Begin een mediaoorlog tegen Poetin

De propaganda van Poetin doet niet onder voor die van de sovjets. Overlaad de Russen daarom met feiten, betoogt Robert van Voren.

Illustratie Taylor Jones

Sinds de crisis in Oekraïne uitliep op een fundamenteel conflict tussen bevolking en een regering van ‘oplichters en zwendelaars’ hebben Russische vrienden mij steeds dringender gevraagd om verwijzingen naar onafhankelijke media om zo de ontwikkelingen te kunnen volgen. Gaandeweg werden de Russische media steeds propagandistischer en verdraaiden ze de feiten zodanig dat de berichtgeving alle realiteitszin verloor.

In het Westen was de berichtgeving aanvankelijk schaars. Slechts een kleine groep journalisten volgde de ontwikkelingen. Niemand kon zich voorstellen dat de Maidan niet alleen zou leiden tot Janoekovitsj’ ondergang, maar ook tot een niet verklaarde oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Naarmate de crisis erger werd, werd de aandacht groter. Tegelijkertijd ging de aandacht vooral uit naar vermeende ‘extremisten’ op de Maidan.

Ik ben de laatste maanden zelf veelvuldig ter plaatse geweest. Ik heb gezien hoe veel van de berichtgeving over vermeende ‘extremisten’ niet strookte met hetgeen zich werkelijk afspeelde. Ik zag een echte volksopstand, geleid door de eerste post-sovjetgeneratie welke er genoeg van had om door een stelend regime te worden behandeld als vee. Ik zag een goed georganiseerde machinerie, geleid door demonstranten uit alle lagen van de bevolking. Ik zag demonstranten van arme afkomst, veelal uit de provincie, en andere die in luxe auto’s arriveerden, gekleed in driedelig pak, die hun kofferbak openden en daar hun helm en knuppel uit tevoorschijn toverden. Dit is een revolutie met een omvang zoals deze regio sinds februari 1917 niet heeft gezien. Slechts weinigen zijn zich ervan bewust dat we ooggetuige zijn van het sluitstuk van het sovjettijdperk, en dat wat we nu zien datgene is wat we in 1990-1991 vreesden, maar wat nooit geschiedde. Gedeeltelijk moet dit worden verklaard door het succes van Poetins massale aanval op onafhankelijke media. Russen worden 24 uur per etmaal onderworpen aan propaganda die in niets afwijkt van die uit het sovjettijdperk.

Ja, mensen kunnen vrij reizen en hebben (nog) vrij toegang tot het internet. Maar veruit de meeste Russen reizen niet en maken geen gebruik van het internet, en wanneer je de hele dag door wordt bestookt met propaganda is het moeilijk daar weerstand aan te bieden. Langzamerhand begint men te geloven dat er werkelijk veel radicale extremisten c.q. fascisten aanwezig zijn op de Maidan, dat het Russisch sprekende gedeelte van de bevolking in gevaar is en dat het land wordt bestuurd door een neofascistisch regime.

Vaak nodig ik Russische vrienden uit om naar het Maidanplein te komen om alles met eigen ogen te aanschouwen. Het antwoord is vrijwel altijd: „Maar ik ben een Rus, ze zullen mij in elkaar slaan.” Of: „Ik kan daar niet verschijnen met een Russische vlag, dan word ik aangevallen.” Maar wat ze niet weten is dat Russische Afghanistan-veteranen deelnemen aan de verdediging van het Maidanplein, dat er net zo veel Russische vlaggen te zien zijn als bijvoorbeeld van Georgië en van de Krim-Tataren, dat een van de bataljons op het Maidanplein een ‘Joodse eenheid’ is en de interim premier van Joodse afkomst is.

De propaganda van Poetin is er gedeeltelijk op gericht tweedracht te zaaien tussen het Oekraïens sprekend gedeelte van de bevolking en het Russisch sprekende deel. Dat is het argument dat gebruikt wordt om de invasie op de Krim te rechtvaardigen. Dat is het argument, gebruikt door grote groepen Russen die de grens in het oosten oversteken om ‘lokale verdedigingsgroepen’ te vormen om het ‘fascistische regime’ in Kiev te bevechten.

We weten allemaal dat het nonsens is, maar toch doen we weinig – of te weinig - om die propaganda te keren. De meeste radio- en tv-uitzendingen vinden in het Oekraïens plaats, met slechts hier en daar een interview of samenvatting in het Russisch. Mensen in het oosten moeten hun eigen onafhankelijke media hebben, in hun eigen Russische taal. Zij moeten zien dat het inderdaad niks uitmaakt en dat hun taal dezelfde waarde heeft als het Oekraïens. Maar wat nog belangrijker is: de mensen in Rusland zelf moeten 24/7 toegang hebben tot onafhankelijke berichtgeving in het Russisch, in plaats van te moeten zoeken op het internet of door te luisteren naar de Russische uitzending van onder meer de BBC. Want de BBC is en blijft ‘vreemd’. Het is niet ‘eigen’, het is niet Oekraïens. Het moeten Oekraïners zijn die hun eigen volk informeren, zowel in hun eigen taal als in het Russisch, 24 uur per dag. Dit tekort kan gemakkelijk worden tenietgedaan, en het is niet te laat. De crisis in Oekraïne is nog lang niet over: het is waarschijnlijk pas het begin. En het is temeer belangrijk omdat wat er nu met Oekraïne gebeurt het voorportaal is van wat er nog gaat komen: het einde van het Sovjettijdperk in Rusland zelf.

Ja, tegenwoordig wordt dit Poetinisme genoemd en lijkt het meer en meer op een nationaal-socialistisch bewind, maar eigenlijk is het Poetinisme de laatste etappe van het sovjetisme. Mensen in Rusland moeten worden geïnformeerd. Zij moeten kunnen inzien dat zij nimmer een normaal leven kunnen leiden totdat zij zich verlost hebben van deze criminele bende.

De enige manier om dit te bewerkstelligen is een mediaoorlog te ontketenen. Wat Poetin kan kunnen wij ook. Maar we moeten terugslaan met betrouwbare informatie en met feiten, en niet met propaganda. We moeten klaarstaan voor het moment dat de vrijheid eindelijk Rusland zelf bereikt.

    • Robert van Voren