Opgeruimd staat netjes, vinden ze op Facebook

Twee overvallers zijn vrijdag doodgeschoten in een juwelierszaak. Er is veel begrip voor burgers die ‘terugslaan’.

Juwelierszaak Goldies in Deurne na het onderzoek Foto’s ANP

Ze verdienen een „bloemetje”, een „lintje” of zelfs „een standbeeld”. Het juweliersechtpaar dat vrijdagavond twee overvallers doodde, zijn helden op sociale media. Duizenden mensen spraken dit weekend hun bewondering uit voor de actie van het echtpaar uit Deurne. Enkele uren na de mislukte overval werden op Facebook pagina’s opgericht met titels als ‘Ik sta achter juwelier Goldies’ (6.833 likes) en ‘Vrijspraak voor de vrouw van de juwelier uit Deurne’ (36.659 likes).

Enkele reacties:

„Eindelijk mensen die niet met zich laten sollen.”

„Zij heeft tenminste iets gedaan wat wij allemaal willen, namelijk ons eigen goed verdedigen tegen dat criminele tuig.”

„Opgeruimd staat netjes.”

Hoewel de politie nog bezig is met onderzoek naar het voorval, krijgen de schietende juweliers in elk geval op internet veel bijval. Wat betekenen die reacties? Is het normaal geworden om het recht in eigen hand te nemen?

Deurne is in elk geval niet de eerste zaak waarbij een inbreker of overvaller mikpunt wordt van geweld. Vorig jaar overleed een man die had ingebroken in een Amsterdams sportcomplex. De vier beveiligers die hem betrapten, zouden hem zo hebben mishandeld dat hij in coma raakte. Daarvoor was er een incident met supermarktmedewerkers die een overvaller mishandelden. Ook moest een kroegbaas voor de rechter verschijnen omdat hij een inbreker had neergeslagen. In 2012 overleed een inbreker in Diessen nadat hij in gevecht raakte met de bewoner. Het valt niet te zeggen of burgers vaker voor eigen rechter spelen, omdat het Openbaar Ministerie dat niet bijhoudt.

Geweld tegen criminelen roept bij burgers een begripvolle houding op, zegt hoogleraar Veiligheid en Burgerschap Hans Boutellier van de Vrije Universiteit Amsterdam. Dat is altijd al zo geweest. Het nieuwe eraan, zegt hij, is dat burgers deze onderbuikgevoelens nu massaal uiten. „Er is ruimte ontstaan om het onderbuikgevoel direct openbaar te maken. Dat komt omdat het dankzij internet makkelijker kan, en omdat er een klimaat heerst waarin het mag. Het is op internet zo ongeveer de norm je eerste, ongenuanceerde reactie te uiten.”

Bovendien is de houding ten aanzien van het slachtoffer van een misdrijf veranderd. Die mag tegenwoordig „wat meer terugdoen”, zegt Boutellier. „Veel mensen vinden: wanneer je iets wordt aangedaan, heb je het recht om daarop te reageren.”

Volgens de hoogleraar wordt dit gevoel bevestigd door politici die het openlijk opnemen voor burgers die inbrekers belagen. Zo zei minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) eerder dat hij er geen bezwaar tegen heeft „als je een klap uitdeelt aan iemand die je hele hebben en houwen vernielt”. Van premier Rutte (VVD) mogen mensen een inbreker „een paar ferme tikken” geven, en VVD-staatssecretaris Fred Teeven zei nadat een man een inbreker had doodgeslagen dat dit nou eenmaal het ‘inbrekersrisico’ is.

„Dit soort uitspraken dragen bij aan een legitimering van geweld”, vindt hoogleraar Boutellier. Strafrechtadvocaat Sidney Smeets is het met hem eens. „Doordat ministers dit soort dingen zeggen, krijgen mensen het idee dat ze het recht hebben om hun eigen huis en haard te verdedigen. Terwijl de rechter er lang niet altijd zo over denkt. Een verontrustende ontwikkeling.”

Volgens Smeets moet de politiek juist duidelijk maken aan burgers dat ze zich niet gewapend moeten verdedigen. „Als we dat allemaal zouden doen, krijgen we een Wild West-achtige samenleving waarbij iedereen op elkaar gaat schieten. Dat kan helemaal misgaan. In de Verenigde Staten zijn gevallen bekend waarbij een vader zijn zoon doodschoot omdat hij dacht dat het een inbreker was.”

De opmerking die staatssecretaris Fred Teeven twee jaar geleden maakte over het ‘inbrekersrisico’ ging dit weekend rond over internet. Een van de mensen die reageerde, begreep niet waarom het juweliersechtpaar uit Deurne is aangemerkt als verdachte: „Jezelf verdedigen mocht toch van Teeven?”