Panic button

Vorige week legde algemeen directeur Joost de Wit van Vitesse zijn voormalige baas, de Georgiër Merab Jordania, een stadionverbod voor drie jaar op. De Wit voelde zich al langere tijd bedreigd door de vroegere ‘eigenaar’ van de club omdat die in een woedeaanval in het bijzijn van medewerkers had geroepen dat hij de vingers van Joost de Wit eraf wilde snijden.

I cut off his fingers.”

Wie de Georgiër een beetje kende wist dat hij dit niet letterlijk bedoelde. Zelf was ik er op een trainingskamp in het Turkse Belek ooit getuige van hoe een vriend van Jordania een hand op de grote kont van toenmalig commercieel directeur Marie-Jose Helle legde, waarna deze uitriep dat ze getrouwd was.

Then I have to shoot your husband”, was het antwoord.

Een Georgisch grapje.

Joost de Wit geloofde niet in humor en deed aangifte bij de Arnhemse politie, waar hij de namen van – toen nog – persvoorlichter Ester Bal en directiesecretaresse Jacqueline achterliet. Zij hadden Jordania ook horen schreeuwen over de vingers van Joost de Wit en daarvan verslag gedaan op kantoor. De twee probeerden de algemeen directeur aan het verstand te brengen dat Jordania in hun ogen niet echt zijn vingers eraf wilde snijden, maar werden toch gedwongen de tocht naar het politiebureau te maken teneinde een verklaring af te leggen.

Nadat hij de tip had gekregen dat er twee beruchte Georgische criminelen in Nederland zouden zijn, raakte de algemeen directeur ervan overtuigd dat zijn laatste uren waren aangebroken. Na overleg met de politie kreeg hij een panic button, waar hij bij dreiging op kon drukken, en er kwamen twee beveiligers die hem onopvallend in de gaten hielden.

Ester Bal en Jacqueline, die beiden een goede band met Jordania hadden, kregen de opdracht te zwijgen over dit alles. Het lukte de persvoorlichter zelfs de boel stil te houden nadat Jordania het verhaal – hangend boven een fruitsalade – had verteld aan drie journalisten, van wie ik er zelf een was.

He really thinks I cut off his fingers….!”

Daarna tegen ons: „Do you think I have to go to jail?”

We stelden hem gerust met de woorden dat een aangifte in Nederland niet direct tot een straf leidde en dat de politie het aantal aangiftes de laatste tijd sowieso niet kon verwerken. Opgelucht waggelde de aangeschoten Georgiër naar buiten.

Geconfronteerd met het verhaal vroeg Ester Bal om voorlopig niet te publiceren. Ze maakte zich zorgen over Joost de Wit.

„Geloof jij dat dan van die vingers?”, vroeg ik.

„Nee, ik ben bang voor een hartaanval”, was het antwoord toen.

Een paar dagen later werd ze ontslagen door de algemeen directeur die haar liet kiezen tussen een rechtszaak of een afkoopsom met een non disclosure overeenkomst, hetgeen in hield dat ze niets meer over de huidige directie mocht zeggen.

„Ik heb de mond op slot”, zei Ester Bal, toen ik haar later toch weer lastig viel met vragen over de vingers van Joost de Wit.

„Ga maar naar Jopie (zo wordt Joost de Wit bij Vitesse genoemd) met je vraagjes, ik reageer nergens op. Ik praat alleen maar over mijn katten, de kleinste heeft gisteravond de hele tijd op schoot gelegen.”

Algemeen directeur Joost de Wit zat ongemakkelijk te wiebelen op zijn stoel in zijn werkkamer op Papendal, waar hij me daags voor de thuiswedstrijd tegen SC Heerenveen (2-2 ) had uitgenodigd voor „een pot koffie”. Hij was door alle commotie rond het ontslag van zijn persvoorlichter vergeten om er een lekker stuk taart bij te serveren, een doodzonde voor een banketbakkerszoon.

Omdat hij wist dat ik het over Jordania wilde hebben, had hij zich laten adviseren door een duur extern communicatiebureau, want een persvoorlichter had hij helaas niet meer.

„Ze zeggen dat ik ‘geen commentaar’ moet zeggen, maar ik knoop er aan vast dat het heel heftig is allemaal.”

Hij voegde eraan toe dat al die veiligheidsmaatregelen niet voor niets waren – „Ik ben geen bange broekenpoeper, heus niet” – en dat hij weigerde te wijken voor bedreigingen. Hij was van het type dat stierf in het harnas, in zijn geval een maatpak met Vitesse-logo.

Hij keek me strijdbaar aan en trommelde met zijn vingers op zijn bureau, ik had het vermoeden dat die een week later nog steeds aan zijn hand zouden zitten.

    • Marcels Vitesse