Collega een autist? Grote kans dat-ie dat zelf niet weet

Het aantal mensen met de diagnose autisme groeit // Een kwart van hen heeft een betaalde baan // En nee, dat zijn niet allemaal ICT’ers

Roy van den Steen (36) werkt als administratief medewerker bij de politie in Den Haag.
Roy van den Steen (36) werkt als administratief medewerker bij de politie in Den Haag.

Bij de politie in Den Haag werd er intern verhuisd. Administratief medewerker Roy van den Steen (36) moest van kamer wisselen. Omdat hij autisme heeft, werd dat ruim van tevoren verteld. Donderdag zou de grote dag zijn.

Maar op maandag werd de verhuizing plots twee dagen eerder gepland. Van den Steen: „Mijn planning liep in de war, dus ik raakte ietwat in paniek.” Snel werd de situatie opgelost, Van den Steen kreeg tijdelijk twee dagen elders in het gebouw een werkplek.

En dan Frank Gensen (36). Hij volgde de opleiding hts materiaaltechnologie en werkt nu bij Stork, waar hij laswerk onderzoekt. Door zijn autisme heeft hij zoals hij dat zelf zegt moeite met „duidelijk aanvoelen wat er sociaal van me verwacht wordt”. Daardoor neemt hij opdrachten soms té letterlijk. „Ik moest een kabelgeleider onderzoeken voor een klant. De opdracht was: 100 procent onderzoeken. Dus heb ik het onderdeel van zowel de voorkant als achterkant volledig onderzocht. De achterkant had geen laswerk, dus keurde ik het product af.” Zijn bedrijf belde met de klant. Wat was er mis? „Toen begreep ik dat ik alleen de gelaste delen aan de zichtzijde had moeten onderzoeken en die waren in orde. Maar de ‘100 procent’- opdracht was te verwarrend.”

Beide mannen hebben autisme. Of, zoals je het officieel noemt: een Autisme Spectrum Stoornis (ASS), de verzamelnaam voor alle vormen van autisme. Van den Steen heeft asperger, Gensen heeft klassiek autisme.

Zou je heel globaal afgaan op kenmerken, zie je snel overeenkomsten. Beiden hebben moeite met contact maken. Gensen: „Een van mijn leerpunten is dat iedereen een andere benaderingswijze heeft.” Van den Steen: „Ik ben heel terughoudend als ik iemand niet ken. Dat voelt niet veilig.” Ze hebben daarom allebei moeite met communiceren, non-verbale signalen snappen. En allebei hebben ze behoefte aan duidelijke opdrachten. Ook zijn ze allebei intelligent.

Typisch autistisch, zou je denken.

„Geen enkel persoon met autisme is hetzelfde”, vertelt Jeanet Landsman, onderzoeker bij Universitair Medisch Centrum Groningen. Ze doet al jaren onderzoek naar de combinatie van werk en autisme. Het stereotiepe beeld van de hoogbegaafde, autistische nerd die uitblinkt in ICT of techniek is enorm achterhaald. „Of we denken dat ze niet sociaal zijn, dus wel iets met computers doen. Onze beeldvorming is heel scheef.” Maar mensen met autisme zitten overal. Naar schatting heeft ongeveer 1 procent van alle mensen autisme. Dat is een conservatieve schatting, in een recent Amerikaans onderzoek werd 5 procent van de mensen bestempeld tot autist. Landsman: „We weten het nooit exact, want de stoornis is bij veel mensen nog niet gediagnosticeerd.”

Grote kans dat ze zelf niet weten

Het aantal mensen met autisme groeit elk jaar. Dat wil dus niet zeggen dat het vaker voorkomt, maar dat steeds meer mensen ontdekken dat ze autisme hebben. Landsman: „Autisme is een ontwikkelingsstoornis die genetisch is bepaald, dus de groep met autisme is er altijd al geweest.” We zijn gewoon steeds meer alert op autisme geworden. „De maatschappij verlangt dat we goed communiceren. Vaardig en sociaal zijn wordt steeds belangrijker.”

Bij kinderen wordt daarom al snel een diagnose gesteld. Landsman: „In Amerika wordt autisme al ontdekt bij kinderen als ze twee of drie jaar zijn. Door vragenlijsten af te nemen en gedrag te observeren. Nederland loopt wat dat betreft ver achter: hier wordt gemiddeld pas bij zeven jaar oud de diagnose gesteld.” Een grote groep mensen heeft echter nooit die diagnose gehad. Pas in 1943 werd autisme voor het eerst genoemd, de aandacht is de laatste jaren gegroeid.

Je collega of baas kan dus heel goed autisme hebben, dat expres verzwijgen of zelf eigenlijk ook niet weten. Van de mensen van wie bekend is dat ze autisme hebben, heeft ongeveer een kwart een betaalde baan. Jongeren hebben daarnaast vaak nog een Wajong-uitkering.

Hoe lastig is dat, zo’n collega?

