Voor de wetenschap (en voor in de sushi)

Vandaag oordeelt het Internationaal Gerechtshof over Japanse walvisvaart // Onder het mom van wetenschap doodt het land vele walvissen // Die worden gegeten

De walvisvloot is net aan zijn lange terugreis naar Japan begonnen. De harpoenschepen Yushin Maru, Yushin Maru 2, Yushin Maru 3 en de drijvende walvisverwerkingsfabriek Nisshin Maru doorkruisten de afgelopen drie maanden de ijskoude wateren rond de Zuidpool. Op jacht naar walvissen, misschien wel voor de laatste keer.

Vandaag zal het Internationaal Gerechtshof oordelen over de jaarlijkse Japanse walvisvangst in dat gebied. Er wordt wereldwijd uitgekeken naar de uitspraak van de rechtbank van de Verenigde Naties. Al sinds 2010 buigen de zestien rechters in het Haagse Vredespaleis zich over de vraag of de walvisvaart van Japan in strijd is met internationale afspraken.

De Japanse walvisvloot stoomt elk jaar vanuit de haven van Shimonoseki op naar de Zuidelijke Oceaan. De zee rond de Zuidpool zit vol krill, het favoriete voedsel van baleinwalvissen. Vinvissen en bultruggen eten dagelijks honderden kilo’s krill. Als de walvissen tussen het eten door adem halen aan de oppervlakte, komen ze in het vizier van de harpoenkanonnen van de walvisjagers. In de punt van de harpoenen zit een granaat. Na een voltreffer ontploft de granaat in het lijf van de walvis. De hevig bloedende dieren – in een walvis zit veel bloed – worden vervolgens aan boord van de Nisshin Maru getakeld.

Het verwerkingsschip is voor de walvisvangst gebouwd. Een deel van de achterkant van de boot loopt schuin af, tot aan het wateroppervlak. Via de helling worden de duizenden kilo’s wegende walvissen aan dek gesleept. Daarna hakt de bemanning de dieren in stukken en wordt het vlees ingevroren.

De Japanse walvisvangst kent een lange traditie. Net als veel andere landen had Japan tussen de zeventiende en twintigste eeuw een grote walvisvloot. Er werd zo veel gejaagd, dat walvissen in hun voortbestaan werden bedreigd. In 1946 richtten 15 landen met een walvisvloot – waaronder Nederland – de International Whaling Commission op. De IWC bepaalde voortaan hoeveel walvissen haar leden mochten vangen.

De besluiten werden niet zonder slag of stoot geaccepteerd. Na de Tweede Wereldoorlog was walvisvlees een belangrijk voedingsmiddel voor de straatarme Japanse bevolking. Tot wel 50 procent van al het vlees dat in het land werd gegeten, was walvisvlees. De Japanners waren niet de enigen die zich verzetten. In 1959 stapte Nederland tijdelijk uit de commissie om de walvisvaarders ongehinderd hun gang te laten gaan.

Walvisbiefstuk en walvisbacon

Maar de tijdsgeest veranderde. Natuurbescherming werd in de jaren 70 een maatschappelijk thema. Bovendien was de walvisvangst niet rendabel. Door de eeuwenlange jacht was op het noordelijk halfrond nauwelijks meer een walvis te vinden. Bij de Zuidpool zwommen er nog wel veel – maar dat was maanden varen. In 1964 voer de laatste Nederlandse walvisvaarder uit. Toen duidelijk werd dat het aantal walvissen verder afnam, stelde de IWC in 1986 een tijdelijk verbod in op het vangen van walvissen. Dat moratorium is nog steeds van kracht.

Het verbod is niet waterdicht. Vangst voor wetenschappelijke doeleinden is wél geoorloofd. Japan maakte al snel gebruik van die mogelijkheid. Op de schepen die de afgelopen maanden jacht maakten op 983 antarctische dwergvinvissen, 50 vinvissen en 50 bultruggen, stond dan ook groot ‘research’ geschilderd. Alleen door veel walvissen te vangen is de populatie goed in beeld te brengen, stelt de Japanse regering.

Die zegt ook dat onderzoek moet aantonen dat „duurzame walvisvangst” mogelijk is. Maar volgens talrijke critici fungeert het onderzoek als dekmantel voor commerciële walvisvangst. De gedode walvissen leveren in Japan veel geld op. Uit een intern rapport van het instituut dat de Japanse walvisvangst coördineert bleek dat het Institute of Cetacean Research in 2013 voor 2 miljard yen (14 miljoen euro) aan vlees van beschermde walvissen had verkocht.

Ook van het vlees van de walvissen die de afgelopen maanden zijn gevangen, zal in dure restaurants sushi worden gemaakt. De staartvin geldt als delicatesse. In Japanse winkels wordt onder meer walvisbiefstuk en walvisbacon verkocht. Sommige schoolkinderen krijgen walvisvlees als lunch voorgeschoteld.

De verkoop van het vlees is niet verboden. De IWC stelt zelfs dat walvissen die gedood worden voor onderzoek „zo veel als mogelijk moeten worden verwerkt”. De Japanse maritiem bioloog Ayako Okubo zegt dat het zogenaamde wetenschappelijke programma wordt gebruikt om „de gevestigde belangen” van de walvisindustrie te beschermen.

Een hoop lichaamsdelen

Er zijn maar weinig landen die geloven dat Japan serieus onderzoek doet. Australië is een van de landen die het felst protesteren tegen de walvisvangst. Australië had tot diep in de jaren 70 een walvisvloot. Tegenwoordig betalen toeristen er grof geld om op zee naar springende bultruggen te kijken. Zwempartijtjes met dwergvinvissen bij het Groot Barrièrerif zijn ook populair. Het walvistoerisme is goed voor 300 miljoen Australische dollar (zo’n 200 miljoen euro) per jaar.

Australië voert al jaren een diplomatiek offensief tegen Japan. Australië ziet de Zuidpool als zijn achtertuin en wil daar geen jachtpartijen. De kustwateren van het gebied werden een paar jaar geleden uitgeroepen tot walvisreservaat. Japan erkent die claim niet en viste verder.

In 2010 besloot de Australische regering de legitimiteit van de Japanse walvisvangst in de Zuidelijke Oceaan aan het Internationale Gerechtshof voor te leggen. Vorig jaar juni stonden Japan en Australië tegenover elkaar in Den Haag. De Australische advocaten namen het Japanse onderzoek onder vuur. Het programma zou bestaan „uit een hoop lichaamsdelen van een groot aantal dode walvissen” en dienen als „bedrijfsmodel”.

Volgens de Japanse advocaten en deskundigen levert het onderzoek wel degelijk belangrijke inzichten op. Volgens de Japanse regering maakt de walvisvaart en het eten van walvisvlees deel uit van de Japanse cultuur. Het Australische protest zou op emoties zijn gebaseerd. Japanse regeringsfunctionarissen zeiden dat zij ook niet protesteren tegen het feit dat Australiërs kangoeroes eten – hoewel dat geen beschermde dieren zijn.

Het leeuwendeel van het Japanse walvisvlees is afkomstig uit het gebied bij de zuidpool. De uitspraak morgen is dus uitermate belangrijk voor Japan. Zowel Australië als Japan heeft verklaard zich bij de uitspraak van het Internationale Gerechtshof neer te zullen leggen. Een beroep tegen het vonnis is niet mogelijk.

Maar Japan heeft er al voorzichtig op gehint dat het weleens uit de IWC zou kunnen stappen. Daarmee zou het land ook niet meer aan de regels van de commissie zijn gebonden en gewoon door kunnen jagen.

    • Dolf de Groot