In 6 dagen loop je 260 kilometer door de Sahara

Vrijdag beginnen zo’n duizend sporters aan een zesdaagse tocht door de woestijn // Deze Marathon des Sables is niet voor watjes // „Je moet jezelf forceren om te blijven eten en drinken

Een deelnemer op de derde dag van een eerdere editie van de Marathon des Sables.
Een deelnemer op de derde dag van een eerdere editie van de Marathon des Sables. Foto AFP

Eindeloze zandduinen, een allesverzengende hitte. De Sahara in een notendop. Het idee alleen al om hier hard te gaan lopen. Laat staan om in zes dagen tijd 260 kilometer woestijn te voet te doorkruisen. Welk weldenkend mens doet dat voor zijn ‘lol’? Tom Maessen (44) onder meer. Samen met ruim duizend lotgenoten bereidt hij zich voor op de beruchte Marathon des Sables (MdS).

Waarom in vredesnaam? Tom: „Het is een heroïsche uitdaging. Veel mensen denken: ‘Als je verder loopt dan een marathon, dan spoor je echt niet.’ Maar zodra je De Zestig van Texel hebt gelopen, zoals ik, weet je dat je lichaam meer aankan dan anderen je willen doen geloven. Ik wil ontdekken wat ik precies aankan.”

Tom gaat zijn grenzen ongetwijfeld aan den lijve ondervinden. Aanstaande vrijdag start de 29ste editie van de Marathon in het Marokkaanse gedeelte van de Sahara. Het woord marathon dekt de lading geenszins. De MdS is een ultramarathon. Heel specifiek: deze Sahara-marathon is equivalent aan zes marathons. Deelnemers zwoegen in zes dagen tijd door 260 kilometer mul zand. Niet voor niets spreken sommigen van de zwaarste hardlooprace op aarde.

Het klinkt als een hachelijke, onmenselijk zware onderneming. Maar dit is nog niet het hele ‘afmattingsverhaal’. Alle deelnemers zijn namelijk verantwoordelijk voor hun eigen proviand met uitzondering van water en zouttabletten. Zij rennen dus met een lastpak van een rugzak. Tom: „Die zak slurpt energie. Dus gaat er zo min mogelijk mee.” Elk grammetje telt.

Totaal 6,5 kilo rugzak

Waar de gemiddelde Marathon-deelnemer een rugzak van zo’n negen à tien kilo mee op sleeptouw neemt, houdt Tom het bij een rugzak van 6,5 kilo. Aan sommige spullen ontkom je niet. Een slaapzak is verplicht. Toms slaapzak weegt met 180 gram bijna niets. Hij vertrouwt op zijn warmbloedigheid tijdens de nachten waarin de temperatuur kan zakken tot tegen het vriespunt, vanaf 40 graden Celsius overdag.

De voedselvoorraad is het zwaarst. Een man moet minimaal 2.000 kilocalorieën per dag tot zich nemen. Dus mikt Tom op voeding met een hoge caloriewaarde die weinig weegt, zoals energierepen van noten en granen met 260 kilocalorieën. „Ik neem ook een titanium pannetje van 90 gram en gevriesdroogde ‘expeditiemaaltijden’ mee.” Een extra onderbroek gunt hij zich niet. De enige luxe die hij zich wel permitteert: een lichtgewicht camera om zijn ervaringen vast te leggen.

Met de verantwoordelijkheid over eigen proviand reikt de voorbereiding veel verder dan een puur fysieke. Sinds zijn inschrijving meer dan een jaar geleden is Tom druk doende met het testen van voeding. „De uitdaging bij ultralopen is dat je bij vermoeidheid lastig voeding tot je kunt nemen. Dus is het een kwestie van uitproberen wat voor jouw lichaam werkt. Als ik moe word, krijg ik alleen nog vloeibare voeding naar binnen.”

Inmiddels heeft hij via ex-deelnemers en speciale proeverijen een eigen voedingsschema uitgevogeld. Elke vijf minuten twee à drie slokken water, elk half uur een ‘saltstick’-capsule vol mineralen en zouten, elk uur een reep of vloeibare voeding. Elke ochtend muesli met poedermelk (water erbij en klaar) en ’s avonds een gevriesdroogde maaltijd.

Elke avond 20 km trainen

Tom poogt de werkelijkheid van de Marathon des Sables al te benaderen. Zo traint hij minstens een avond per week in de duinen. De rugzak is inmiddels een verlengstuk van zijn lijf. Vijf avonden per week loopt hij minstens twintig kilometer met die rugzak op. Toch laat hij zich naar eigen zeggen „niet verleiden” om alleen maar te duurlopen: „Dat is te eenzijdig.” Eén avond in de week is gereserveerd voor de sportschool om de spieren in de bovenbenen, rug en buik te versterken, onder meer met standaard tien kilometer roeien.

Heel bewust creëert hij al momenten waarbij hij „tegen zichzelf aan loopt”. Zo heeft hij twaalf uur achter elkaar hardgelopen. Simpelweg een oefening om te testen wat er met zijn lichaam gebeurt als hij zo lang op pad is. En? „Een heel diepe vermoeidheid slaat toe, waarbij het heel veel discipline vergt om je benen in beweging te houden. Je moet jezelf forceren te blijven eten en drinken, anders haal je het einde sowieso niet.” Het enige wat hij niet goed kan simuleren is de extreme hitte. Maar ook daar heeft hij een plan voor: „Om te acclimatiseren, ga ik al een week eerder richting de Sahara.”

De grootste zorg: blaren

Zandstorm, hitte, oververmoeidheid? Waar ziet Tom eigenlijk het meeste tegenop? Zijn schrikbeeld blijkt vrij banaal: blaren. „Die afgrijselijke filmpjes op YouTube van mensen die gigantische blaren oplopen. En dan met zulke blaren weer in je schoenen moeten stappen. Ik doe er alles aan dat te voorkomen.” Een uitdaging op zich. Zijn vochthuishouding op orde houden is essentieel: water drinken dus. Daarnaast hoopt Tom blarenvrij te blijven door teensokken (speciaal in Amerika besteld) te dragen. Ademende hoezen over zijn schoenen moeten er voor zorgen dat zand buiten blijft.

Met deze voorbereiding verwacht hij de race te kunnen uitlopen. Ook op zijn verlanglijstje: genieten. En: bij de eerste honderd eindigen.