Recordduik van dolfijn van Cuvier: 3 kilometer diep

Het diepst duikende zeezoogdier is de mysterieuze dolfijn van Cuvier. Eén dolfijn van Cuvier dook tot 2.992 meter diepte. Dat record, geregistreerd met een satellietzender, is vorige week gepubliceerd in PLOS ONE.

Tot nu toe stond het diepterecord op naam van een zuidelijke zeeolifant, die 2.388 meter diep kwam.

Maar de dolfijn van Cuvier stond ook al bekend om zijn diepe duiken. Het dier is geen dolfijn, maar een ‘spitssnuitdolfijn’ (Ziphidae). Dat is een aparte groep walvisachtigen, die grofweg op dolfijnen lijken. Er bestaan ruim twintig soorten, die allemaal in de diepzee leven. Daar jagen ze op inktvis, al komen ze wel naar boven om adem te halen.

Hun levenswijze maakt spitssnuitdolfijnen notoir moeilijk te volgen. De dolfijn van Cuvier (Ziphius cavirostris) wordt relatief vaak gezien, omdat hij overal ter wereld de randen van het continentaal plat opzoekt. Van andere soorten is nauwelijks iets bekend.

In het nu gepubliceerde onderzoek zijn acht dolfijnen van Cuvier gezenderd en zo 10 dagen tot drie maanden gevolgd. Dat was een grote verbetering: in eerder onderzoek werkten zenders niet langer dan een etmaal.

De dieren brengen een groot deel van hun dag door met heel diep duiken. Ze duiken dan altijd 1 à 2 kilometer diep. Veel dieper kon ook niet: in het onderzoeksgebied bij Californië lag de zeebodem ongeveer op die diepte. De diepe duiken duren een half uur tot twee uur. Daarvan doen de spitssnuitdolfijnen er gemiddeld zeven per etmaal – ze gaan er dag en nacht mee door.

Overdag maken de dieren tussendoor ook nog duiken tussen 50 en 800 meter diepte. De onderzoekers noemden die duiken ‘ondiep’, maar beneden 200 meter zwemmen de dieren wel degelijk in de duistere diepzee.

’s Nachts lijken de dieren tussen de diepe duiken te rusten. Dan zijn ze regelmatig een half uur tot een uur aan het zeeoppervlak. Overdag zijn de dolfijnen van Cuvier daar zelden of nooit te vinden: na 2 of 3 minuten ademhalen duiken ze weer onder.