Rutte moet zijn ‘rechterhand’ missen, maar wat deed die eigenlijk zoal?

Premier Rutte gaat zijn 'rechterhand' moeten missen. Kajsa Ollongren, secretaris-generaal bij het ministerie van Algemene Zaken, gaat naar Amsterdam. Foto ANP/ Martijn Beekman

Ze is de hoogste ambtenaar van het land. Ze is de rechterhand van Rutte. Én ze was al eens de invloedrijkste vrouw van Nederland volgens de jaarlijkse lijst van de Volkskrant. Allemaal bijzonder krachtige termen, maar wat heeft Kajsa Ollongren dan precies gedaan?

De 46-jarige Ollongren is beoogd wethouder voor D66 in Amsterdam, ze is de eerste formele kandidaat. D66 versloeg als eerste partij sinds 1948 de PvdA tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Collegeonderhandelingen zijn nog volop bezig.

Ollongren heeft al een lange staat van dienst in Den Haag, vrijwel alleen achter de schermen. Ze begon als beleidsmedewerker Midden- en Oost-Europa op het ministerie van Economische Zaken en klom daar op tot plaatsvervangend directeur-generaal, wat ze tot 2007 was. Daarna stapte ze over naar het ministerie van Algemene Zaken, waar ze van 2007 tot augustus 2011 plaatsvervangend secretaris-generaal was. Sindsdien is ze de secretaris-generaal.

Rol secretaris-generaal veranderd

En als je secretaris-generaal bij dat ministerie bent, ben je de hoogste ambtenaar van Nederland. Maar wat doe je in zo’n functie en welke invloed heb je? Als secretaris-generaal leid je een club van ongeveer dertig mensen die direct voor de premier werken, legde Ollongrens voorganger Richard van Zwol (nu secretaris-generaal op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) in 2011 in NRC Handelsblad uit (€). Dagelijks is er contact met de premier over verschillende beleidsonderwerpen.

Onze politiek redacteur Tom-Jan Meeus legt uit hoe de invloed van secretarissen-generaal is veranderd door de jaren heen:

“De functie van de secretaris-generaal is medio jaren ’90 veranderd. Daarvoor zat iemand in de positie wel dertig jaar op de post. Topambtenaren als de secretaris-generaal hadden toen praktische politieke invloed. Dat veranderde met de komst van de Algemene Bestuursdienst. Daarin kwamen nieuwe afspraken te staan. Eén: je bent een manager en gaat niet over partijpolitieke keuzes. Twee: je mag maximaal zeven jaar op je post zitten.”

Rond de premier zijn er tien raadadviseurs die allemaal een beleidsterrein dekken. Voor Ollongren, met haar achtergrond bij Economische Zaken, was dat financiën en economie. Maar onder Algemene Zaken vallen ook het Koninklijk Huis en de Rijksvoorlichtingsdienst en vallen ook de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ze zit de wekelijkse vergadering van alle secretarissen-generaal voor, waarin het regeringsbeleid door de verschillende ministeries wordt afgestemd. Ollongrens werk bij dat ministerie was vooral “instrumenteel”. Meeus legt uit waarom:

“Als secretaris-generaal bij Algemene Zaken heb je te maken met een relatief klein ministerie met een klein aantal mensen. Daardoor is het veel leentjebuur spelen. Je houdt alle contacten met andere ministeries open, daarvan ben je heel afhankelijk. Het is instrumenteel werk.”

Uitstekende relatie met Rutte

Als je secretaris-generaal bij Algemene Zaken bent, dan ben je automatisch de rechterhand van de premier, want die is tegelijkertijd minister van Algemene Zaken. Ollongren heeft met hem een uitstekende relatie, schrijft politiek redacteur Thijs Niemantsverdriet vandaag in NRC Handelsblad op gezag van ingewijden:

“Haar baan geldt als erg lastig: de premier moet op de hoogte zijn van alle dossiers, maar tegelijkertijd heeft hij - anders dan zijn ministers - slechts een handjevol ambtenaren tot zijn beschikking.”

Ze kennen elkaar uit 2010, uit de tijd dat zij als secretaris bij de formatie betrokken was. Ze diende de afgelopen jaren als belangrijkste adviseur van Rutte. “Zo iemand wordt vaak meegenomen in de maalstroom van politieke activiteit”, zegt Meeus over haar invloed.

Topambtenaren hebben relatief zeker invloed

In het algemeen is de relatieve invloed van topambtenaren hoog te noemen, volgens Meeus. Hij geeft een voorbeeld:

“Het kabinet-Balkenende IV liet topambtenaren onderzoek doen. Ze moesten bekijken waarop bezuinigd zou kunnen worden. De politiek vraagt de ambtenaren dit allemaal op een rij te zetten. In de formatie van 2010 en die van 2012 zijn er maatregelen getroffen die zijn afgeleid van de rapporten die toen zijn opgesteld. Maar daar kun je fundamentele kritiek op hebben, namelijk dat politici dit werk overlaten aan ambtenaren in plaats van aan hun eigen partijleden.”

Dit zegt echter niet per se iets over de invloed van Ollongren, want zij was echt een “procesbegeleider”, zegt Meeus.

Lees ook: D66 haalt rechterhand van Rutte naar Amsterdam. Abonnees lezen het artikel gratis, niet-abonnees betalen een klein bedrag.

    • Frank Huiskamp