De Uitspraak: Hoe lang mag Justitie een zaak laten liggen voordat de rechter het beu wordt?

Hoe lang mag de officier van justitie een strafzaak laten liggen voordat de rechter het beu wordt? Met commentaar van NJB-experts Joep Lindeman, universitair docent strafrecht in Utrecht en Benno de Boer, cassatieadvocaat in strafzaken bij Cleerdin & Hamer advocaten in Amsterdam.

De Zaak. In januari 2010 wordt in een woning een inval gedaan en een hennepplantage ontdekt. De kennelijk verantwoordelijke, een vrouw, wordt in voorlopige hechtenis genomen. De politie telde 488 planten. Na enige tijd wordt zij vrijgelaten, in afwachting van de vervolging. Daarna wordt het echter doodstil.
De advocaat van de vrouw belt vele malen met het parket om naar het vervolg van de zaak te informeren. Steevast luidt het antwoord dat er geen zaak tegen de verdachte in de administratie gevonden kan worden. Er wordt gezocht op naam, geboorteplaats, verblijfplaats en op  proces-verbaalnummer. Het lijkt na verloop van tijd zeker dat het openbaar ministerie geen strafzaak zal aanspannen.
In januari 2014 krijgt de verdachte echter onverwacht toch een dagvaarding. De advocaat protesteert bij de rechter. Hij wil het openbaar ministerie niet ontvankelijk laten verklaren: de zaak mag dan niet worden doorgezet, maar vervalt officieel.
Welke argumenten heeft de advocaat? Een verdachte vier jaar laten wachten op de behandeling van zijn zaak is in strijd met artikel 6 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens. Daarin wordt iedere burger een eerlijk proces gegarandeerd. Ook is de handelwijze van de overheid in strijd met de beginselen van een goede procesorde, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel. De burger moet kunnen vertrouwen op uitlatingen of gedragingen van de overheid.
 Welke belangen van de verdachte zouden zijn geschonden? De advocaat heeft tijdens het strafrechtelijk onderzoek dat kennelijk toch plaats vond, geen wensen kunnen indienen. Bijvoorbeeld het laten horen van getuigen. En omdat het parket steeds mondeling liet weten dat er ‘geen zaak’ bestond, was het ook niet mogelijk om een officiële verklaring van niet verdere vervolging aan te vragen, waarmee de kwestie officieel zou zijn gesloten. Er leek  immers helemaal geen vervolging te zijn.
Hoe pleit de officier? Die zegt dat dit inderdaad een ‘oude zaak’ is. Volgens vast gebruik kan  in de straf dan alleen rekening worden gehouden met de lange duur. Maar de officier zegt ook dat dat de enige sanctie op treuzelen is. Verder is de zaak pas twee jaar na de inval, in 2012 onder de aandacht gekomen, gezien het nummer van het dossier dat op een 12 eindigt. „In de tussentijd heeft de zaak waarschijnlijk wel ergens op het parket gelegen, maar waar dat is geweest is niet meer na te gaan.”
Hoe oordeelt de rechtbank? Die is het eens met de advocaat en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk. Dit is niet alleen een overschrijding van de redelijke termijn, maar ook een schending van het opgewekte vertrouwen. Dat de advocaat geen verklaring vroeg waarmee de zaak officieel zou zijn gesloten kon helemaal niet geëist worden. Het OM was immers zelf het dossier tussen 2010 en 2012 kennelijk kwijt. Alles bijeen een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde. De zaak wordt dus niet behandeld, de verdachte gaat vrijuit.

Lees hier de uitspraak (ecli:nl:rbhno:2014:1128) ECLI:NL:RBNHO:2014:1128

 

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.

    • Folkert Jensma