Volkenkundige musea fuseren maar houden drie locaties

Het Tropenmuseum in Amsterdam is door de fusie gered.

Het Tropenmuseum in Amsterdam, het Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal fuseren tot het Nationaal Museum van Wereldculturen. Begin deze week ondertekenden zij de fusiepapieren. Vanmiddag maken de musea in Leiden in aanwezigheid van minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) de details van de fusie bekend.

Stijn Schoonderwoerd, die eerst directeur was in Leiden, wordt de nieuwe directeur van het fusiemuseum. Hij zal zich vooral richten op de locaties in Amsterdam en Leiden. Het Afrika Museum houdt een titulair directeur, Irene Hübner, die het museum daar in de omgeving kan vertegenwoordigen.

Voor bezoekers zal er voorlopig niet veel te merken zijn. De drie musea blijven gewoon open en er komen geen nieuwe naambordjes op de gevels. De nieuwe fusienaam zal vooral internationaal worden gebruikt. Een gezamenlijk depot komt er ook niet, daar is nu geen geld voor. Wel heeft Schoonderwoerd plannen om het Tropenmuseum te verbouwen. Daar moet dan wel eerst geld voor worden geworven. De kosten bedragen tussen de 18 en 30 miljoen euro.

Tropenmuseum en Rijksmuseum Volkenkunde gaan zich onderscheiden

Het Afrika Museum heeft al een sterke specialisatie, maar het Tropenmuseum en Rijksmuseum Volkenkunde gaan zich meer van elkaar onderscheiden. Amsterdam zal zich meer toeleggen op tentoonstellingen over hedendaagse wereldcultuur, terwijl Leiden vooral de iconen van het werelderfgoed laten zien, zoals Boeddha, de terracotta krijger uit China en de totempaal van de indianen.

Voor de medewerkers van het Tropenmuseum verandert nog het meest. Dat museum blijft gehuisvest in het Koninklijk Instituut voor de Tropen, maar maakt daar voortaan geen deel meer van uit. Het KIT gaat door als zelfstandig instituut gericht op advies, onderzoek en opleidingen. Alle conservatoren uit het Tropenmuseum worden naar Leiden overgeplaatst. Ook ondersteunende diensten van de drie locaties, zoals marketing en administratie, komen in Leiden. De fusie kan worden voltrokken zonder nieuwe ontslagen.

Fusie noodzakelijk voor voortbestaan Tropenmuseum

De fusie was niet alleen een wens van de musea zelf, maar was ook noodzakelijk om het voortbestaan van het Tropenmuseum veilig te stellen. Dat krijgt geen subsidie meer van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dat de andere twee volkenkundige musea subsidieert, wilde het Tropenmuseum alleen opnemen als de drie musea fuseerden.

Het Wereldmuseum in Rotterdam doet niet mee aan de fusie. Het Rijk kon dat niet eisen, omdat het een gemeentelijk museum is. Het Wereldmuseum vaart bovendien een koers die indruist tegen die van de andere musea.

    • Claudia Kammer