John is de man van de achterdeur

Wiet roken mag. Wiet kopen mag. En dan is wiet telen verboden? ‘Modelkwekers’ John en Ines staan deze zomer voor de rechter.

De kwekerij ligt verborgen in Gronings grasland, op een steenworp afstand van de Waddenzee. Wie er wil komen, rijdt de hoogbouw in Delfzijl voorbij, en slaat voor de windmolens van de Eemshaven rechtsaf naar het meest noordoostelijke puntje vasteland. Verstopt achter een houtwal met appelbloesem, buiten het zicht van de zeshonderd zielen in Bierum, verbouwen John en Ines hier sinds 2009 dertien soorten wiet.

Aanvankelijk stoorden de Bierumers zich niet aan de twee ‘dorpshippies’. Ze waren allang blij dat de kennelhouder en zijn 28 husky’s vertrokken waren, hun geblaf hoorde je soms in de kerk. Totdat de politie in 2010 de kwekerij voor het eerst binnenviel en de basis legde voor het ‘Bierumer wietproces’. John en Ines staan deze zomer terecht voor het telen en verkopen van wiet. De twee hennepkwekers hopen met hun advocaat Sidney Smeets het Nederlandse coffeeshop- en gedoogbeleid onderuit te halen.

John en Ines willen deze krant graag vertellen waarom en hoe. Ze zitten op paarse kussens in de tuin, er klinkt loungemuziek van Sting. Terwijl Ines groene thee met rabarbertaart serveert, overhandigt John het bedrijfsplan. „Ik ben al 23 jaar een onverbeterlijke wietkweker”, zegt hij. „Ik heb wel eens met een enkelbandje tussen mijn plantjes gestaan. Maar sinds ik hier ben neergestreken, zijn we modelkwekers.”

Modelkwekers? In wietteelt?

John (48): „Jazeker. We kweken biologische cannabis en zorgen voor een verantwoord product waarvan de sterkte niet toeneemt. De teelt gebeurt veilig en uit zicht, er is geen overlast en ik lever niet meer aan een opkoper, maar uitsluitend aan twee coffeeshops met een vergunning, van vrienden.” Ines (39): „We betalen het volle pond aan stroom.” John: „Elke gram komt in de boeken.”

Trots: „Ines is een afgestudeerd econome, ze komt uit Tirol.” Ines: „Over de winst betalen we belasting. Dat hebben we met twee medewerkers van de fiscus afgesproken.” John: „Die doen niet moeilijk. In tegenstelling tot politie en justitie.”

Vorige week maandag stonden ze er weer. Een batterij uniformen en Renzo de geldhond. Ze schakelden de stroom uit, knipten kabels door en alle plantjes verdwenen in de hakselaar. De stekjes, ook die met fijne witte worteltjes. Alle grotere groene planten: kruisingen van de indica en sativa. En 240 bloeiers van 1,5 meter hoog die dezelfde week nog geoogst zouden worden. Goed voor 15 kilo wiet met een marktwaarde van omstreeks 60.000 euro.

Het was de zesde inval in vijf jaar tijd, vertelt John in de werkhokken van zo’n 100 vierkante meter. Op de grond ligt een kapotgeslagen plasmalamp. In een halfvol voedingsvat drijft een rookmelder. John schenkt een glas wodka in en zet de muziek zachter. Ines strijkt hem zachtjes over zijn arm. Goh, zegt John, „goh” en hij wrijft in zijn ogen. „Zóoo. Wat een hetze. Wat is hier nou crimineel aan?”

Wiet kweken en aan coffeeshops verkopen is strafbaar.

John: „Dit is een principezaak . Ons vervolgen is hypocriet. Wiet mag je roken, coffeeshops die de wiet verkopen worden door gemeenten gedoogd. Maar wie de plantjes verbouwt en de coffeeshops de wiet levert, aan de achterdeur zeg maar, die is strafbaar. Dat klopt niet, dat is dubbelhartig. Onze advocaat Sidney Smeets noemt dat ‘de hypocrisie van de achterdeur’, hij schreef er een boek over met zijn kantoorgenoten Gerard Spong en Tim Vis.”

