het welzijn van vissen. Kan een forel stress hebben? Voelt een karper pijn? Om die vragen te beantwoorden, peilt Flik de hormoonspiegels van zijn proefdieren en volgt hij de loop van de zenuwen door hun lijf.

Op de werkkamer van Flik hangt een vreemd luchtje. Visvoer? „Nee, volgens mij is het de nieuwe plantenvoeding die ik gisteren voor het eerst heb gebruikt.” Voordat het gesprek begint, benadrukt Flik dat vissenwelzijn een gevoelig en moeilijk onderwerp is. Bij vissers en viskwekers is het onderzoek van Flik soms impopulair.

Vissen voelen toch niets?

„De man op straat zal inderdaad zeggen dat vissen koudbloedig, slijmerig, nat en emotieloos zijn. Ik snap dat ergens wel. Een muis die pijn heeft, trekt nog een grimas. Maar een vis heeft geen mimiek, zijn ogen zitten vast aan de zijkant van zijn kop. Je zult dus naar zijn gedrag moeten kijken om het dier te leren waarderen.”

Hoe ziet een gestreste vis er dan uit?

„Iedereen kent de vis die lucht hapt omdat er te weinig zuurstof in het water zit. Maar er is ook ander gedrag dat wijst op stress. Vissen schuren bijvoorbeeld over de bodem als ze parasieten hebben. Of ze springen het water uit, als het plotseling te warm of koud wordt.

„Al die situaties hebben één ding gemeen: de homeostase, allerlei evenwichten binnen de vis, dreigt verstoord te raken. Dat is stress. Als zulke stress maar lang genoeg aanhoudt, komen groei, voortplanting en het immuunsysteem in het gedrang.”

Maar kan een vis daaronder lijden?

„Moeilijke vraag. Laten we als beginpunt pijn nemen. Hebben vissen pijn? Als ik jou tegen je schenen schop, gaat dat signaal via een reflexboog naar je ruggenmerg en trek jij je been terug.

„Dat hele basale circuit hebben vissen ook. Wij hebben stukjes geknipt in vinnen van de vis om ze onder de elektronenmicroscoop te kunnen bekijken. Tot in de diepste punten van die vinnen vonden we dezelfde zenuwvezels die ook bij zoogdieren pijn doorgeven.”

Maar gebeurt er ook iets in de vissenkop als je in een vin knipt?

„Vissen hebben hersenstructuren die simpeler, maar vergelijkbaar zijn met de structuren in onze hersenen die pijn interpreteren. Waar het om gaat is wat een pijnprikkel betekent voor het dier. Pijn betekent normaal gesproken gevaar. En daar moet een reactie op komen, fight or flight. Dat is complex gedrag.

„We hebben net ontdekt dat zebravissen met chronische stress minder goed leren om pijnlijke prikkels te vermijden. Als je ze de keus zou geven zitten zebravissen liever in het donker, maar wij gaven ze een elektrische schok zodra ze dat deden. Drie volt. Daar gaan ze niet dood van, maar ze vinden het niet leuk. Niet-gestreste vissen leerden daarna het donker eerder vermijden dan gestreste vissen. Dat gaat dus veel verder dan een simpele pijnreflex.”

Flik laat even een stilte vallen en knipoogt.

Vissen kunnen dus pijn beleven. Dat is vast geen populair verhaal.

„Ik wil zeker niet denigrerend doen, maar een visboer of visser denkt natuurlijk ‘heb je weer zo’n wijsneus van de universiteit’. Dat is ons dilemma. Als wetenschappers zitten we op een gigantische berg kennis. Die hebben we ook nodig om met een vuist op tafel te kunnen slaan. Maar onze boodschap, dat je anders om zou moeten gaan met vissen, is niet leuk en komt soms slecht gelegen.”

Wat zou er bijvoorbeeld anders moeten?

„Bij het haring kaken gaan de vissen soms spartelend de fileermachine in. Dat zou je echt niet moeten willen. Met een varken zou je dat ook niet doen. Beide zijn het gewervelde dieren, een essentieel verschil is er niet.

„Het probleem zit vooral bij de wildvisserij. Aquacultuur, het kweken van vissen, dat kun je ten minste reguleren. We zouden af kunnen spreken dat vissen verdoofd moeten worden voordat ze worden gedood.”

Zijn wij in Nederland wat dat betreft op de goede weg?

Flik fronst, heel kort. „Zonder namen te willen noemen, zijn er aanwijsbare problemen. Sommige vissen worden in te grote dichtheden gehouden. Karpers zwemmen graag in scholen, maar een snoek is het liefst alleen. Elke vis heeft zo zijn eigen nukken.

„Kijk, voor iedereen is het duidelijk dat paarden, koeien, kippen, varkens, vier verschillende diersoorten zijn. Maar we praten vaak over vis alsof het maar één soort is. In werkelijkheid zijn het er zo’n 35.000. Viskwekers in Nederland gaan failliet als ze niet weten wat ze in huis halen. Ze hebben ongetwijfeld hart voor vis, maar dat wil niet zeggen dat ze ook voldoende weten om ze te kweken. Ken uw vis!”

Heeft u een voorbeeld?

„Een meervalkweker zal een meerval die buiten de bak is gesprongen beter niet zomaar terugzetten. Meervallen scheiden alarmferomonen uit via hun huid. Binnen de kortste keren is Leiden in last in die tank.

„Een ontsnapte forel kun je beter gelijk opeten. Die gaat het toch niet redden. Dat is zo’n nerveuze vis.”

Welke vis eet u zelf het liefst?

„Zeebaars en tong. Een beetje cliché misschien, maar ik vind het heerlijk om op de Spaanse markt verschillende visjes uit te proberen. Dat je dan weet dat het direct van zo’n vissersbootje af komt.”

En net zei u nog dat kweekvis diervriendelijker is dan wildgevangen vis.

„Ja, vaak is dat zo. Daar zit iets ingewikkelds. Sommige mensen besluiten dan maar om helemaal geen vlees of vis te eten. Dat gaat mij te ver. De mens is een omnivoor en tofu vind ik vies.”

Zullen onze kleinkinderen nog wildgevangen vis kunnen eten?

„Weet je wat het gevaar is? De mens wil veel, snel en vlug. Als wij een lijntje uitgooien, kan het snel met een vis gedaan zijn. Maar ik ben een optimist. Ik geloof in de veerkracht van de vis. De karper die in de Bosbaan zwemt zit vol met interessante genen. Het totale genenpakket van zijn voorouder is zestien miljoen jaar geleden nog een keer verdubbeld. We kunnen nog zo veel van vissen leren.”