Opinie

    • Maxim Februari

Prins der duisternis

Vorig jaar arresteerde de politie in Pennsylvania de negentienjarige student Travis Clawson van Ambridge Area High School. Scholen in de hele omgeving werden geëvacueerd. Aanleiding was een telefoontje van een receptioniste naar alarmnummer 911; ze had Travis op zijn voicemail horen zeggen dat hij van plan was te gaan schieten op school.

Eenmaal gearresteerd legde Travis uit dat het bericht op zijn voicemail een citaat was van acteur en rapper Will Smith. Tekst uit de tune van de televisiecomedy ‘Fresh Prince of Bel-Air’, waarin Smith het heeft over basketball spelen op het schoolplein. ‘Shootin some b-ball outside of the school.’ Na grondige tekstinterpretatie door de politie werd Travis weer vrijgelaten.

Vorige week liet verslaggever van NOS Nieuws Jeroen Wollaers weten dat hij twee tweets had verwijderd, en Twittervolgers gevraagd had hetzelfde te doen. Bij nader inzien bleek de combinatie van twee opeenvolgende berichten namelijk niet erg gelukkig. In antwoord op de vraag of hij bij een persconferentie Obama durfde aan te spreken op de NSA, twitterde hij: ‘Ik sta maandag oog in oog met Obama en durf alles.’ Waarna hij naar huis ging, zich verheugend op het zien van een Deense serie, en twitterde: ‘Zin in The Killing.’

Taal is een gevaarlijk medium. Niet iedereen beseft dat, want terwijl alles wat je opschreef in de jaren negentig nog ‘tekst’ heette, heet tegenwoordig alles ‘analyse’. Alsof de werkelijkheid eerst komt en de schrijver haar achteraf rationeel onderzoekt. Maar in feite maak je natuurlijk maar zelden zulke onthechte analyses achteraf. Meestal schep je met je woorden een nieuwe werkelijkheid. Ik hoef alleen maar ‘citroenen’ op te schrijven en u voelt het krampen in uw kaken. Zo maak ik iedere week weer in mijn columnistieke almacht nieuws. Geschiedenis.

En tegelijk met de almacht is er de onmacht. Psychiaters waarschuwen dat taal kan leiden tot zelfverlies. Door te spreken en te schrijven geef je delen van jezelf prijs en vervolgens verlies je de controle erover. Lag ik bij Freud op de bank, dan zou ik de citroenen op zijn schaal aanzien voor delen van mijzelf, omdat ik ze net heb opgeschreven. Van schrik zou ik mijn mond verder stijf dicht houden.

Verlies van controle over je woorden is een onderbelicht fenomeen. Het kan je niet alleen overkomen als je geestesziek bent, in de politiek zit of in aanraking komt met politie, maar ook in de wetenschap en het dagelijks leven. Je zegt wat, en de woorden gaan er op hun eigen houtje vandoor. Het meest opzienbarend zijn de voorbeelden waarbij woorden zomaar hele personages in het leven roepen. Je kunt dat het Demogorgon-effect noemen; Demogorgon was een antieke god die werd geboren uit een schrijffout.

In de vierde eeuw na Christus schreef commentator Lactantius een noot bij een epos van de Latijnse dichter Statius. Lactantius dacht in de versregel over een hoogste wezen een verwijzing te ontdekken naar het werk van Plato. Zo’n hoogste wezen moest immers wel een platoonse ambachtsman, demiurg, demiourgos zijn, die de wereld boetseerde volgens platoonse Ideeën. In de kantlijn kwam deze verwijzing terecht onder de naam Demogorgon. Waarna Demogorgon aan een leven als god begon.

De god was al gauw de lieveling van de culturele elite. Geen zichzelf respecterend schrijver die niet over hem schreef: Boccaccio, Milton, Shelley, Voltaire. In de Middeleeuwen was Demogorgon nog een welwillende schepper; een oppergod, bijna onzichtbaar, verscholen achter wolken. Maar naarmate de Renaissance oprukte werd hij steeds enger. Aardser. Een heidense Demon-Gorgon: terror-demon. Tot hij in The Faerie Queene van Edmund Spenser opduikt als ‘a bold bad man’, de boze Grote Gorgon. ‘Prince of darkness and dead night’.

Zo worden tal van wezens geboren uit een verhaspeling. In Tweede Luitenant Kije van sovjetschrijver Tynjanov ontstaat een hele luitenant uit een schrijffout. In een negentiende eeuws verhaal van Johann Peter Hebel ontstaat een Herr Kannitverstan uit het onvermogen van Nederlanders om met Duitsers te praten. In mijn jeugd had ik een buurvrouw bij wie ’s nachts op het raam werd geklopt. ‘Wie is daar?’ riep ze. ‘Ik.’ ‘Ik ken geen Dick.’ U ziet het. De zaak interesseert me. Ik verzamel gevallen waarin woordvoorstellingen en zaakvoorstellingen door elkaar worden geklutst, zoals Freud zou zeggen. Dat is ongetwijfeld een teken van geestesziekte, maar het komt ook voort uit de overtuiging dat mijn taal de wereld en het gedrag van anderen niet zozeer beschrijft en beoordeelt maar schept. Niks analyse. Mijn woord is een grote kale man die ervandoor gaat met de lezer.

    • Maxim Februari