Even de mensenrechten checken bij de kaas

App van Questionmark toont ook impact van producten op milieu, volksgezondheid en dierenwelzijn

Door de streepjescode te scannen ziet de klant hoe duurzaam een product is.

„Er bestaat niet zoiets als een kipfiletfabriek”, zei Ahold-topman Dick Boer vorig jaar in een interview in deze krant. Het klonk als een grapje, maar zijn boodschap was serieus. Boer constateerde: „Het besef waar voedsel vandaan komt is ver weggezakt. De realiteit moet terug.”

Dat is precies wat Questionmark wil: consumenten ervan bewust maken hoe een product is gemaakt. En vervolgens laten zien welke impact het productieproces heeft gehad op milieu, volksgezondheid, mensenrechten en dierenwelzijn. Het doel is om mensen in de supermarkt een bewustere keuze laten maken. En – uiteindelijk – de producenten ertoe bewegen meer duurzame producten aan te bieden.

Questionmark heeft vandaag een gratis app gelanceerd waarmee consumenten „in één oogopslag” kunnen zien hoe een product scoort op duurzaamheid. Door de streepjescode te scannen is te zien welk cijfer het product heeft gekregen, en welke alternatieven hoger scoren. Consumenten kunnen aangeven welke thema’s ze meer of minder belangrijk vinden: dierenwelzijn, de mensenrechten van arbeiders of het terugdringen van broeikasgassen.

Het idee voor Questionmark is vorig jaar door milieuorganisatie Greenpeace ingediend als ‘droomproject’ bij de Nationale Postcode Loterij. De grootste goededoelenloterij van Nederland heeft een fonds waarmee andere goededoelenorganisaties financieel worden ondersteund. Questionmark kreeg 7,5 miljoen euro.

Inmiddels telt Questionmark tien betaalde werknemers. Charlotte Linnebank is de directeur. Het zeskoppige – onbezoldigde – bestuur staat onder leiding van prins Carlos de Bourbon de Parme.

Op dit moment zitten er ruim 20.000 producten in de app. De organisatie onderzocht vlees, vleesvervangers, eieren, melk, yoghurt, kaas, boter, kwark, toetjes, pindakaas en tig chocoladeproducten.

De onderzoeken naar andere productgroepen, waaronder groenten, fruit en vis, zijn nog bezig. Op den duur wil Questionmark ook informatie over cosmetica, huishoudelijke producten, kleding en elektronica in de app opnemen.

„Er zijn producten die consumenten niet zouden kopen als ze wisten hoe die zijn gemaakt. Met gebruik van slavenarbeid of kinderarbeid, bijvoorbeeld”, zegt directeur Linnebank. Ze wil de „race to the bottom”, waarbij alles steeds goedkoper moet, en dus ook goedkoper geproduceerd moet worden, omkeren.

Linnebank beseft dat dat idealistisch is. „Wij zijn echt niet zo naïef te denken dat de hele markt in één klap verandert. Maar we hopen dat er van alleen al het publiceren van de informatie een zekere werking uitgaat.”

De beoordeling van de producten is gebaseerd op meetbare productinformatie. Een complicerende factor: er is weinig informatie voorhanden. Zo hoeven fabrikanten niet op hun producten te zetten waar de ingrediënten vandaan komen.

„Wij vinden echter dat schaarse informatie geen reden mag zijn om nu niet met deze app te komen”, zegt Linnebank. „Er blijven tenslotte fabrieken instorten en regenwouden verdwijnen.”

Cacao, palmolie, soja en suiker zijn voorbeelden van grondstoffen die nauwelijks te herleiden zijn naar het herkomstland. In die gevallen beroept Questionmark zich op industriegemiddelden. „We nodigen bedrijven uit om ons zelf de benodigde informatie te geven, zegt Linnebank, „want we willen tot een zo nauwkeurig mogelijk oordeel komen. Maar we willen niet suggereren dat we de waarheid in pacht hebben. Als iemand over betere informatie beschikt, is hij welkom die aan te leveren.”

Maatschappelijke organisaties en bedrijven mogen een waarschuwing of boodschap bij producten plaatsen. Denk aan Wakker Dier die consumenten waarschuwt voor de plofkip. Maar, zegt Linnebank: „Wij zijn alleen de boodschapper, we blijven onafhankelijk.”.

    • Barbara Rijlaarsdam