Wie een ritje weigert, riskeert nu een boete

De Amsterdamse taxibranche stond jaren slecht bekend Sinds vorig jaar gelden nieuwe regels Dat helpt, bleek vrijdag tijdens een grote controle

Vrijdagnacht deelden handhavers van Stadstoezicht en de politie tientallen boetes en waarschuwingen uit. Foto Roger Cremers

Ineens hebben alle taxichauffeurs bij het Centraal Station in Amsterdam last van allergie. Dat gebeurt zodra ze zien dat Walter en Daniëlle een hond bij zich hebben als ze in willen stappen. En geen kleintje ook: een Japanse Kishu. Probeer dat zwarte busje, wijzen de chauffeurs. Nee, daar mogen ze evenmin in. Ook allergisch.

De ‘allergische’ chauffeurs hebben pech deze nacht. Walter Tonkens en Daniëlle Moll zijn geen gewone klanten, maar mystery guests, die de gedragingen van chauffeurs controleren. En honden mag je niet weigeren zonder goede reden, volgens de lokale taxiverordening.

Grootscheepse controle

In de nacht van vrijdag op zaterdag hebben vijftig medewerkers van Stadstoezicht, de Belastingdienst, de politie en ander ambtelijke diensten een grootscheepse controle gehouden op de naleving van de Amsterdamse taxiverordening. Die werd opgesteld om de rampzalige dienstverlening in de Amsterdamse taxibranche te verbeteren en is sinds vorig jaar van kracht. Sindsdien mogen alleen zogeheten ‘toegelaten taxiorganisaties’ (TTO’s) – Amsterdam heeft er twaalf – klanten oppikken in de stad. Rotterdam heeft het systeem van TTO’s nu ook ingevoerd, Den Haag is bezig hetzelfde te doen.

Fred Schara en Metin Tetik stappen in het kleinste Volkswagen Polootje dat in de garage staat. De medewerkers van Stadstoezicht rijden de hele nacht door de binnenstad om een oog te houden op de actie. Tien over twaalf wordt de eerste aanhouding gemeld. „Dat begint goed”, zegt Tetik.

In de driekwart jaar dat de verordening van kracht is, is zeker vooruitgang geboekt, zeggen de toezichthouders. Ze durven zeventig procent van de chauffeurs inmiddels „goed” te noemen. Goed wil zeggen dat ze zich beleefd gedragen tegen klanten, geen ritten weigeren – ook niet als die naar hun zin te kort zijn – dat ze niet omrijden en dat hun meter duidelijk zichtbaar in de auto is.

Vandaag stuurt burgemeester Van der Laan een tussenrapportage naar de gemeenteraad. Daarin zal, verwacht zijn woordvoerder, „een voorzichtige verbetering” in het oordeel van de klanten zichtbaar zijn.

Naast het Polootje stopt een taxi. Ze rollen hun raam omlaag. „Zijn jullie weer bezig”, vraagt de chauffeur met een grijns. De actie was gisteren al uitgelekt onder de chauffeurs. „Hoezo, bezig”, zegt Tetik met een uitgestreken gezicht. „Hij is een van de goeien”, zegt Schara.

Taxibedrijven zijn minder argwanend geworden ten aanzien van de gemeente, zegt Tetik. Vannacht gaan vertegenwoordigers van de TTO’s zelfs mee met de actie.

Op de Leidsekade komt een Nissan achteruit gescheurd. Hij draait een lege plek in. „Snorder”, zeggen Schara en Tetik tegen elkaar. „Honderd procent.” „Was het een Marokkaantje?”

Snorders, chauffeurs die illegaal hun diensten aanbieden, zijn een groeiend fenomeen in de stad. Schara onderscheidt drie groepen: de chauffeurs uit Zuidoost, waar vrijwel geen gewone taxi’s rijden, de gelukszoekers in de binnenstad, die vooral in het weekend zwart willen bijverdienen en de echte bendes: jongens die klanten ronselen op het Leidseplein. Zij rijden in versleten auto’s, verkopen drugs en nepdrugs en als het even tegenzit, beroven ze hun klanten. Als ze weer een versleten auto wegtakelen, wrijven de handhavers in hun handen.

In de pauze halverwege de nacht worden ervaringen uitgewisseld. Taxichauffeurs die geen wisselgeld geven. Auto’s waar de meter is weggestopt. Een jonge chauffeur die de meter ‘per ongeluk’ op dubbel tarief had gezet. Lomp gedrag. Geen bonnetje geven. Dat laatste gebeurt het meest.

Toch nog een beetje actie

Even na drieën proberen Walter Tonkens en Daniëlle Moll nog eens met hun hond een taxi in te komen. Bijna lukt het, maar als de chauffeur omloopt, deinst hij achteruit. „Is het een blindegeleidehond”, vraagt hij. „Dat maakt niet uit”, zegt Moll. Maar ze komen er niet in. „Ga”, zegt Tetik in zijn portofoon. Een dienstauto trekt op tot aan de taxistandplaats. Tonkens en Moll staan net te overleggen bij de volgende hoofdschuddende chauffeur. Totdat die ziet dat een groepje handhavers de standplaats op loopt. „Hij schopte ons gewoon met hond en al de bus in”, zal Tonkens later zeggen als de mystery guests terug zijn van een heel kort ritje; want dat is de tweede proef die de chauffeur moet doorstaan.

De eerste chauffeur probeert een beroep te doen op hondenallergie. „Heeft u een briefje van de dokter”, vraagt de agent terwijl hij rustig verder schrijft aan zijn boete.

„Toch nog een beetje actie gehad”, zegt Tetik, want het zal verder een rustige nacht blijven. Eigenlijk een goed teken, zegt Schara. „Wij moeten hen helpen goede chauffeurs te worden. En kennelijk begint het te lukken.”

    • Bas Blokker