In gelikte 3D-animaties is de darm het decor en zijn bacteriën acteurs

Universiteiten laten steeds vaker 3D-animaties maken om hun onderzoek te promoten.

Rode en blauwe bacteriën in de kippendarm, uit winnende animatie (4 min.) BEELD CORTICAL STUDIOS / KEMIN

De binnenkant van een kippendarm is bezaaid met okerkleurige vingertjes: darmvlokken. Erop liggen rode en blauwe bacteriën, als hagelslag. De rode zijn de slechteriken. Ze maken de kippendarm kapot. Als de roden de overhand krijgen, vallen er gaten in de darmvlokken. IJle synthesizermuziek begeleidt de kaalslag. Het is duidelijk: hier is iets mis.

Bioloog en 3D-animator Martijn Rijnberg won dinsdag met dit filmpje van de kippendarm een Amerikaanse filmprijs. Hij maakte de video met zijn Amsterdamse bedrijfje Cortical Studios, voor een leverancier van diervoeding. Rijnberg en zijn collega’s beoefenen een steeds populairder ambacht. Ze leggen ingewikkelde, moleculaire processen in het lichaam uit, met glanzende, zwevende, bewegende en fraai gekleurde moleculen, cellen en virussen. Rijnberg: „Klanten, maar ook studenten of artsen, kijken liever naar een fancy animatie.”

Cortical Studios werkt ook voor de Universiteit van Amsterdam. Zijn concurrent, Nymus3D in Enschede, maakte de afgelopen jaren animaties voor zes Nederlandse universiteiten en academische ziekenhuizen.

Zulke filmpjes waren een paar jaar geleden nog enkel te zien in dure advertentiecampagnes of documentaires. Inmiddels hebben ook Nederlandse universiteiten graag zo’n 10.000 euro over om ingewikkeld onderzoek aantrekkelijk te presenteren. De animaties plaatsen de makers voor nieuwe dilemma’s: hoe realistisch kun en wil je ze maken?

Op de zolderverdieping van een Amsterdams grachtenpand werkt bioloog Rijnberg samen met drie animatoren. „We maken een versimpeling van de werkelijkheid”, legt Rijnberg uit. „We beschouwen de animatie als een speelfilm, met scènes. De bacteriën en cellen zijn onze acteurs.”

In veel moderne filmpjes oogt het lichaam aanraakbaar. Cellen zijn nattig, receptor-eiwitten bewegen. Rijnberg: „Dat ziet er leuker uit.” Tot op zekere hoogte geeft hij de werkelijkheid weer. De darmvlokken zijn ingekleurde elektronenmicroscoopfoto’s. Eiwitstructuren downloadt Rijnberg uit de Protein Databank op internet. De filmbeelden zijn zo gedetailleerd, dat de animatoren ’s avonds meerdere computers aanzetten om ze de hele nacht op de plaatjes te laten rekenen.

Desondanks is het realisme beperkt. Rijnberg wijst op de kippendarm met de bacteriële hagelslag. „De kleur van de bacteriën en de hoeveelheid zijn onze interpretaties.” Andere details zijn onbekend – het aantal bacteriën op een darmvlok, de manier waarop ze eraan hechten. „Een cel is chaos. Wij maken er een logisch verhaal van.”

En dat is prima, vindt hoogleraar regeneratieve geneeskunde Sue Gibbs van het VUmc in Amsterdam. Nymus3D maakte vorig jaar een animatie van haar nieuwe therapie voor chronische open beenwonden, met detailplaatjes van cellen en weefsels. „We zijn nu bezig met een patiëntstudie om te bewijzen dat die therapie werkt. Daarom moeten we communiceren met niet-specialisten.” Gibbs vertoont het filmpje aan verpleegkundigen. „Het is een prima manier om wetenschap uit te leggen.” Overheidssubsidiegever ZonMW betaalde. „Het kostte minder dan 10.000 euro.”

Martijn Rijnberg van Cortical Studios zou voor studenten graag nog realistischer video’s maken. Als voorbeeld noemt hij het werk van de Australische animator Drew Berry. Die maakt video’s op basis van natuurgetrouwe molecuulstructuren.

Maar het kan ook helemaal anders. De Utrechtse hoogleraar celbiologie Casper Hoogenraad won vorig jaar 10.000 euro van de neurowetenschapstak van zijn universiteit, om het onderzoek en de stad te promoten. Hij nam de Nederlandse reclamefilmers van Redrum in de arm.

Het resultaat is het komische filmpje A day in the life of a motor protein over eiwittransport in zenuwcellen. Met in de hoofdrol John Protein, een waggelend motoreiwit op slippers dat een blob door de Utrechtse binnenstad sleept.

Er zit meer wetenschap achter dan op het eerste gezicht lijkt, zegt Hoogenraad. „Dat eiwit beweegt echt zo, op twee voetjes.” En zo zitten er meer celbiologische metaforen in het verhaal. „Ik gebruik het filmpje in mijn colleges. Ik kan er zo vijf maal twee uur over praten.”

    • Hester van Santen