OM kan echtpaar alsnog vervolgen

Het was opmerkelijk snel: zaterdagavond, nauwelijks 24 uur nadat het gebeurd was, zei hoofdofficier Bart Nieuwenhuizen dat de rechter „hoogstwaarschijnlijk” geen straf zou opleggen voor het doodschieten van de twee overvallers van de juweliers in Deurne. Dus zou het OM de zaak ook niet voorleggen aan de rechter, zei Nieuwenhuizen in Nieuwsuur. Hij maakte nog een voorbehoud, hij deed zijn uitspraak „naar de huidige stand van het onderzoek”, maar dit leek het OM een geval van „gerechtvaardigde, juiste zelfverdediging” – ofwel noodweer.

De beoordeling van het OM kwam niet alleen snel, maar ook terwijl er nog veel onbekend was: van wie de twee vuurwapens waren, bijvoorbeeld, en wat er precies gebeurd was. Is het dan zo makkelijk om vast te stellen of een gewelddadige verdediging tegen een aanval inderdaad noodweer is – wat betekent dat de verdediger niet strafbaar is? En mag het OM nog van gedachte veranderen?

Om met het laatste te beginnen: hoogstwaarschijnlijk wel. Hoofdofficier Nieuwenhuizen heeft een uitdrukkelijk voorbehoud gemaakt. Dit is geen formele sepot-beslissing, maar een toelichting bij het besluit het juweliersechtpaar naar huis te laten gaan in plaats van ze nog langer vast te houden, licht een OM-woordvoerder toe. Normaal worden mensen die iemand hebben omgebracht of zwaar verwond in voorlopige hechtenis genomen: ze zitten dan vast zolang het onderzoek duurt. Dat is onbevredigend als het gaat om mensen die ongevraagd met geweld te maken hebben gekregen, en zich hebben verdedigd. Daarom krijgen deze verdachten sinds 2011 een andere behandeling. Kort gezegd worden ze niet opgesloten, maar wordt wél de zaak onderzocht. In een zogeheten aanwijzing hierover van het OM staat dat dit niet geldt als er bij de verdediging vuurwapens zijn gebruikt – dan geldt de normale procedure, inclusief meestal voorlopige hechtenis. De opmerkingen van Nieuwenhuizen moeten worden gezien als toelichting omdat het OM hier dus verder gaat dan in de aanwijzing, zegt de woordvoerder.

Eigenrichting mag soms

De definitieve beoordeling of er sprake is van noodweer is niet eenvoudig. In wezen staat de wet hier eigenrichting toe: mensen mogen lijf, leden en eigendom beschermen, en dat van een ander. Maar die eigenrichting is aan strenge grenzen gebonden: je mag je bijvoorbeeld niet tegen een dreigende aanval verdedigen, of een die al voorbij is. Een wegrennende of zelfs terugdeinzende inbreker aanvallen mag dus niet. Bovendien, en hierop stranden de meeste beroepen op noodweer, moet het gebruikte geweld subsidiair en proportioneel zijn: je kon niet anders dan geweld gebruiken (er bestaat zoiets als een vluchtplicht, maar die is zeker de laatste jaren omstreden) en dat geweld was niet te zwaar gezien het geschonden belang: iemand neerschieten omdat hij een fles melk jat mag niet, waarschijnlijk wel om een verkrachting te voorkomen. Overigens had de wetgever er ook al in 1881 begrip voor – het noodweerartikel is nooit gewijzigd – dat mensen uit angst, woede of paniek overreageren. Dat heet noodweerexces: als een gewelddadige verdediging verder gaat dan strikt noodzakelijk is, maar dat komt door de hevige emotie die de aanval teweegbracht, is de verdediger niet strafbaar.

In eerste instantie maakt het OM de afweging of een beroep van de juweliersvrouw op noodweer of noodweerexces kansrijk is. Zo ja, dan zullen ze niet vervolgen, zei Nieuwenhuizen al. De vraag is of het daarbij blijft: belanghebbenden kunnen het Hof vragen het OM te dwingen toch tot vervolging over te gaan via een zogeheten artikel 12-procedure. Dat kan bijvoorbeeld de familie van het slachtoffer zijn, zoals in het geval van Rishi, die in 2012 op Hollands Spoor door een agent werd doodgeschoten. In dit geval heeft de Bond van Wetsovertreders, die zich inzet voor gedetineerden, ex-gedetineerden en wetsovertreders, al aangekondigd zo’n procedure te starten als het OM niet tot vervolging overgaat.

    • Elsje Jorritsma