Richtlijn: iedere 55+ aan de statines

Bijna alle gezonde mannen van 55 jaar of ouder en tweederde van alle vrouwen van die leeftijd zouden cholesterolverlagende statines moeten gaan slikken als de strenge Amerikaanse richtlijnen hier zouden worden ingevoerd. Dat concluderen onderzoekers onder leiding van hoogleraar preventieve geneeskunde Oscar Franco van het Erasmus MC in Rotterdam in een artikel in het Journal of the American Medical Association. Ze rekenden uit wat de Amerikaanse richtlijnen zouden betekenen voor de bijna 5.000 deelnemers aan de zogeheten Rotterdam studie.

„Een alarmerende uitkomst”, zegt Franco in een telefonische toelichting. „Het laat zien dat de risicofactoren voor cardiovasculaire ziekten in de laatste jaren snel zijn toegenomen.”

Het idee achter de richtlijnen is dat als mensen preventief cholesterolverlagers slikken zij later minder hart- en vaatziekten krijgen. Met een goede kosten-batenafweging kan worden bepaald welke mensen daarvoor in aanmerking komen.

Na lang steggelen over de criteria heeft het American College of Cardiology en de American Heart Association vorig jaar een richtlijn opgesteld. Die schrijft voor dat iedereen tussen iedereen tussen de 40 en 75 met een flink verhoogd cholesterolniveau in het bloed of diabetes een risicoprofiel moet laten maken. En als daaruit blijkt dat het tienjaarsrisico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten boven de 7,5 procent komt, moet deze patiënt de rest van zijn of haar leven dagelijks statine gaan slikken.

Maar Franco en zijn team laten nu zien dat wanneer deze criteria worden toegepast op een groep Nederlandse ouderen, bijna iedereen aan de statines zou moeten. „Dat is wel een signaal dat we veel eerder moeten ingrijpen om te voorkomen dat het zo ver komt.”

De overheid en maatschappij moeten een gezonde leefstijl „veel meer faciliteren”, zegt Franco, om te voorkomen dat mensen later in hun leven een groter risico lopen op hart- en vaatziekten. „Statines voor iedereen zijn misschien een snelle en makkelijke oplossing, maar ik denk dat we onze aandacht beter kunnen richten op preventie.”

Maar niet iedereen trekt dezelfde conclusies. De nieuwe Amerikaanse richtlijnen overschatten duidelijk de risico’s van hart- en vaatziekten, schrijft bijvoorbeeld cardioloog Harlan Krumholz van Yale University in een redactioneel commentaar. Volgens hem plaatst het onderzoek van Franco „substantiële bedenkingen” bij de algemene geldigheid van de risico-inschattingen voor hart- en vaatziekten. Krumholz vindt de richtlijnen „te paternalistisch”, en ze zouden wat hem betreft meer „informatief” moeten worden opgevat in plaats „dicteren” wat de patiënt moet doen. Er is nog zoveel onzekerheid dat artsen de aanbevelingen die uit de richtlijnen voortkomen moeten gebruiken om in overleg met hun patiënt te besluiten welke behandeling voor hun situatie het beste is, schrijft Krumholz.

Franco vindt dat vreemd. „Ik zou niet twijfelen aan de geldigheid van deze richtlijnen. Een commissie van topartsen heeft er vijf jaar lang aan gewerkt. En ik denk ook niet dat de Europese populatie zo anders is dat de Amerikaanse criteria hier te hoog zouden uitpakken.”