Opstelten weet niet welk bedrag aan Cees H. is overgemaakt

Minister Ivo Opstelten (Justitie) na de Ministerraad, afgelopen vrijdag.
Minister Ivo Opstelten (Justitie) na de Ministerraad, afgelopen vrijdag. Foto ANP / Martijn Beekman

Minister Ivo Opstelten (Justitie) heeft vandaag toegegeven niet te weten hoeveel geld er naar Cees H. is teruggeboekt in het kader van een deal met het Openbaar Ministerie in 2000. Eerder sprak hij nog van twee miljoen gulden. Dat schrijft de minister vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Van die twee miljoen gulden moest H. 750.000 gulden als schikkingsbedrag aan het OM overmaken. De overige 1,25 miljoen zou bij H. terecht zijn gekomen. De voormalig advocaat van H., Piet Doedens, beweerde vorige week dat er vijf miljoen gulden aan zijn cliënt was overgemaakt in het kader van een deal met het Openbaar Ministerie.

Exacte bedrag niet bekend

Naar nu blijkt houdt de minister een slag om de arm over de hoogte van het eigenlijke bedrag:

“Over wat feitelijk is overgemaakt, heb ik met uw Kamer niet gesproken. In het debat heb ik aangegeven, dat ik voor het debat geen bankrekeningen ben nagegaan.”

Banken hoeven gegevens maar zeven jaar te bewaren. Daar deze zaak in 2000 en 2001 speelde, zijn die niet meer beschikbaar. Het OM kan die nog wel hebben, maar door diverse reorganisaties bij de ICT-diensten zijn de gegevens (nog) niet opgedoken. Eerder nog gaf Opstelten aan dat die twee miljoen gulden ‘een feit’ was:

Er is 750.000 gulden naar de Staat gegaan. Dit gaat niet over de data maar over de guldens. Vervolgens is 1.250.000 gulden gegaan naar de door Cees H. aangewezen rekening. Dan ziet men ook de inzet. Het is ook ingewikkeld, moet ik zeggen. Een kleine 50% van het bedrag dat uiteindelijk in beslag is genomen, is door de Staat binnengehaald via het Openbaar Ministerie. Dat wil ik als feit meedelen.

Opstelten zegt niet te weten waar Doedens het bedrag van vijf miljoen gulden vandaan haalt. Eén van de mogelijke verklaringen dat er sprake zou zijn van een hoger bedrag, ligt in de periode dat het in beslag genomen geld van H. op een Luxemburgse rekening stond en door rente op rente kon groeien naar vijf miljoen gulden. Opstelten zegt dat het hier ‘een veronderstelling betreft die ik niet kan bevestigen.’

Teeven: verantwoordelijkheid bij minister

De deal heeft tot veel ophef geleid. H. zou twee miljoen gulden terugkrijgen die eerder door justitie in beslag was genomen. Een schikkingsbedrag van 750.000 gulden werd ingehouden, maar over het resterende bedrag werd geen belasting betaald. Daardoor ontstond het vermoeden van witwassen. Staatssecretaris Fred Teeven was toentertijd officier van justitie. Hij laat tegenover persbureau Novum weten zich niet over de deal uit te laten:

“De politieke verantwoordelijkheid berust bij de minister, niet bij iemand die in het verleden ambtenaar was en nu staatssecretaris is.”

De claims over witwassen zijn vandaag weer door Opstelten verworpen:

“Over bedragen die ter ontneming worden voldaan, en dus ook over het bedrag van fl. 750.000,- van deze specifieke ontnemingsschikking, behoefde geen belasting te worden betaald. Er is dus geen sprake van belastingontduiking of
belastingontwijking. Ik heb vastgesteld dat het OM heeft gehandeld binnen de toen geldende wet- en regelgeving.”