Het was enorm lekker. Een nostalgische smaak

‘Whale meat’ staat er in grote letters op een bord bij de ingang van Kujiraya, een populair walvisrestaurant in het centrum van Tokio. Om buitenlanders te waarschuwen? Of juist om ze te lokken? Dan werkt het uitstekend. Vier westerlingen zitten te smullen van dit in eigen land verboden voedsel. Hun tafel staat propvol met bakjes en schalen en hun gezichten stralen. Het smaakt, dat is duidelijk.

Natuurorganisaties zoals Greenpeace en International Fund for Animal Welfare kondigen al jarenlang aan dat de populariteit van walvisvlees daalt in Japan. Ze wijzen op de toenemende opslag van walvisvlees. In supermarkten en restaurants merk je daar echter niets.

„Mensen bestellen het nog altijd”, zegt manager Togura van het dichtbij Kujiraya gelegen restaurant Dozeu. „Maar het is wel een luxe geworden nu de prijzen zo hoog zijn.” Voor een schaaltje van 500 gram rauw walvisvlees vraagt het restaurant 1.800 yen, tegen de 13 euro. Bijna net zo veel als een schaal met drie keer zo veel vis.

Dozeu heeft al sinds 1840 walvisvlees op het menu staan. „Ik ben met walvisvlees opgevoed”, zegt Togura, „en ik wil niet dat het verdwijnt”. Voor Togura is het persoonlijk. Hij serveert niet enkel walvisgerechten in zijn restaurant, maar groeide ook op in een stad met walvisvaart. „Het is deel van de eetcultuur. In onze stad eten we al vele honderden jaren walvis.”

Een walvisspeciaalzaakje aan de andere kant van Tokio, nog maar twee jaar geleden opgezet, heeft ook geen tekort aan klanten. „Veel mannen kopen rauw walvisvlees als een snack voor bij de rijstwijn”, zegt verkoopster Takane Kurosaki.

Kujiraya zit zondagavond zelfs zo vol dat de manager nauwelijks tijd heeft om te praten. Jachtig legt hij uit dat de zaken goed gaan. Het volle restaurant met meer dan honderd klanten getuigt ervan.

„Het was enorm lekker”, zegt Yukinobu Abe als hij samen met zijn broer Kazuo en Kazuo’s zoon het drukke restaurant uitloopt. Het was een zeldzaam uitje voor de twee broers. „Het is een lange tijd geleden dat we walvis gegeten hebben. We aten het vroeger tijdens de schoolmaaltijd.” De 54-jarige advocaat noemt de smaak nostalgisch. Ze eten het nog maar zelden vanwege de prijs.

De twee broers zijn ervan op de hoogte dat het internationaal gerechtshof vandaag een uitspraak gaat doen. „Als de uitspraak negatief uitvalt dan gaat Japan dat vanzelfsprekend volgen”, zegt Kazuo, „maar het zou wel jammer zijn”.

„Je mag verschillende dieren natuurlijk niet vergelijken”, zegt Yukinobu, „maar ik zie niet waarom je wel varkens, koeien en kippen kunt eten en geen walvissen”. Zijn broer Kazuo valt hem onmiddellijk bij. „Als een dier met uitsterven bedreigd wordt, ja, dan is het begrijpelijk. Maar ik heb er moeite mee als intelligentie wordt aangevoerd als reden, en dat je domme dieren wel kunt eten.”

De advocaat is filosofisch over de kritiek van westerse landen op de Japanse walvisvaart. „Je moet de dingen waar je een hekel aan hebt in een andere cultuur respecteren”, zegt hij.

Hij ziet ironie in het feit dat juist westerse landen de Japanse walvisvaart willen stilleggen. „Het waren nota bene de Verenigde Staten die in de negentiende eeuw Japan dwongen haar havens te openen zodat Amerikaanse walvisvaarders hier water en voedsel konden inslaan.”