Mogen er in Amsterdam dan geen rafelranden meer zijn?

Het stadsnomadenkamp in het Westelijk Havengebied is woensdag ontruimd. De gemeente tolereert steeds minder rafelranden.

Twintig stadsnomaden zitten in het zand. Flessen wijn gaan rond, jointjes worden gerold. Op de achtergrond laat een man zijn twee geitjes uit en tript een jongen op psychedelische drugs. In hun rug Nederland zoals het graag wil zijn: aangeharkt en bedacht, met asfalt, windmolens en een FEBO. Voor hen, achter een politielint, het minst gereguleerde Nederland: woonwagens, onverharde paadjes en de afwezigheid van stromend water.

Ze moesten woensdag vertrekken, de vijftig stadsnomaden die ’t Landje bewoonden, de rafelrand bij het Westelijk Havengebied naast de A5. Zo ook Owen, 24, oud-student sociologie. Hij heeft een blonde hanenkam, gebarste lippen en vuile handen. Hij woonde hier anderhalf jaar in een camper, met zijn hond. Soms was het een paradijsje, vooral in de zomer: zwemmen, vuurtje stoken. Maar een utopie was het niet. De winter was „intens”. En: „Ik heb hier geleerd om mijn deur op slot te doen.” Wel ervoer hij vrijheid. Dit was een plek voor mensen die niet functioneren in een rijtjeshuis. Nu hij weg moet gaat Owen met zijn camper langs de zomerfestivals. De rest trekt naar elders.

Na drie jaar gedoogbeleid besloot de gemeente deze week tot ontruiming over te gaan, omdat de stadsnomaden zich niet aan de afspraken hielden over populatiegroei en overlast. Nu wordt het een bedrijventerrein. Dinsdagavond staken bewoners uit protest twee caravans in brand.

Langzaam elimineert Amsterdam haar laatste rafelranden. In december werd definitief besloten om de Havenstraat in Zuid te ‘vernieuwen’; Ruigoord is al jaren een officiële culturele onderneming. Broedplaatsen mogen, mits gereguleerd. En wie weet nog van de geschiedenis van het KNSM-eiland of de pakhuizen? Amsterdammers lijken eerder geïnteresseerd in een imitatierafelrand, zoals café en club Roest op het Oostenburgereiland. Creatief en rauw, maar tegelijkertijd: aangeharkt.

De agent die het politielint beheert wijst naar de bemodderde bowlingschoenen die Owen draagt. „Daar wil je toch niet dood in worden gevonden?” lacht hij spottend. Misschien zit in die opmerking wel het verschil tussen de stadsnomaden en de rest.