Austerlitz Zorgt. Voor zichzelf

Austerlitz Eet. Rijdt. Klust. Beweegt. Het dorp voorziet in de eigen behoeftes. Dicht bij huis, zoals het zuinige kabinet-Rutte het graag ziet.

Leden van de plaatselijke zorgcoörperatie eten samen bij dorpshuis ’t Trefpunt in Austerlitz. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Berry van Kaam is verpleegkundige geweest, ze heeft zes zoons grootgebracht en haar grootste hobby was schilderen. Nu loopt ze met een rollator en is ze meestal vergeten dat ze 86 is en twee keer per dag thuiszorg krijgt. Ze weet nog wel heel precies hoe ze haar auto kwijtraakte. Een van haar zoons zei: zal ik hem voor je in de garage zetten, mama? „Had ik dat maar nooit gedaan”, zegt ze met een glimlachje. Haar zoon nam de auto mee, hij zei dat ze te oud was om nog te rijden. „Hij heeft wel gelijk. Je wordt toch wat minder vlug in je reacties.”

In haar woonplaats Austerlitz, tussen Amersfoort en Utrecht, was dat – tot voor kort – het moment dat de meeste ouderen graag vóór wilden zijn. Ze wilden dan allang verhuisd zijn naar een serviceflat of aanleunwoning in Zeist, de gemeente waar Austerlitz bij hoort. Want als je niet meer kon autorijden, zat je in Austerlitz wel heel geïsoleerd.

Aan het begin van de negentiende eeuw was Austerlitz een legerkamp van Napoleon, nu is het een dorp van nog geen vijftienhonderd inwoners – midden in de bossen. Een huisarts was er al jaren niet meer, de meeste winkels zijn verdwenen, de bibliotheekbus werd wegbezuinigd.

Maar de ouderen van Austerlitz denken nu anders. Sinds vorig jaar is er een coöperatie van eigen inwoners, Austerlitz Zorgt, die zorg aan huis, vervoer en aandacht regelt voor de dorpelingen. Er is een ‘dorpsondersteuner’ die bij ouderen langsgaat en vrijwilligers werft, een ‘zorgcoördinator’ voor wie verpleging nodig heeft. Samen zijn zij het ‘dorpsteam’ – met een huisarts. Een van de eerste successen van de coöperatie: er is weer een dokter die spreekuur houdt in Austerlitz en er komt een tweede.

Al in 2007 kwam uit een ‘leefbaarheidsonderzoek’, door de vereniging Austerlitz’ Belang, dat het dorp graag eigen zorgvoorzieningen wilde hebben, en vooral ook seniorenwoningen. Maar de gemeente werkte daar nauwelijks aan, tot ergernis van Jan Snijders en Jan Smelik. Snijders, met pensioen, had als organisatieadviseur voor zorginstellingen gewerkt. Smelik is eigenaar van een marketingadviesbureau voor de gezondheidszorg. Ze gingen langs bij zorgcoöperaties in de Brabantse dorpen Hoogeloon en Elsendorp – zo wilden zij het ook.

Snijders werd voorzitter van de coöperatie, Smelik secretaris. En al snel was in Austerlitz een veel groter deel van de inwoners lid dan in die andere twee dorpen: ruim een derde.

„We weten soms niet wat ons overkomt”, zegt Snijders. De ene na de andere gemeente of bewonersgroep wil langskomen of vraagt een lezing. Austerlitz Zorgt organiseerde in het najaar een symposium waarvoor de zaal te klein bleek. Toen ze net begonnen, zegt Smelik, vond de gemeente het idee onzinnig: Zeist had alles, waarom moest er nóg een loket komen in een van de dorpskerntjes? „En nu stond ons initiatief in de verkiezingsprogramma’s van VVD, GroenLinks, SP en Nieuw Democratisch Zeist.”

Knokken

Het verhaal van Austerlitz past ook bij wat dit kabinet-Rutte wil: zorg zo goedkoop mogelijk in de buurten en wijken zelf organiseren – al is lang niet zeker dat in andere gemeentes lukt wat Austerlitz Zorgt voor elkaar krijgt. „Wij zijn hier gewend om voor onszelf te knokken”, zegt Frans Emmink (71), vroeger meteoroloog bij het KNMI.

Hij zit aan een lange tafel in dorpshuis ’t Trefpunt, met zijn vrouw Ina (76) en haar vriendin Trui Oerlemans (76) – en tegenover Berry van Kaam. Het is de tweewekelijkse dineravond van de coöperatie: Austerlitz Eet. Er is uiensoep met kaas, stoofschotel van kippenbout en gebakken appel, gekarameliseerde banaan met ijs. De kok, een vijftiger die op zoek is naar werk, is vrijwilliger van de coöperatie. Hij heeft hulp van een poelier die in de WAO zit en een scholier die zijn maatschappelijke stage doet.

„We waren van plan misschien over een paar jaar naar Zeist te verhuizen”, zegt Ina Emmink. Maar ze wisten: het is een moeilijke tijd om hun huis te verkopen. En ook in Zeist zou het niet makkelijk zijn om een plek te krijgen in een verzorgingstehuis. Ze waren samen naar de oprichtingsvergadering gegaan van Austerlitz Zorgt. „En echt: we zijn enorm opgelucht.”

