Dromen over futuristisch design

Model Sonja Bakker met kachelpijpcollier en -armband van Gijs Bakker / Emmy van Leersum (’67). Foto Matthijs Schrofer

Hoe lang geleden is 47 jaar geleden? Is het wel verleden tijd? Of toch toekomst? De show van Gijs+Emmy in het Stedelijk Museum gooit je gevoel voor chronologie in de war.

Het lekkere aan deze show is dat hij dingen laat zien uit 1967, maar die dingen lijken nog steeds heel modern, soms zelfs nog steeds futuristisch, terwijl andere tijdloos zijn geworden. Klassiek.

Gijs+Emmy zijn Gijs Bakker (1942) en Emmy van Leersum (1930-1984), twee sieraadontwerpers die in 1967 in het Stedelijk deelnamen aan de tentoonstelling edelsmeden 3. Dat was een groepstentoonstelling, die dus werk van meer ontwerpers toonde, maar de bijdrage van Bakker en Van Leersum was zo overweldigend dat hij al snel ‘de show van Gijs en Emmy’ werd genoemd. Wie de andere ontwerpers waren, wordt op de huidige tentoonstelling in het Stedelijk, die nu echt De show van Gijs+Emmy heet, niet eens genoemd.

De tentoonstelling begon toen met een modeshow, de eerste ooit in het Stedelijk. De getoonde sieraden waren volkomen anders dan wat toen de norm was – en nu nog is. Ze waren niet altijd gemaakt van kostbare materialen en hadden eenvoudige geometrische vormen, die soms geïnspireerd waren op dingen uit andere domeinen, zoals een lepel of een kachelpijp. Sommige sieraden waren zo groot dat je ze geen versiering meer kon noemen, ze waren hoofdzaak geworden. Op edelsmeden 3 exposeerde het tweetal onder meer een aantal aluminium kragen, waar een jurk aan vast was gemaakt.

Na de tentoonstelling in het Stedelijk gingen Van Leersum en Bakker nog verder op de ingeslagen weg. Ze maakten sieraden die in grote oplages konden worden gemaakt, in een abstract geometrische stijl. En ze gingen kleding maken, die bestond uit variaties op een soort strakke zachte hulzen van witte of zwarte kunststof waar hoepels of halve cirkels in gestopt konden worden op plaatsen die scharnieren als ellebogen en knieën. Ook kon je een lichaamsdeel in de etalage zetten, en blote borsten exposeren, of juist verbergen achter een rechthoekig of rond opzetstuk.

Die kleding ziet er nu aandoenlijk belachelijk uit en dat is eigenlijk treurig. In de mode is iedereen conservatief. De ontwerpers hulden zich vaak in hun eigen creaties. Ze werden toen in de kranten „mensen uit het jaar 2000” genoemd. Het jaar 2000 is nu alweer veertien jaar geleden. Futurisme is ook al nostalgie.

Emmy van Leersum is vroeg overleden, Gijs Bakker is altijd met succes doorgegaan, zij het niet in de abstracte geometrie en de belachelijke pakken. Hij was in de jaren negentig een van de oprichters van Droog Design.

De presentatie van de compacte tentoonstelling, waarmee conservator vormgeving Marjan Boot afscheid neemt van het Stedelijk Museum, is voorbeeldig – een weldadige mix van documentatie en esthetiek. De lange vitrine waarin de armbanden worden gepresenteerd die telkens maar miniem van elkaar verschillen, maakt van al die sieraden samen een soort kunstwerk.

In de jaren zestig exposeerden Van Leersum en Bakker niet alleen in het Stedelijk, maar ook in galeries als die van Riekje Swart, waar geestverwante kunstenaars hun werk toonden. Nu zijn de sieraden weer terug in hun eigen hok. Dat opheffen van de grenzen tussen kunst en design is slechts een van de dromen die in de jaren zestig even opwindende werkelijkheid leken te worden dankzij kunstenaars als Gijs Bakker en Emmy van Leersum, maar die toch vooral een mooie droom zijn gebleven.

    • Bianca Stigter