Oude jazz vindt in elke generatie weer een nieuwe markt

De toekomst van de jazz ligt in het verleden, stelde jazztrompettist Wynton Marsalis begin jaren negentig. Dat werd hem, destijds vooral door zijn eigen aanstormende generatie jazzmusici, niet in dank afgenomen. Maar als je kijkt naar de verkoop van jazzmuziek, had Marsalis wel gelijk.

Het prestigieuze Amerikaanse jazzlabel Blue Note is de viering van zijn 75ste verjaardag begonnen met een knal: honderd legendarische albums worden opnieuw op vinyl (‘back to black’) uitgebracht. Persingen van hoge kwaliteit met authentieke reproducties van de iconische hoezen. „De allure van vinylalbums is op dit moment te sterk om te negeren”, zegt Blue Note-opperhoofd Don Was. Dit weekend verschenen de eerste vijf heruitgaven in de zogeheten Blue Note 100: Art Blakey’s Free For All, John Coltrane’s Blue Train, Eric Dolphy’s Out To Lunch, Wayne Shorters Speak No Evil en Larry Youngs Unity. Per maand verschijnen er steeds vijf ‘nieuwe’.

De herpersingen zijn goed nieuws voor de liefhebber, zelfs al zijn de meeste belangwekkende platen inmiddels al tig keer opnieuw uitgebracht. Het deed mij terugdenken aan wat de vermaarde Bruce Lundvall, die het jazzlabel Blue Note járen runde, eens vertelde in een interview: „Voor deze muziek bestaat altijd – twintig, dertig jaar later – weer een markt.” Lundvall blies, in navolging van oprichters Alfred Lion en Frank Wolff, Blue Note in 1985 nieuw leven in door klassiekers her uit te geven met in het oog springende hoezen, onontdekt materiaal op cd uit te brengen en een nieuwe lading artiesten te tekenen op basis van gut feeling - onder wie Norah Jones. U weet vast nog hoe haar debuut acht Grammy’s opleverde.

De nieuwe generatie jazzmusici heeft het idee dat ze alleen met het verleden concurreren, sprak Lundvall toen, tien jaar terug, aan zijn bureau op het hoofdkantoor in New York. Jong talent beklaagde zich erover: liefhebbers kopen eerder een album van Charlie Parker dan van een nieuwkomer. En dat is ook niet zo gek, stelde de nu gepensioneerde Lundvall. „Wie heeft geleerd naar jazz te luisteren raakt verslaafd en blijft er zijn hele leven naar luisteren. Je luistert John Coltrane, gaat naar Charlie Parker en duikt steeds verder de geschiedenis in. Nu alles te krijgen is, neemt de consument eerder iets ouds tot zich dan iets nieuws. Het is alsof dode musici als Charlie ‘Bird’ Parker nog leven. Voor jonge artiesten is dat frustrerend.”

De Blue Note 100 leidt overigens wel tot een lekkere discussie, begonnen in The New York Times. Wie ontbreekt erin? Hoogst subjectief natuurlijk, zo’n lijst: van bestseller tot persoonlijk favoriet.