Degradatie mannenteam verhoogt malheur Laren

Leden bespreken vanavond toekomst van Gooise club in nood

Degradatie uit de hoofdklasse hockey is een feit.Spelers van Laren verlaten teleurgesteld het veld. Foto Maarten Hartman

Financiële tegenslag en sportieve malheur gaan vaak samen. Bij de Larensche Mixed Hockey Club (LMHC) is het niet anders. De vereniging kampt met grote financiële problemen en heeft clementie van leden en geldschieter ABN Amro nodig om een faillissement te voorkomen.

Sportief is het drama al geschied. De vrouwen van Laren hebben zich gekwalificeerd voor de play-offs maar de mannen zijn dit weekend kansloos gedegradeerd uit de hoofdklasse, na twee nederlagen. Daarmee viel ook sportief het doek voor de club die sinds de laatste twaalf jaar kosten noch moeite bespaarde om aansluiting te vinden met de nationale hockeytop.

Met veel geld van sponsors rond de club werden de afgelopen jaren tal van buitenlandse topspelers naar Laren gelokt. Maar de netto-opbrengst is nihil: de club slaagde er niet in de landstitel te veroveren. Ondanks alle investeringen hield Laren met de grootste moeite sportief het hoofd boven water, terwijl het financieel grote risico’s nam.

Voor de mannencoach van Laren, Bert Bunnik, is duidelijk dat het Nederlandse tophockey voor een deel is gebouwd op drijfzand. Hij wijst niet alleen op Laren, dat hij een half seizoen onder zijn hoede had, maar ook op veel andere hoofdklasseclubs.

„Het opportunisme heeft geregeerd”, zegt hij enkele uren na de degradatie. „Dat maakt nu plaats voor realisme. En dat doet pijn.” Volgens Bunnik, voormalig technisch directeur van de hockeybond, maken de clubs te veel gebruik van sponsors om spelers te kunnen betalen. „Mijn grote zorg is dat heel veel verenigingen met incidenteel geld dingen doen die van structurele aard zijn. Dat kun je niet doen. Als een sponsor failliet gaat is de consequentie dat het doorlopende contract van een speler gaat drukken op het reguliere budget van de vereniging. En dat budget is de contributie van de leden.”

Spelers die onder contract staan voor bedragen boven de 50.000 euro, het zijn geen uitzonderingen meer in een sport die maar een zeer eenzijdige inkomstenbron heeft. „Je haalt nooit miljoenen op met hockey”, zegt Bunnik. „Hockey is niet veel op tv, het genereert niet veel geld voor sponsors, toeschouwers betalen niet om een wedstrijd te zien. Het leeuwendeel van de toeschouwers is familie of mensen die net zelf hebben gespeeld.”

Hij vindt dat het tophockey in Nederland „terug naar af” moet, zoals al langer gebeurt in de voetbalwereld. „Het opportunisme moet plaatsmaken voor realisme. De kwaliteit van de jeugdopleiding moet omhoog, de aanvoer naar het eerste mannenteam moet goed worden geregeld, met een echt topsportbeleid.”

Laren is niet de enige club niet kampt met financiële problemen. Bij HC Rotterdam bijvoorbeeld, is het bestuur ook bezig met saneren. Uit de begroting over het lopende competitiejaar blijkt dat de uitgaven met 15 procent zijn gedaald. Daardoor maakt de club weer winst. Dat geld is nodig „om de schulden af te bouwen”. Saillant detail: ook in Rotterdam is ABN Amro financier en hoofdsponsor.

De cijfers van Laren en Rotterdam laten zien dat het tophockey kampt met een serieus probleem. Het afgelopen decennium zijn clubs steeds meer gaan uitgeven, met name aan salarissen voor (buitenlandse) topspelers. Die kosten zijn alleen maar te dragen door goede sponsors. En die worden door de toenemende crisis steeds schaarser. „En veel andere inkomsten zijn er niet”, zegt bondsdirecteur Johan Wakkie.

In Laren voelen de clubleden nu pas goed hoe wankel de basis is in deze sport. Zelfs als een faillissement kan worden voorkomen, dan staat tophockey is het Gooise dorp onder druk. Het bestuur van de club wil de breedtesport voorrang geven en zet alle kaarten op de eigen jeugd.

Hoe moeilijk dat is, blijkt uit de neergang van Klein Zwitserland. De voormalige Haagse topclub, die ooit de kampioenschappen aan elkaar reeg, ging enkele jaren geleden bijna failliet, was gedwongen het budget terug te schroeven en bungelt nu met het mannenteam onderaan de overgangsklasse.

Sportief zijn de vooruitzichten voor Laren dus niet goed. Maar de club zal eerst het vege lijf moeten redden. Het woord is aan de leden. Vanavond geeft het bestuur de leden uitleg over de situatie. ABN Amro is bereid om de helft van de bankschuld van 800.000 euro kwijt te schelden. Maar dan moeten de leden wel een bedrag van 300.000 euro ophoesten. Dat komt neer op 200 euro per lid, jong en oud.

De gevolgen voor de club zijn dramatisch als een substantieel deel van de leden niet wil meewerken. Als zij tijdig hun lidmaatschap opzeggen, kunnen ze niet gedwongen worden om de contributieverhoging te betalen. Op dat moment is Laren afhankelijk van de goedertierenheid van ABN Amro of een andere geldschieter. Er lopen in het Gooi genoeg kapitaalkrachtige mensen rond die de club kunnen redden. De vraag is of ze dat ook willen.

    • Jan Meeus
    • Rob Schoof