Ines: „Die achterdeur gaat een keer open, voorspelde Frits Bolkestein, en dan zal hennepteelt worden gedoogd. Wij geven alvast het goede voorbeeld.”

Bolkesteins partijgenoot, minister Opstelten van Justitie [VVD], voelt niets voor reguleren van de hennepteelt.

John : „Ha, minister Opstelten! Die zegt: we gaan door met het succesvolle coffeeshopbeleid. Hoe hypocriet wil je het hebben? Als je aan coffeeshops verkoop toestaat, kun je niet tegelijkertijd inkoop verbieden. Hoe moeten ze dan aan een goed en vertrouwd product komen? Coffeeshophouders moeten nu met honderden euro’s contanten over straat om hun voorraad binnen te sjacheren. Politici geloven we niet meer, wij zetten in op het rechtssysteem.”

Wat kan de rechter dan voor jullie betekenen?

John: „Wij zeggen: sorry edelachtbare, er zijn coffeeshops, wij bedienen de achterdeur. En dat doen we niet op een brandgevaarlijk zolderkamertje in een drukbevolkte woonwijk door illegaal stroom af te tappen, maar dat doen we in een modelkwekerij, open, eerlijk en transparant.

„We hopen op een gerechtelijk sepot. Dat betekent dat de rechter ons schuldig zal verklaren zonder een straf op te leggen. Dat overkwam in februari de eigenaren van een coffeeshop in Zwolle.”

Maar dat ging alleen om de inkoop van softdrugs, niet om de teelt.

John: „Coffeeshops kunnen geen wiet verkopen als er geen teelt is.”

Op last van de rechtbank moet onder anderen de burgemeester van Delfzijl getuigen. Jullie advocaat vroeg daarom. Waarom?

John: „Wij doen precies wat burgemeester Emme Groot in zijn hoofd heeft. Hij wil een modelkwekerij, en dat zijn wij! Hij heeft met collega-burgemeesters een manifest ondertekend dat pleit voor experimenten met gecontroleerde wietteelt. Om criminelen weg te houden bij de achterdeur.”

De burgemeester wist van jullie kwekerij?

Ines: „Niet rechtstreeks, via de driehoek en de politie denken wij. Behalve de burgemeester moeten ook twee medewerkers van de Belastingdienst, twee coffeeshophouders en twee politiemensen getuigen.”

John: „Die laatste twee zijn al vanaf het begin op de hoogte van onze activiteiten. En dan merk je: binnen het korps zijn ze het niet eens.”

Onenigheid bij de politie?

John: „Binnen het korps zijn twee stromingen. We hadden eerst een fanatieke buurtagent die alles uit de kast haalde om ons dwars te zitten. Toen een politiehelikopter hier een wietkas had gespot, stormde hij de tuin in, op zoek naar de geheime ingang van ingegraven zeecontainers. Alsof wij die hadden, haha. Daarna was er een agent die waarschuwde voor overvallen door criminelen: ‘Kunnen jullie jezelf wel verdedigen als het moet?’”

John springt op. Komt even later aanlopen met een luchtbuks.

Pardon?

„Dit wapen heb ik aangeschaft voor zelfverdediging. Ze hebben het met de motor, auto, barbecue, onze hele mikmak in beslag genomen bij de vierde inval – kort daarna zijn we hier in de tuin nog zonder stroom getrouwd. Maar een half jaar later, in maart 2012, kwamen agenten het geweer terugbrengen. Begrijp ik het goed, vroeg ik, ben ik klaar, heb ik gewonnen? Ja, was het antwoord.”

En nu? Wat gaan jullie doen?

Ines: „We stoppen tot de zitting, in de zomer. Terwijl de rechter-commissaris de getuigen hoort, trekken wij met de camper naar Tirol.”

John knikt: „Ik ben er even klaar mee. Na de inval lag ik in het ziekenhuis met een bloeddruk van 220. Het is maar een plantje, zeggen ze. Maar het zijn wel onze plantjes. Ines en ik hebben er ziel en zaligheid ingelegd. En weet je wat zo fijn is: wat je er insteekt, krijg je ook weer terug.”

John pakt zijn pijp en neemt een hijs. Pure Silver. „Ik voel me hiertoe geroepen. Zonder onze plantjes had ik deze kruistocht nooit kunnen bolwerken.”