Recensieoverzicht Noah: het verhaal over de ark krijgt een ambitieuze draai

Zes verschillende versies maakte filmstudio Paramount Pictures van Noah, voordat het oudtestamentische epos in première ging. Voor christelijken een religieuze navertelling van het leven van Noach, de seculiere groepen kregen een film die helemaal losstaat van het bijbelverhaal.

“Het eindresultaat”, zegt producent Phil Cooke, “zat ergens in het midden.” Eigenlijk precies zoals regisseur Darren Aronofsky (Requiem for a Dream, The Wrestler, Black Swan) het vooraf wilde. “Aronofsky is een filmmaker, geen dominee.” En dus, zo stelt Cooke, staat het verhaal staat voorop, niet de boodschap.

Maleisië is het meest recente moslimland dat de spektakelfilm Noah verbiedt. In de Koran is Noach een belangrijk profeet die zijn ark bouwde toen de mensheid niet wilde luisteren, 76 bekeerlingen meenam en geheelonthouder was. Heel anders dan de joods-christelijke Noach die er stiekem tussenuit knijpt om zich, als de ark landt bij de berg Ararat, subiet te bedrinken. Waarna hij zoon Ham vervloekt die hem naakt zijn roes ziet uitslapen.

Campy spektakel met echte horreur

Logisch dat veel christenen even zullen slikken bij de grimmige toon van Darren Aronofsky’s Noah, schrijft Coen van Zwol in NRC (***). De film speelt zich af op de mythische Midden-Aarde van Genesis, met gevallen engelen, reuzen en aartsvaders van 950 jaar. Outsider Noah (Russell Crowe) uit het geslacht van Seth is een vegetariër die zijn zonen nodeloos plukken van bloempjes verbiedt. Mensen doodt hij wel met zichtbaar plezier, dus stemt het hem ook niet rouwig als God via opa Methusalem (Anthony Hopkins) de zondvloed aankondigt.

Van Zwol noemt Noah in NRC “een ambitieus, onevenwichtig spektakel”:

Tot en met die zondvloed is Noah een eigenzinnig gestileerd, campy spektakel met echte horreur: zie het helse kamp van Noachs nemesis, clankoning Tubal-cain. Hij wil met zijn kannibalenlegioen mee op de ark, maar moet zich langs de Wachters vechten, gevallen engelen die zijn veranderd in rotsmonsters. Na veldslag en vloed volgt een bedrukkend familiedrama, waar de broeiende Noach een patriarchale tiran blijkt in wiens verbod op voortplanting Freud seksuele jaloezie zou herkennen.

Trouw (***) schrijft dat de prehistorische esthetiek dwarsligt bij het volledig opgaan in de film.

Die lompen in aardetinten, dat grauwe landschap, de malle dunne gordijntjes die in de ark de britsen van elkaar scheiden, de onvermijdelijke Sir Anthony Hopkins als de stokoude Metusalem, de bijbelse dialogen; je hikt ertegen aan, waarmee ook Noah’s opdracht om de corrupte mensheid in de zondvloed te storten iets potsierlijks krijgt.

83.000 liter water

Om de zondvloed na te bootsen werd liefst 83.000 liter water gebruikt. Het tafereel wordt volgens De Telegraaf (****) fraai in beeld gebracht. Eenmaal op de ark zijn het niet meer de visuele effecten, maar de acteurs die indruk maken:

Vooral Jennifer Connelly is sterk als Noachs vrouw, die een groeiende afschuw krijgt voor haar koelbloedige echtgenoot. Noah begint als imponerende fantasiefilm, maar wordt dan geleidelijk aan een kleiner drama dat draait om de psyche van de hoofdpersoon en zijn gezin. Aronofsky maakt van Noach geen held, maar een man die in zijn heilige missie ook een gevaar voor zichzelf en voor de mensen om hem heen wordt.

Beste benadering: niet al te serieus nemen

Oftewel; het getuigt zeker van lef dat Aronofsky dusdanig zijn eigen draai geeft aan een verhaal uit het Oude Testament, meent het AD (***). “Vooral niet al te serieus nemen”, luidt het devies van de krant.

“Noah is soms bespottelijk, maar ook vermakelijk door de vrijheden die Aronofsky zich permitteert.”

De Volkskrant (***) roemt Aronofsky als visueel kunstenaar om een reeks mooie shots en scenes. Als acteursregisseur slaagt hij volgens het dagblad in mindere mate.

Russel Crowe is erg sterk in de hoofdrol en maakt van Noach een even gepijnigde als vechtgrage profeet, maar vooral Jennifer Connelly speelt opvallend houterig. De film ademt niet: wanneer Noach zich in een smeekbede tot de Schepper richt en deze angstaanjagend stil blijft (Hij zegt de hele film sowieso niets), duren de symbolische shots van een onbewolkte, ‘zwijgende’ hemel te kort om dat zwijgen voelbaar te maken. Door zulke afgeraffelde momenten komt Noachs aan waanzin grenzende vastberadenheid, zo typisch voor Aronofsky’s helden, niet genoeg uit de verf.