Column

Krkic en Bojan

De spits van Ajax is 1 meter 70. De Twentse verdedigers keken gistermiddag op zijn kruin.

Bojan is zijn naam. Maar Krkic is ook

goed. Bojan Krkic mag ook, als je niet

kunt kiezen. In de klank van de twee namen zitten zijn uitersten als voetballer verborgen. Bojan en Krkic hebben niets gemeen. Het zijn elkaars tegenpolen.

Ik heb in deze Spaans-Servische huurling van FC Barcelona maandenlang alleen maar Krkic gezien. Krkic doet denken aan het geluid als je voetje voor voetje op een oude, droge plank over een slootje probeert te komen. Midden boven het water is het: „Krk!”

Krkic is iets wat kapot gaat. Het scheurt, het knakt, het gaat dwars doormidden. Ik herinner me wedstrijden waarin Krkic in de eerste helft al werd vervangen. Na een stevige schouderduw van een tegenstander sloeg de zielig ogende Ajax-speler uit het lood.

Au aan de knie, au aan de hamstring.

Ajax-volgers klagen over het gebrek aan stootkracht in de voorste linie. Cynici melden dat Ajax al tijden zonder echte spits speelt. Ze hebben een punt. Ik hou ook van gevaarlijke spitsen. Bij de Amsterdamse club liepen ze voorheen van het jeugdhonk meteen door naar de kleedkamer van Ajax 1.

In de eerste helft tegen FC Twente verloor de kleine Krkic een kopduel in het strafschopgebied. Kansloos. Waarom moest deze kleine speler op die plek staan? Hij had ‘het’ niet, die Krkic. Met die slaapkamerogen, dat kapsel van een koorknaap. En waarom droeg hij lange mouwen in de Arena terwijl de lente in de lucht hing?

Gaandeweg gooide Krkic het juk van ongeluk van zich af. Hij bleef weg uit de spits en werd op het middenveld meer in het spel betrokken.

Ik zag het gebeuren: Krkic werd Bojan.

Bojan. Het klinkt ronder, voller ook; ‘Bo’ zoals het Franse beau. Zijn bewegingen werden sierlijker. Hij nam de lege plek in die Christian Eriksen na zijn vertrek naar Engeland had achtergelaten. Bojan – want zo noem ik hem nu – verdeelde het spel van Ajax.

De achteloosheid van Bojans pass aan de opkomende Van Rhijn leidde het tweede doelpunt van Ajax in. Het was een meesterzet. Hij speelde die bal zoals je een loper op het schaakbord gedecideerd vanuit het niets naar voren schuift.

Bojan schoot met zijn rechtervoet zelf de 3-0 in het doel. Niet lang daarna werd hij gewisseld. Bojan liep naar de zijlijn, gleed met zijn hand over het gras en kuste vervolgens zijn vingers. Een kruisje toe.

Dit was een mooie voetbaldag van de kleine Ajax-spits. Hij was een echte Bojan. Ik hoop dat iedereen het gezien heeft.

De volgende wedstrijd kan hij weer volslagen Krkic zijn.