Column

Eruit gepikt

Een anoniem nummer, meestal iets om te vermijden. In een vlaag van optimisme opgenomen. „We komen bij u langs.” Volgens de mevrouw aan de lijn ging het om een steekproef, maar het is lastig geloven dat alles wordt geadministreerd, om je vervolgens ‘toevallig’ te selecteren.

Op de bewuste ochtend dacht ik aan Kafka, hoe diens Josef K. in Het proces wordt gearresteerd, zonder dat hij weet waarvoor – als een nummer in een Lotto-bak wordt hij eruit gepikt.

Ik ruimde op, verstopte lege bier- en wijnflessen. Mijn schone was hing ik juist uit, kanten slipjes goed in het zicht, ik zou ze eens laten zien dat ze ongewenst mijn territorium binnendrongen.

Ik legde het verzameld werk van Kafka op tafel en wachtte.

Voor de deur stonden twee vrouwen. Ze stelden zich voor met indrukwekkend lange namen. De een had een beenbrede riem om haar middel, de ander droeg een leren jack. Ze hadden allebei opvallend getrainde wenkbrauwen, de bossigste waren het mooist. Ze wilden wel thee en bij gebrek aan servies bood ik de enige mokken die matchten, dankzij hun overeenkomstig thema ‘Zee’.

De ene mevrouw wilde even van het toilet gebruikmaken. Waarschijnlijk om mijn tandenborstels te tellen, te checken of ik niet stiekem met zes man woon. Ze zei dat ik een mooie badkamer had. De ander prees het feit dat ik de dag met hardlopen begon. Ik vermoedde een val, zo aardig allemaal.

Ze vroegen naar mijn inkomsten, wilden bewijs van geleverd werk zien. Ik schoof de stoel onder mijn boekenkast om er papieren bij te halen, kranten, tijdschriften.

Ze opperden dat ik een stuk gelukkiger zou zijn wanneer ik voortaan een „overzichtelijk Excelletje” bijhield.

Ze vroegen waar mijn boek over ging. „Over een vrouw die de marathon in een boerka rent.”

Ze trokken hun mooie wenkbrauwen op, precies waarvoor ze getrimd waren. Ik haastte me te zeggen dat het over veel meer ging.

„Het lijkt me warm”, zei de één.

Toen ik haar kaartje kreeg, vroeg ik waarom ze deed wat ze deed. „Het is hartstikke leuk werk. Het is niet meer zoals vroeger, dan móest je na een controle per se correcties doorvoeren. We zijn er niet langer op uit om te straffen, we zijn er ook om voorlichting te geven.”

Ik bood ze nog een kopje thee aan, liep naar de keuken en stootte in het voorbijgaan per ongeluk tegen mijn wastoren aan. Er viel ondergoed af, slipjes als gewonde papegaaitjes op de grond.

„En je moet een beetje van cijfertjes houden natuurlijk”, vervolgde de ander onbewogen.

Ik schonk hun zeemokken bij.

Het kon ze echt geen donder schelen wie ik was. Ik was voor hen nog niet eens een ‘Simone van S.’. Ik bleek een nummer – en gelukkig houden ze daar bij de Belastingdienst wel van.