De 30-jarige Monique Post heeft asperger en is net uit de Wajong. Ze heeft met hulp van de uitkering en een autismecoach een eigen, winstgevend bedrijf opgezet als zzp’er in fotografie en als spreker. Niet standaard voor iemand met autisme. „Ik kom uit een kunstenaarsgezin. Mijn ouders hebben altijd al wel doorgehad dat ik net wat anders was, maar nooit werd de diagnose gesteld. Dat kwam pas toen ik aan het eind van mijn studie aan de HKU in de problemen kwam. Het afstuderen was lastig, je moet opeens zelf heel veel plannen en initiatief nemen. Overzicht houden was een ramp.” Ze liep vast, liet zich onderzoeken, en kreeg een ‘autismecoach’. Die hielp haar vervolgens ook met het opstarten van een bedrijf als fotograaf. „Ik heb een heel sterk geheugen voor details, kan scherp kijken en ben heel creatief. Hoe beter je als fotograaf de details kunt zien, hoe mooier het beeld dat je kunt neerzetten.”

Haar valkuil is over haar grenzen heengaan. „Ik heb nog geen goed ontwikkeld tijdsbesef. Je zou me elk moment van de dag kunnen vertellen dat het 11.00 uur ’s ochtends is. Dus als ik ’s avonds om 8.00 uur nog zin heb in werk, maak ik een hele lijst met klussen en blijf maar doorgaan.” Haar coach komt twee keer in de maand om haar daarbij te helpen. „Dan kijkt hij naar wat we hebben gedaan, en wat ik nog moet doen, en maken we een realistische planning.”

Zo’n coach is voor mensen met autisme cruciaal, blijkt uit onderzoek, volgens Jeanet Landsman. „Het helpt ze met de dingen die ze zelf niet goed kunnen aanpakken.” De helft van de mensen met de diagnose autisme heeft op dit moment begeleiding van een UWV-Werkbedrijf, coach, reïntegratiebureau of bedrijfsarts. Dat wordt drie jaar vergoed, daarna moet je kunnen aantonen dat je zonder een coach niet goed kunt functioneren. Ook laswerkonderzoeker Frank Gensen heeft een coach, Miriam Riemen van het bureau ROZIJ Werk. Ze geeft praktische tips: „Elke keer als Frank ergens binnenkomt, leer ik dat hij even een hand moet geven.” Gensen: „Ik begreep pas later dat men het raar vond dat ik me niet had voorgesteld als ik een klus kwam oplossen.”

Met al die coaches en gebruiksaanwijzingen ontstaat het beeld dat een persoon met autisme wellicht wat lastig is als collega. Merken ze dat? Gensen: „Mensen hebben een beeld van klassiek autisme en daardoor ook een oordeel. Ik had een sollicitatiegesprek, maar had pas in het tweede gesprek benoemd dat ik autisme heb. Toen kon ik wel een contract krijgen, maar dat moest wel eerst via een uitzendbureau, terwijl daar voorheen niet over gesproken was. Het autisme geeft mij wel het gevoel dat ik me extra moet bewijzen.”

Ook administratief medewerker Van den Steen loopt niet met zijn autisme te koop. „Het is op het werk zeker bespreekbaar, leidinggevenden licht ik er wel direct over in. Maar collega’s alleen als ik ze vertrouw of als het nodig is voor begrip in de samenwerking. Ze moeten me gewoon nemen zoals ik ben.”

Want, zoals ze zelf graag zeggen: een collega met autisme is gewoon een persoon met toevallig autisme. Net zoals de ene collega een ochtendhumeur heeft, en de andere collega continu over zijn kinderen praat. Een kenmerk. Jeanet Landsman: „Het is de vraag of het een beperking is. Een perfectionistisch persoon kan zelf ontzettend last hebben van zijn perfectionisme, net zoals mensen in zijn omgeving.”

Autisme bespreekbaar maken is wel cruciaal, zegt Landsman. Ze deed onderzoek naar hoe mensen met autisme op het werk het best functioneren, en het belangrijkste is begrip en zelfkennis. Dat leidt tot praktische tips hoe je ermee om kan gaan. „Ik vergelijk het wel eens met een burn-out”, zegt Landsman. „Mensen met autisme krijgen net als overspannen personen prikkels heel hard binnen, kunnen die niet filteren. Je kunt je werkplek zo inrichten dat die zo prikkelvrij mogelijk is. Met je rug naar je collega’s toe gaan zitten, of in de pauze niet meelunchen maar lekker ergens in je eentje zitten.”

En ondanks dat Landsman ver wil blijven van stereotypes, één ding lijkt toch ook wel kenmerkend voor een autist: ze zijn loyaal, betrouwbaar, punctueel. Zo heeft Van den Steen een extreem nauwkeurig en fenomenaal geheugen. „De meeste getallen ken ik uit mijn hoofd. Mijn chef maakte laatst een snelle berekening op papier. Ik las ondersteboven mee, maar wist hem al te vertellen dat hij een rekenfout had gemaakt.”

Richard Bruinsma is een collega van Frank Gensen. „De hele afdeling vindt Frank een fijne collega. Hij is gewoon hartstikke goed, heel secuur en precies.” Als je met Gensen werkt, weet je dat het goed gebeurt. „Frank kent veel cijfers en nummers van de orders en tekeningen uit zijn hoofd.”