En zo vergaat die bloeiende weide

Als de koe de megastal in gaat, verdwijnt ook haar grasland, waarschuwt Joost Hartog.

1 april 2015 stopt na ruim dertig jaar de melkquotering. Een magische datum, niet alleen voor de melkveehouders. Natuurminnend Nederland ziet met pijn in het hart toe hoe meer en meer megastallen verrijzen. Zal er straks nog een koe in de wei te zien zijn? Een ramp is aanstaande: niet alleen de koe verdwijnt uit de weide, ook de weide zelf verdwijnt.

Niet lang geleden kende Nederland een rijke traditie van bloeiende weides. Zover het oog reikte zag je bloemen, bijen, vlinders, vogels. Voor veel weidevogels is Nederland de broedkamer: ruim de helft van alle Europese grutto’s broedt in onze weides. Maar vandaag de dag is slechts vier procent van de één miljoen hectare grasland nog bloemrijk. Het verdwijnen van de rijke weide is een belangrijke oorzaak voor de deplorabele staat van de biodiversiteit in ons land. 85 procent van de oorspronkelijke natuurlijke rijkdom is verdwenen. Nog een paar cijfers: in de afgelopen vijftig jaar is 61 procent van alle boerenlandvogels verdwenen. Veldleeuwerik: afname 96 procent. Patrijs: afname 93 procent. Grutto: afname 68 procent.

Waarom concentreert het debat zich op het al dan niet weiden van de koe, terwijl de weide zelf in het geding is? Het antwoord ligt in de manier waarop we met voedsel omgaan. We hebben ontzag voor de massa-export en zijn verwend met spotgoedkope zuivel. Innovatie richt zich op kostenbesparing in plaats van kwaliteitsverbetering.

De efficiënte massaproductie heeft Nederland tot de derde melkexporteur van de wereld gebracht. We verschepen vijf miljard kilo melk per jaar, bijna de helft van wat onze koeien leveren. Boeren heeft het echter niet veel geholpen. Klem tussen hoge voerkosten en lage melkprijzen leggen steeds meer melkveehouders het loodje. Alleen wie almaar meer produceert, overleeft. Voor de weide betekent dat: sloten dempen om percelen te vergroten, bloemrijke weides doodspuiten en omploegen tot grasakkers, en zo vaak maaien als mogelijk.

Onze zuivelindustrie staat met het afschaffen van de melkquota op een tweesplitsing. Kiezen we voor massaproductie? Of kiezen we voor kwaliteit en duurzaamheid waarin melkveehouderij grondgebonden blijft? Dan kan een belangrijk deel van het grasland weer natuurlijke, bloemrijke weide worden.

Een groeiend aantal consumenten geeft aan liever voedsel te hebben dat lekker smaakt, gezond is en eerlijk wordt geproduceerd. Ze willen best wat meer betalen. Nu al laten enkele honderden weidevogelboeren zien dat moderne bedrijfsvoering prima samen kan gaan met het onderhouden van een natuurlijker weide. Zij zouden ons in principe al heel wat eerlijke zuivel kunnen geven. Maar noodgedwongen moeten ze vaak nog leveren aan de algemene stroom gangbare melk, die voor een habbekrats in de supermarktschappen staat.

De omschakeling naar melkproductie die wél ons landschap spaart, is heel goed mogelijk. We kunnen op de korte termijn de bestaande aantallen weidevogels behouden. Wat is er nodig? Een paar duizend boeren, gezamenlijk goed voor 200.000 hectare grasland. Als zij op hun bedrijf weer rekening kunnen houden met weidevogels door de rijke weide terug te brengen, redden we weidevogels én de weide.

De omschakeling is alleen mogelijk als de grote spelers een stap naar voren doen. Zuivelcoöperatie Friesland Campina, investeerder Rabobank en supermarktketens als Jumbo en Albert Heijn bepalen immers hoe onze zuivel wordt geproduceerd. En dus hoe ons landschap eruit ziet. Zij kunnen de rijke weide terugbrengen.

    • Joost Hartog