Profkorfballer moet het met dorstlessertje doen

Top Sassenheim verslaat in Ahoy PKC in slotminuut

Daniel Harmzen die in zijn laatste wedstrijd TOP Sassenheim naar de zege schoot. Foto VI Images

Een sporttas, een krappe reiskostenvergoeding en een dorstlesser in de pauze. Dat is het wel zo’n beetje. Meer hoeft de 25-jarige Friso Boode niet te verwachten van de club waar hij sinds dit seizoen korfbalt, het Sassenheimse TOP. Hier staat tegenover dat hij viermaal per week van zijn woonplaats Heerenveen naar Zuid-Holland rijdt, dik anderhalf uur. Zot? Nee, dat heet investeren. „Het is de honger om hier op het podium te staan. Ik wil de beste zijn.”

Hier is in een bijna uitverkocht Ahoy, waar Boode met TOP zojuist de Nederlandse Korfbal League heeft gewonnen na een zinderende finale tegen PKC uit Papendrecht. Die werd pas in de slotminuut beslist, toen Daniel Harmzen zijn ploeg uitgerekend in zijn laatste wedstrijd als korfballer naar de zege schoot: 21-20. Een droomafscheid, van een held voor het leven.

Behalve op zijn eigen carrière vormt Harmzens treffer ook het klapstuk van het ongekende seizoen van TOP. De ploeg verloor niet één duel en behaalde ondanks twee gelijke spelen een puntenrecord. De basis van het succes, volgens de trotse voorzitter Hans Oudshoorn: toegewijde vrijwilligers, een grote achterban, een levendige businessclub en de aanwezigheid van internationals. Kortom: TOP is een bolwerk.

Om die reden kwam de twee meter lange krachtpatser Friso Boode eind vorig seizoen over van laagvlieger Nic. uit Groningen. Hij was de kelder van de Korfbal League beu en zocht het hogerop. De afstand tussen Heerenveen en Sassenheim nam hij voor lief. „Ik wilde mezelf verder ontwikkelen”, verklaart de Fries. „Bij TOP hoopte ik uit te groeien tot international.”

Dat doel heeft hij bereikt. Evenals zijn ploeggenoten Mick Snel, Rianne Echten en Celeste Split heeft hij sinds kort een zogeheten A-status van sportkoepel NOC*NSF, wat betekent dat hij zich profkorfballer mag noemen. Maar, zo benadrukt Boode: rijk wordt hij er niet van. „Ik heb mijn baan als gymleraar ervoor opgezegd. Maar soms vraag ik me af waar ik aan begonnen ben”, bekent hij grijnzend.

In ruil voor het stipendium, dat voor zo’n vijftien spelers in Nederland is weggelegd, wordt verwacht dat de internationals 250 dagen per jaar met hun sport bezig zijn. Dat is inclusief de trainingen bij hun clubs. Voor Boode zijn dat er vier bij TOP, waarvan twee op dezelfde dag, plus nog een wedstrijd in het weekeinde.

In tegenstelling tot topspelers als Boode is het gros van zijn teamgenoten gewoon amateur. De vorige voorzitter Rob Meijer heeft overwogen om spelers te betalen, maar zover is het nooit gekomen. „Daarvoor hebben we de middelen niet”, stelt diens opvolger Hans Oudshoorn. „Vergeet niet: het is ook maar korfbal, hè.”

Hoewel de sport wel wat extra glans kan gebruiken, zou Oudshoorn deze avond niet bescheiden hoeven zijn. Neem alleen al de hoge spelintensiteit in de finale. Continu zijn de korfballers in beweging. En zie de bijna achtduizend fans op de tribunes. Gekleed in hun clubkleuren en vocaal bijgestaan door dweilorkesten maken zij er een happening van in de Rotterdamse hal.

Eenzelfde sfeer hangt er ook bij thuiswedstrijden van TOP. Wat in Breda het Avondje NAC is, heet in Sassenheim een Avondje TOP. Een synoniem voor een samenzijn van vrienden, kennissen en families. De liefde voor korfbal gaat over van generatie op generatie. Voorzitter Oudshoorn: „Oud-spelers blijven bij de club betrokken als hun kinderen gaan korfballen.” De club heeft in totaal zo’n 250 vrijwilligers, wat vrij veel is voor een club van ruim 650 leden.

Sinds de promotie naar het hoogste niveau in 2007 is TOP uitgegroeid tot een club die structureel in de top kan meedraaien. Alle factoren zijn aanwezig, behalve geld. De businessclub telt vijftig bedrijven, maar de inleg van 650 euro per onderneming levert te weinig op om spelers te betalen voor hun diensten.

Korfbal zal daarom een sport voor liefhebbers blijven. Voor fanaten zoals de pendelende Friso Boode, wiens motivatie hem naar de top heeft gebracht. Maar ook voor trainer Jan Niebeek, die naast zijn rol als coach fulltime werkt als verenigingsadviseur bij de gemeente Amsterdam. Ook voor hem geldt: lage vergoeding, veel inzet.

Moet korfbal verder professionaliseren? Niebeek: „Als trainer juich ik dat toe. Maar je moet realistisch zijn. Kijk hoe het er elders aan toe gaat, bij voetbal en volleybal. Faillissementen, gemeentelijke steun, noem maar op.”

    • Fabian van der Poll