Ophef? Ach, het is Facebook maar hoor

Ook over de schietpartij in Deurne werd weer veel gediscussieerd op Twitter en Facebook Zegt dat iets over de mening van de gemiddelde Nederlander? Of moeten we het allemaal maar niet te serieus nemen?

We zijn in Nederland regelmatig erg boos. Zwarte Piet, Geert Wilders, plannen van de ING, de juweliersfamilie in Deurne: als we er discussie over kunnen voeren zijn we er al snel pislink over. Als we Twitter en Facebook moeten geloven. Want áls we boos zijn, dan moet iedereen het weten ook, en zetten we het op sociale media. En bij echt flinke ophef schrijven we er in de krant over. Na de overval op een juwelier in Deurne dit weekend schreven we daarom gisteren in deze krant een artikel met de kop ‘Opgeruimd staat netjes, vinden ze op Facebook’. Zo is het maar net, want er zijn inmiddels ruim 42.000 likes voor de pagina ‘Vrijspraak voor de vrouw van de juwelier uit Deurne’. Zo veel mensen can’t be wrong, toch?

„Nou ja, wie zijn de mensen die de pagina liken?” vraagt de Amsterdamse mediahoogleraar José van Dijck zich af. „Zijn dat alleen maar mensen uit Deurne? Of mensen die eigenlijk helemaal niets van het onderwerp weten? Dat is van belang om te wegen hoe belangrijk zo’n aantal is. Alleen zo’n cijfer zegt niet zoveel”, zegt Van Dijck.

Journalisten, ook bij deze krant, gebruiken Twitter en Facebook soms als temperatuurmeting van het volk. Natuurlijk sturen we ook een verslaggever op het nieuws af, ook naar Deurne, maar als we willen weten wat Nederland vindt, is een hashtag op Twitter of Facebookpagina makkelijker gevonden. De NOS, oktober vorig jaar: ‘Twitter ontploft door ‘Zwarte Piet’. De Telegraaf, een paar weken geleden: ‘Ophef om Borst-tweet’. De Gelderlander, op 10 februari: ‘Ophef op Twitter om VVD-poster’. NRC Handelsblad vorig jaar februari: ‘Ophef op Twitter en internetfora over knippen in films’, nadat de film 127 hours op tv was. En in de Volkskrant, halverwege vorig jaar: ‘Menzis vergoedt dure operatie na ophef.’ Op Twitter en Facebook dus.

Zo veel reacties hadden we nooit

Ook in het NOS Journaal werd zaterdag in een item van ruim twee minuten gemeld dat er ‘op sociale media veel aandacht is’ voor de gebeurtenissen in Deurne. Het bericht op de Facebookpagina van de NOS kreeg wel 7.000 reacties. Presentatrice Astrid Kersseboom begint: „Hoewel er tot vanavond nog veel onduidelijkheid was over wat er nou was gebeurd, trokken toch veel mensen al hun conclusies.’’ Rachid Finge, die de sociale media volgt voor de NOS, knikt bevestigend naar Astrid: „Zoveel reacties hebben we op één keer na nog nooit op één bericht gehad.” Finge pikt er een paar reacties uit, en concludeert dat iedereen het er daar over eens is dat zelfverdediging met een wapen geoorloofd is.

Zegt dat iets? De NOS probeert met het noemen van sociale media hun berichten en items slechts te illustreren, reageert hoofdredacteur Marcel Gelauff aan de telefoon. „We merkten dat de discussie over Deurne op Twitter en Facebook heel breed gevoerd werd. Mensen vonden er iets van, en we hebben de berichten laten zien om dat gevoel weer te geven”, legt Gelauff uit. „Dat is altijd de gedachte van het illustreren van het nieuws met sociale media. Je maakt redactioneel de keuze welke berichten je laat zien en waar het voor staat. Dat is altijd lastig, maar vergelijkbaar met de mening van mensen op straat, wat we in jargon de ‘voxpop’ noemen.”

Dat geldt ook voor verkiezingen. „We discussiëren altijd wel of we iets moeten met tweets. Maar bijvoorbeeld op zo’n avond van de gemeenteraadsverkiezingen is dat onderwerp op Twitter trending topic. Dat is het gesprek van de dag, dat laten we zien.”

Geen opiniepeiling

Het naakte feit dat er heel veel berichten over een bepaald onderwerp zijn, zegt niet genoeg om zomaar af te drukken in de krant, vindt onderzoekster Van Dijck. „Het is hetzelfde als met een voxpop: zo’n stem in het Journaal is slechts één stem. Het is niet zo dat het minder waar is wat diegene zegt, maar het is niet de ‘Stem van het Volk’.” Van Dijck noemt het zelfs een beetje naïef; ook de kop van nrc.next gisteren over Deurne. „Je pakt hier de likes op Facebook als een opiniepeiling onder het volk. Dat is het niet. Daar lijkt het wel op, maar peilingen moeten representatief zijn, gelet op leeftijden, bepaalde klassen, enzovoorts. Je hebt daar nu geen enkel idee van.”

De vraag is ook of die mensen wel weten wat ze liken of twitteren. Van Dijck: „We weten nog helemaal niet wat er nu precies is gebeurd in Deurne. Dat weten de mensen die de pagina liken vermoedelijk dus ook niet. Daarbij komt dat het liken van een pagina of het retweeten van een bericht binnen een seconde gedaan is. De kans is aanwezig dat veel van hen hun steunbetuiging snel weer vergeten. De waarde ervan is dus, zolang we niet weten wie ze zijn en waarom ze het doen, te betwisten.”

Met Facebooklikes is bovendien nog iets eigenaardigs, zegt Anne Helmond, Nieuwe Mediaonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. „De teller van likes bij berichten staat niet altijd alleen maar voor likes. Het is een optelsom van daadwerkelijke likes, plus het delen van het bericht, het aantal commentaren en het doorsturen van de url in een privébericht. Je kan dus wel zeggen dat een bericht een bepaald aantal likes heeft, maar als ze vooral bestaan omdat op een onderwerp driekwart van de mensen een commentaar heeft geplaatst, zegt dat weer iets anders”, legt Helmond uit. „Reageren op berichten is een veel actievere vorm van participeren. Het getalletje zegt misschien wel wat, maar je moet wel weten waar het uit bestaat.”

Café de Natte Strot

Werkt het anders bij online-only media? Natuurlijk niet, maar bij NU.nl gaan de ‘nekharen overeind’ van ‘ophef op Twitter’, zegt NU-hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman. Hij geeft als voorbeeld de berichtgeving over Geert Wilders, en zijn ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen’. „Wij hadden daarbij een tweet van Femke Halsema met haar mening erover. Het feit dat Halsema iets vindt op Twitter hadden we wel weg kunnen laten. Wat doet het er toe?”

Hoekman zegt dat Twitter wel gemakkelijk kan zijn voor het binnenhalen van meningen, mits het relevant is. „We hebben daar beleid voor. We proberen niet zomaar elke mening door te geven. Het gevaar is namelijk dat het daar bij blijft, terwijl we het even zouden moeten nabellen, iemand ergens over doorzagen.”

Volgens Hoekman werken meningen op Twitter net als in een café. „Tegenwoordig berichten we dat Twitter ontploft, terwijl we vroeger nooit meldden dat Café de Natte Strot was ontploft”, zegt Hoekman. „Ik beweer niet dat we het bij NU.nl nooit meenemen, maar er is elke dag wel ergens ophef over op Twitter. Je wordt daar uitgenodigd tot het geven van je mening, en de loep van de media is er op gericht. Maar dat maakt het natuurlijk niet per se relevant.”

    • Peter van der Ploeg