Jansons risicoloos in Mozart en gloedvol in Bruckner

De grootste maestro’s hebben zwakke plekken. Zo lijkt Mariss Jansons geen raad te weten met 18de-eeuws repertoire. Woensdag kreeg het Celloconcert in C van Haydn een uiterst beleefde en dus oersaaie uitvoering. Mozarts Derde Vioolconcert verging het vrijdag net iets beter.

Het hielp dat violist Frank Peter Zimmermann een stevige toon heeft en daarmee het orkest aanspoorde tot accenten. Maar zijn markante vibrato en frasering leidden in het dromerige Adagio weer tot ontnuchtering. Hoewel Jansons de middenstemmen zorgvuldig uitlichtte, nam hij – anders dan Zimmermann – nergens risico’s. Resultaat: een getemde Mozart.

De laatromantische symfonieën van Bruckner vallen wel binnen Jansons’ domein. Toch moesten orkest en dirigent op stoom komen voor de komende Bruckner-tournee. Ook de Zevende symfonie kende momenten waar perfectionist Jansons de controle verloor; zo was de puls zoek in het aanzwellende slot van deel één, dat juist onvermijdelijk moet klinken.

Niettemin zat een vertrouwd bruckneriaans toporkest op het podium, meteen vanaf de gloedvolle cellomelodie die in talrijke ronkende schakeringen telkens terugkeerde. De perfect afgestemde wagnertuba’s zorgden in het Adagio voor kippenvel opwekkende sonoriteit. Jansons leidde een luchtige en gedetailleerde finale, die aanstekelijk werd voortgestuwd door de bassen en afgerond met een harde, glorieuze koperclimax.

    • Floris Don