Fraser-effect? Zo’n reeks is geen toeval

Met Henk Fraser als coach is ADO al zeven duels ongeslagen. Toeval? Nee, denkt hij zelf. Zijn geheim: hechte linies. „We waren eerst elf eilandjes.”

Bij te veel lof voelt hij zich ongemakkelijk. Alsof hij over het water kwam aanlopen en met magische krachten het tij keerde. Maar aan de andere kant: zijn succes berust ook niet op toeval. Critici mogen dat denken, maar zelf weet hij beter. Toeval is een bal die via de binnenkant van de paal uit het doel stuit, op een beslissend moment. Niet een reeks van zeven ongeslagen duels. Dan is er meer aan de hand: een patroon.

Dit is zo ongeveer hoe Henk Fraser denkt over het feit dat hij al zeven duels ongeslagen is als hoofdtrainer van ADO Den Haag. Gisteren scheelde het een haar of die reeks was doorbroken, maar in de slotfase van ADO-PEC Zwolle vergat Fred Benson de gasten naar de winst te schieten vanuit zeer kansrijke positie. En dus bleef het 1-1 in het Kyocera Stadion, daar waar degradatievrees heeft plaatsgemaakt voor hoop.

En dat alles door Fraser? Sinds hij begin februari werd aangesteld als opvolger van de ontslagen Maurice Steijn, die hij in de tweeënhalf jaar ervoor assisteerde, heeft ADO niet meer verloren. Was dat te voorspellen? Wel vaker gebeurt het dat clubs een reeks goede resultaten neerzetten, ogenschijnlijk uit het niets.

PSV bijvoorbeeld, dat langdurig zwalkte, maar tot afgelopen weekend acht duels op rij wist te winnen. Toeval of niet: de thuisnederlaag tegen Groningen (2-3) was de eerste wedstrijd waarin coach Phillip Cocu niet in de dug-out zat. Hij herstelt van een operatie waarbij een tumor uit zijn rug werd verwijderd. Speelde zijn afwezigheid PSV parten? „Ongetwijfeld”, zei verdediger Karim Rekik tegenover sportzender Fox. Ook al zou dat bij een prof niet mogen, benadrukte de verdediger die fors in de fout ging bij een Gronings doelpunt.

Ook bijzonder was de prestatie van Jan van Staa in het seizoen 2005-2006, als interim-coach van FC Twente. Hij verving Rini Coolen in de winterstop en prompt volgden zes overwinningen en één gelijkspel. Het Jan van Staa-effect was geboren.

De mondige assistent dankte zijn succesreeks aan de positieve wijze waarop hij zijn spelers benaderde. De meest onzekere spelers gaf hij zoveel vertrouwen dat ze boven zichzelf uitstegen. Van Staa nam de druk weg, stelde toenmalig verdediger Ramon Zomer in de documentaire Het Jan van Staa-effect. „Op vrijdag had ik al last van spanning, maar na de training zei Jan dat ik niet met de wedstrijd bezig moest zijn. Pas 24 uur later weer, als ik op de club kwam. Ik had daar baat bij.”

Net als Van Staa is het ook Fraser gelukt om een slecht presterende ploeg op de rails te krijgen. Niet eens door heel grote aanpassingen door te voeren. Zo kiest hij vrijwel voor dezelfde elf spelers als Steijn. Wel heeft de voormalige voorstopper van Feyenoord de tactiek gewijzigd. Waar Steijn zinde op aanvallend combinatiespel, legt Fraser de nadruk op verdedigen. ADO speelt nu compacter, zoals dat in voetbaljargon heet. Aanvoerder Danny Holla: „Alle linies staan dicht op elkaar. Als een ploeggenoot wordt uitgespeeld, kunnen we elkaar direct helpen. Hiervoor kon dat niet. Toen vormden we elf eilandjes in het veld.”

De statistieken bevestigen de verandering die Fraser heeft doorgevoerd. Uit een analyse van databureau Opta blijkt dat er in vergelijking met de periode onder Steijn meer intercepties van de bal zijn en meer geslaagde tackles. Ook krijgt ADO per duel drie schoten minder op doel tegen (nu 10,7).

Maar het percentage gewonnen persoonlijke duels is exact hetzelfde. Onder Steijn wonnen de spelers 50,85 procent van hun duels, onder Fraser 50,86. Dat zegt dus niets. Ook zijn eigen voormalige speelstijl zegt niks over het succes. Dat misverstand wil Fraser graag de wereld uit hebben. Hij noemt het onzinnig, de gedachte dat hij zijn spelers de opdracht geeft om net zo hard en gemeen te spelen zoals hij zelf vroeger deed. „Ik hou van winnaars, maar dat heeft er niks mee te maken. Of voetbal oorlog is? Nee, die uitspraak is gedateerd. Vroeger wel, maar door alle camera’s is het fysieke aspect minder geworden.”

Fraser denkt niet dat spelers ontzag voor hem hebben. Tot op heden heeft hij het nog niet laten donderen in het Kyocera Stadion. Reagerend op een uitspraak van voormalig bondscoach Max Merkel, die stelde dat de ware trainer werkt met zweepslagen en suikerklontjes, zegt hij: „Nu gebruik ik vooral suikerklontjes. Maar de zweep heb ik achter de hand, voor als het echt nodig is.”

Frasers succes is onbetwistbaar, maar de reeks is ook (iets) vertekend. Als de nucleaire top in Den Haag er niet was geweest had ADO vorige week een uitwedstrijd tegen Twente gespeeld. Die wordt woensdag ingehaald: de ultieme test om te kijken of we het ook daarna nog over het Fraser-effect hebben.

    • Fabian van der Poll