Condoompot uit Costa had dubbele bodem

Voorlichting over gezondheid werkt goed als verborgen boodschap in populaire tv-series.

Haperhoofd bekt lekker, zegt onderzoeker Martine Bouman. Dat woord werd breed opgepikt door jongeren. Cocakop deed het veel minder goed.

In de soapserie Goede Tijden Slechte Tijden zat eind vorig jaar een cocaïnelijn: Sjoerd raakt verslaafd aan de coke, wordt in elkaar geslagen door zijn dealer, waarbij zijn brave broer Tim ook een mep krijgt en geheugenproblemen krijgt.

Dit was niet zomaar een verhaallijn, maar onderdeel van het onderzoek Mark my Words. Samen met producent Endemol en de Universiteit Twente plantte het Centrum Media & Gezondheid (CMG) van Martine Bouman twee nieuwe woorden in de soap: ‘haperhoofd’ en ‘cocakop’. Vervolgens keken de onderzoekers van CMG hoe die woorden hun weg vonden op sociale media, en hoe jongeren over cocaïne en geheugenproblemen praatten.

Martine Bouman en haar team onderzoeken methodes om gezondheidsvoorlichting te verwerken in tv-programma’s, bij voorkeur soaps. Ze werkte samen met tv-producent Endemol voor GTST en Costa! van Johan Nijenhuis. Op de website Tips voor Scripts geeft het centrum informatie over gezondheid aan scenarioschrijvers, en reikt ideeën aan voor verhaallijnen.

Bouman begon in de jaren tachtig bij de Hartstichting. „Op een dag hoorde ik van een hoogleraar in Rotterdam dat er grote gezondheidsverschillen zijn tussen sociale klassen. Een arme laagopgeleide leeft gemiddeld zeven tot acht jaar korter dan een bemiddelde hoogopgeleide. Toen besefte ik dat de Hartstichting niet de meest kwetsbare groepen bereikt die ze moet bereiken. De Hartstichting is gewend om met rationele argumenten mensen te overtuigen om gezond te gaan leven. Dat is hoe opgeleide mensen onderling communiceren. De onderklasse, die kampt met veel hart- en vaatziekten door een ongezonde leefwijze, bereiken we zo niet. Dat wilde ik veranderen.”

Toen zag Bouman Zeg eens Aaa (1981-1993) op televisie. „Ik dacht: dat is het podium dat we zoeken. Artsen die leefstijltips kunnen geven in tv-amusement voor tweeënhalf miljoen kijkers. Informatie blijft veel beter hangen als je het in een emotioneel verhaal verpakt.”

Bouman kreeg haar kans met de ziekenhuisserie Medisch Centrum West (1988-1994). Daarin kwamen, met steun van de Hartstichting, patiënten langs die onderwerpen als orgaandonatie, vrouwen en hart- en vaatziektes, hart en voeding onder de aandacht brachten. Bouman „Het waren wel verhalen voor één aflevering. Veel liever hadden we een hoofdrolspeler een hartziekte bezorgd, maar daar zat de schrijver niet op te wachten. Dan zat hij de rest van het seizoen aan dat hartprobleem vast.” Volgens Bouman hadden de afleveringen meetbaar resultaat: „We vroegen aan kijkers wat ze over de aangesneden onderwerpen wisten, en na een paar weken vroegen we wat ervan was blijven hangen. Als controlegroep hadden we MCW-kijkers die de aflevering toevallig niet hadden gezien. Er was een significant verschil in kennis.”

Na de Hartstichting promoveerde Bouman aan Wageningen Universiteit op het onderwerp ‘entertainment-education’ en begon in 1999 voor zichzelf, om onderzoek te doen naar de effecten van gezondheidseducatie via drama. Volgens Bouman gaat het daarbij om social learning: „In plaats van zelf met je dronken kop tegen een boom te rijden, zie je iemand dat doen in je favoriete serie. Daar leer je van”. Belangrijk zijn de rolmodellen, negatieve en positieve, die voordoen hoe het wel en niet moet. „Het beste zijn transitie-rolmodellen: mensen die twijfelen, en dan voor het goede kiezen.”

Via de tv-serie Costa (2001-2005) kon Bouman jongeren voorlichten over condoomgebruik tegen soa’s, hiv en aids. „In de speelfilm Costa werd niet één keer verwezen naar veilig vrijen. Dus toen de serie eraan kwam, vroeg Soa Aids Nederland om mijn advies en heb ik regisseur Johan Nijenhuis benaderd.” In de serie wordt bijvoorbeeld het begrip ‘double Dutch’ uitgelegd: vrijen met de pil én een condoom. Dat wordt aangekaart door Froukje de Both, die femme fatale Agneta speelt.

Het grootste succes was de ‘condoompot’. Bouman: „In ieder studentenhuis staat wel een droppot. Dus stond in Costa een condoompot, voor alle bewoners. Agneta wil het dan met Tommy doen, maar de condoompot blijkt leeg te zijn. Zij verdenkt haar vriend van vreemdgaan. Maar uiteindelijk blijkt dat Björn het had gedaan.” De condoompot was volgens Bouman belangrijk voor de soa-voorlichting: er werd over condooms gediscussieerd zonder dat het een taboe was, en en passant leerden we dat je niet per se een slet bent als je met een condoom rondloopt. Bouman: „Ideaal is als de voorlichting deel uitmaakt van een verhaallijn. Je kunt wel iemand gewoon een condoom zien omdoen, maar als dat een handeling is die niets met het verhaal te maken heeft, leidt het alleen maar af.”

Boumans expertisecentrum werkt samen met maatschappelijke organisaties, veel van de projecten worden uitgevoerd met onderzoekssubsidies. Voor Bouman is het wetenschappelijk onderzoek belangrijk. Sociale media bieden volgens haar ongekende mogelijkheden. De doelgroep kan zelf met verhalen komen. En het doel is dat mensen erover gaan praten. Dat kan online. Met Bouman ontwikkelde Endemol bijvoorbeeld de online minisoap Sound, over gehoorbeschadiging bij jongeren door luide beatmuziek, die was gekoppeld aan een oordoppencampagne.

GTST heeft ook betekenis voor de emancipatie van homo’s en moslims, zonder dat de schrijvers dit nastreven. Bouman beseft dat de volksgezondheid bevorderen ook niet het doel is van soapschrijvers. „Die zien zichzelf als verhalenvertellers, niet als educators. Maar juist omdat educatie niet het doel is, kan het effectief zijn.”