Ina Emmink en Trui Oerlemans biljarten elke week samen. Ze kennen elkaar sinds 1972. In dat jaar kregen ze allebei een huis in een nieuwe straat van Austerlitz. In één keer kwamen er in het dorp 22 importgezinnen bij en dat was wennen voor de oorspronkelijke inwoners, vooral bouwvakkers en kleine zelfstandigen. Die hadden eerder wel eens rijke nieuwkomers weggepest door eieren tegen net gezeemde ramen te gooien. Austerlitz stond bekend als een arm en rood dorp, in Zeist ging het verhaal dat hun criminelen er vroeger naartoe werden verbannen.

„Wij waren met een te grote groep”, zegt Ina Emmink. „We gingen meteen ook in zoveel mogelijk besturen van verenigingen zitten”, zegt Trui. „We lieten zien: wij willen iets doen voor het dorp.” Austerlitz heeft zo’n vijftig verenigingen: voor bijna elke sport of hobby. Er is zelfs een hengelclub, al is er in de buurt geen water.

De nieuwe gezinnen deden mee toen er slagbomen voor het dorp werden neergezet in een actie tegen de gemeente Zeist, ze bouwden een dorpshuis, ze regelden een kleuterschool – eerder was er voor kleine kinderen alleen een ‘bewaarschool’ van de katholieke kerk.

Zo ontstond het dorp dat nu zo graag voor zichzelf zorgt: van ‘oude’ bewoners die gewend waren om in hun eigen bedrijfjes de zaken zelf op te knappen, en de vaak wat beter opgeleide nieuwkomers die goed voor zichzelf en Austerlitz opkomen.

Ze doen het gratis

Coöperatievoorzitter Jan Snijders verhuisde begin jaren tachtig vanuit Den Haag naar Austerlitz, secretaris Jan Smelik, uit Rotterdam, kwam in 1991. Snijders is ook voorzitter van de SV Austerlitz. Smelik was penningmeester van die sportclub en van peuterspeelzaal De Piraatjes, en hij is voorzitter van de Stichting Austerlitz Samen, die geld voor dorpsactiviteiten verzamelt. „De bestuurders worden rondgepompt in dit dorp”, zegt Snijders. „Met zo’n man of veertig runnen wij het verenigingsleven.”

Snijders en Smelik zeggen allebei: „Austerlitz Zorgt doen we niet voor onszelf.” Ze hebben al heel lang in hun hoofd dat ze terugverhuizen naar een grote stad voordat ze echt oud zijn. „Als is dat idee een beetje aan het schuiven”, zegt Snijders.

De coöperatie krijgt 25.000 euro subsidie per jaar van Zeist. Daarvan worden de dorpsondersteuner, die ook de plaatselijke fysiotherapeut is, en de dorpscoördinator betaald. De gemeente houdt geld over, denkt Snijders: de ouderen rijden vaker met vrijwilligers van de coöperatie naar het ziekenhuis dan met de regiotaxi. „Maar het ging ons nooit om bezuinigingen, het gaat om betere zorg.”

Waarom zíj voor elkaar krijgen wat de gemeente kennelijk niet lukt? „Omdat wij vrijwilligers zijn”, zegt Snijders. „En dicht bij de mensen staan. Als de gemeente zoiets probeert, zou er snel worden gedacht: het zal wel een truc zijn om te bezuinigen.”

Snijders twijfelt niet aan de toekomst, ook al is de coöperatie afhankelijk van vrijwilligers. „De vereniging waar de coöperatie uit voortkomt, Austerlitz’ Belang, bestaat al vanaf 1945. Onze fanfare bestaat al honderd jaar, de sportvereniging vanaf 1934. Er is nooit een garantie, maar ook grote zorginstellingen gaan vaak failliet.”

Gymmen

Het vervoer van de coöperatie heet Austerlitz Rijdt, het diner is Austerlitz Eet en dan is er ook nog Austerlitz Klust, als je zelf je tuin of huis niet meer kunt onderhouden, Austerlitz Beweegt voor ouderen die willen gymmen en zelfs Austerlitz Belt, een telefooncircuit waarin mensen elkaar in de gaten houden: hoe ben je de nacht doorgekomen? Vorig jaar werd er bijna zevenhonderd keer gebruik gemaakt van al die diensten.

De coöperatie wil ook bedenken hoe ze de ouderen aan de iPad krijgt, waardoor verzorgers op afstand kunnen meekijken of alles goed gaat. En hun eerste doel is nog steeds niet bereikt: voor de zorgwoningen (zo’n 35) heeft de gemeente Zeist alleen nog maar een plan, samen met de woningcoöperatie. Austerlitz Zorgt wil dat het opschiet. Snijders: „Anders pakken we het zelf aan. De gemeente voelt onze hete adem al in de nek.”

Al zit Austerlitz Zorgt er niet echt op te wachten, zegt Snijders, om huizen in bezit te hebben. Dan wordt het wel héél serieus. „Verzekeraar Achmea is ook begonnen als een coöperatie in een Fries dorp. Of denk aan de Rabobank. Woningcoöperaties waren ooit van de leden zelf. Ze zijn allemaal van het paadje afgeraakt.”

    • Petra de Koning