Waarom ik opstapte uit het VN-klimaatpanel

De Nederlandse econoom Richard Tol stapte op als co-auteur van het nieuwste verslag van het IPCC, omdat de toon van alarmisme in het rapport hem tegenstond. Hij legt uit wat er mis was. ‘Een halve leugen komt altijd uit’.

De vier ruiters van de Apocalyps zijn weer gezien. Hongersnood, pestilentie, oorlog, dood. Alles is te vinden in de krantenkoppen over het Vijfde Assessment Rapport (AR5) van Werkgroep II van het Intergouvernementele Forum voor Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties.

Het rapport zelf is natuurlijk minder dramatisch. Maar er wordt hier en daar wel wat overdreven, met name in de ‘Samenvatting voor Beleidmakers’. Het rapport zegt dat er minder voedsel verbouwd kan worden – maar het vergeet technologische vooruitgang in de landbouw zoals verbeterde gewassen, slimmere bemesting en irrigatie, enzovoort. De landbouwopbrengst zal niet afnemen vanwege klimaatverandering; de toename in de opbrengst zal langzamer gaan.

Gezondheid is een ander voorbeeld. Ongebruikelijk veel mensen sterven als de winter ongewoon koud is of de zomer extra heet. Het effect is groter in de winter, maar het IPCC benadrukt de zomer.

Het hoofdstuk over de gevolgen van zeespiegelstijging berekent dat alle kwetsbare kusten beschermd kunnen worden met dijkverzwaring voor ongeveer een tiende van een procent van het bruto binnenlands product. De samenvatting vermeldt dit getal niet, maar bericht wel dat het in enkele landen tien procent kan gaan kosten.

Het vorige rapport van Werkgroep 2 van het IPCC kwam zwaar onder vuur te liggen. Verschillende fouten en foutjes werden groot uitgemeten in de media. De speurtocht naar fouten in AR5 is in volle gang. Twee officiële onderzoeken toonden aan dat het IPCC systematisch de gevolgen van klimaatverandering overschat had. AR5 lijkt nu hetzelfde te doen.

Onderzoekers die wakker liggen over klimaatverandering, zijn eerder geneigd onderzoek te doen naar de gevolgen. Onderzoekers die veel over het onderwerp gepubliceerd hebben, worden eerder uitgenodigd aan het IPCC mee te schrijven. IPCC auteurs zijn geen willekeurige wetenschappers – ze zijn meer dan gemiddeld bezorgd over de gevolgen van klimaatverandering.

Het IPCC corrigeert hier niet voor. Integendeel, deze bezorgdheid wordt versterkt door de sociale interacties tijdens het schrijven van het rapport. Regeringen geven commentaar op het concept IPCC-rapport voor dat het verschijnt, en herschrijven de samenvatting. De delegaties van vele landen worden geleid door een milieu-agentschap of –ministerie. Ambtenaren geven niet graag toe dat hun afdeling niet belangrijk is.

Tijdens de klimaatonderhandelingen in Warschau in 2013 is min of meer afgesproken dat arme landen wellicht recht hebben op compensatie voor de schade door klimaatverandering. Dat had zijn weerslag op de onderhandeling over de samenvatting van IPCC AR5, vorige week in Yokohama. Bij tijd en wijle boden verschillende landen tegen elkaar op wie het meest kwetsbaar zou zijn, en dus recht heeft op de grootste schadevergoeding.

Echt veel met wetenschap heeft het niet te maken. Dat wordt verder in de hand gewerkt door de tactiek van landen die een grote delegatie kunnen betalen, die toerbuurten draaien. De eerste paar dagen wordt er vertraagd en gesteggeld over kleinigheden. Alle belangrijke beslissingen worden verschoven naar de laatste nacht, als de eenpersoonsdelegaties afgehaakt zijn, en de auteurs en voorzitter doodmoe zijn.

Afgelopen week waren een delegatie en de voorzitter het roerend met elkaar eens dat de entropie van een geïsoleerd systeem altijd afneemt. (Dit is gelukkig niet opgeschreven in de samenvatting.)

Vaak wordt er onzin gepraat, soms wordt er onzin geschreven, en een enkele keer wordt er een politieke boodschap in de samenvatting gestoken. Gelukkig is er nog een tweede samenvatting, de ‘Uitvoerende Samenvatting’, voor wie geïnteresseerd is hoe het eigenlijk zit (althans, volgens onze huidige kennis).

Al het alarmisme over klimaatverandering, in IPCC AR5 en met name in de media, doet weinig goeds voor klimaatbeleid. De bevolking opzwepen met een overdreven boodschap werkt als je mensen voor korte tijd wilt mobiliseren tegen een externe vijand. Maar we stoten allemaal te veel broeikasgassen uit. Wij zijn de vijand.

De transitie naar een koolstofvrije economie gaat minstens vijftig jaar duren, misschien honderd of meer. Een halve leugen komt altijd uit. Vertrouwen en reputatie gaan verloren. De wil neemt af om het probleem op te lossen.

Alarmisme wordt nu al zo’n 25 jaar gebruikt in het debat over klimaatbeleid, zonder veel succes. Het Europese klimaatbeleid is er in geslaagd de meeste mensen een beetje armer te maken en een paar mensen veel rijker – maar het heeft nauwelijks invloed op de uitstoot van broeikasgassen. Het debat polariseert steeds verder. Een alarmistisch IPCC is een partij in het debat geworden, waar de ene kant alles wat het IPCC zegt klakkeloos aanneemt en de andere kant alles verwerpt.

Het IPCC zou er goed aan doen de adviezen naar aanleiding van de blamage van AR4 ter harte te nemen. Het is met name belangrijk om het IPCC uit de handen van milieuambtenarij te nemen en naar de wetenschap over te plaatsen, om die auteurs aan te trekken die uitsluitend een intellectuele interesse in het probleem hebben, en ervaren redacteuren aan te trekken om het beoordelingsproces te leiden.