IMF stelt onafhankelijkheid centrale banken ter discussie

Exterieur van De Nederlandsche Bank. De onafhankelijkheid van centrale banken is niet vanzelfsprekend meer als zij hun huidige takenpakket houden, zo luidt een discussiestuk van het IMF.
Exterieur van De Nederlandsche Bank. De onafhankelijkheid van centrale banken is niet vanzelfsprekend meer als zij hun huidige takenpakket houden, zo luidt een discussiestuk van het IMF. Foto ANP/Bas Czerwinski

De onafhankelijkheid van centrale banken is niet vanzelfsprekend meer als zij hun huidige, door de crisis verbrede, takenpakket houden. Dit op straffe van een ‘democratisch tekort’. Dit schrijft de economische top van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) in een discussiestuk dat vanmiddag is vrijgegeven.

Het stuk verschijnt aan de vooravond van de voorjaarsvergadering van het IMF en is geautoriseerd door topeconoom Olivier Blanchard en door het hoofd financiële markten, José Viñals.

‘streven naar prijsstabiliteit uit de greep van politiek houden’

De IMF-economen stellen in het artikel dat het verstandig is om het streven naar prijsstabiliteit, vanouds de taak van centrale banken, uit de greep van de politiek te houden. Dat is ook het fundament onder de onafhankelijkheid die deze instellingen op dit moment in vrijwel alle moderne westerse economieën genieten.

De financiële crisis kan de rol van centrale banken evenwel veranderen. Zij moeten zich voortaan misschien ook structureel bezig gaan houden met financiële stabiliteit. Dat kan inhouden dat zij de kredietverlening moeten kunnen gaan reguleren of invloed uitoefenen op de bestemming van financiële middelen in de economie. Voor veel centrale banken geldt ook dat zij ook de wisselkoers van de munt en de financiële verhoudingen tot het buitenland in hun takenpakket geschoven krijgen, of al hebben gekregen.

Risico op langdurige lage inflatie

Bovendien bestaat de kans dat de huidige periode van zeer lage groei en lage inflatie, het zogenoemde ‘nieuwe normaal’, lang voort zal duren. Onder die omstandigheden kan de rentevoet regelmatig de nul raken, waarna andersoortig, ‘onconventioneel’ monetair beleid nodig is. Dat is bijvoorbeeld het opkopen van overheidsschuld of particuliere verhandelbare schulden op de financiële markten.

Daarmee pompen centrale banken extra geld in de markt en houden zij de rentevoet voor de lange termijn laag. De centrale banken van Japan, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk doen dat al. Ook binnen de Europese Centrale Bank is er op dit moment discussie over het al dan niet overgaan tot dit beleid.

‘Onafhankelijkheid van prijsstabiliteit belangrijk’

De IMF-economen stellen dat “onafhankelijkheid nog steeds zeer wenselijk is als het om prijsstabiliteit gaat. Maar het kan moeilijk worden onder een uitgebreider mandaat van een centrale bank.”

Het wordt volgens de twee IMF-economen dan van groot belang om de onafhankelijkheid van centrale banken te beschermen als het om het beschermen van de prijsstabiliteit gaat, “terwijl een adequaat overheidstoezicht moet worden toegestaan over hun nieuwe verantwoordelijkheden voor de financiële stabiliteit.” Er kunnen “legitieme zorgen ontstaan over een democratisch tekort als een centrale bank wordt voorzien van machten die reiken van het bepalen van de rente tot de allocatie van krediet en financiële regulering.”