Bloedbak

Noem me sentimenteel, maar ik ging meteen op zoek naar een zakdoek: op de valreep, ver in zijn tweede kabinet, ontpopte Mark Rutte zich alsnog als minister-president van alle Nederlanders. In het Jeugdjournaal had het aandoenlijke meisje Hind verteld hoezeer ze geschrokken was van het dreigende „Minder! Minder! – zou ze nu Nederland uit moeten? De premier had zelf naar het journaal gebeld om haar voor de camera gerust te kunnen stellen. Een beetje onhandig, een beetje ambtelijk („artikel 1 in de Grondwet”), maar niemand hoefde bang te zijn om het land uitgezet te worden.

Waar is Mark Rutte? klonk het de afgelopen jaren, wanneer er weer eens iets uitzinnigs over minderheden was gezegd, wanneer er behoefte was aan een arm om onze nationale schouders. Polen, Bulgaren, moslims, homo’s, Marokkanen, zwarten, Chinezen – iedere keer dat er een appèl op onze premier werd gedaan, iedere keer dat men smachtte naar stevige woorden als tegenwicht voor de haat, gaf hij met een brede lach niet thuis. Je moest je door Wilders niet laten provoceren, het Polenmeldpunt was geen zaak voor de regering, Zwarte Piet – dat zag iedereen – was zwart. Toen Wilders tijdens Rutte I zijn veto uitsprak over verzorging van 250 ernstig gewonde Libiërs hier, omdat ze uit een ‘moslimland’ kwamen, werd het aantal haastig teruggebracht tot 52.

Geen buiging ging diep genoeg.

Het optreden van Rutte in het Jeugdjournaal was nog niet afgelopen of Wilders greep naar zijn enig overgebleven wapen: Twitter. Schandalig dat de minister-president politiek over de rug van kinderen bedreef! Goed gezien, maar het zal hem niet helpen. Mark Rutte is misschien niet ons Nationale Geweten, hij is wel onze Nationale Barometer. Geholpen door de Amerikaanse ambassadeur gaat de premier ineens voor de kill. Wilders bokst nog, maar vooral tegen zijn eigen schaduw.

Het is om de paar jaar terug naar af voor hem. Op de kandidatenlijst waarmee hij de Europese verkiezingen ingaat staat als grootste troef de ‘islamcriticus’ Hans Jansen. Hans Jansen! Het was een beetje weggezakt, maar ik moest meteen denken aan de tijd waarin het in de praatprogramma’s avond aan avond ging over in welke soera nou precies staat dat je ongelovigen mocht afslachten, de tijd waarin Jansen ‘rivieren van bloed’ voorspelde en PVV-ideoloog Martin Bosma ons uitlegde dat zelfs de meest aangepaste moslim een geharde leugenaar was vanwege de taqqiya en niet zou rusten voor de wereldkaart donkergroen was.

Misschien is er nog markt voor: de kranten staan ook weer vol met stukken over wat het juiste antwoord is op Wilders. Alsof het nog altijd 2008 is. En Abdul-Jabbar van de Ven, die tien jaar geleden Wilders dood wenste en vervolgens met Jansen een bundel schreef „in de geest van de dialoog”, is ook weer terug, met zijn hoofd vol van agressieve jihadkitsch.

Nederland als Groundhog Day. Knevel en Van den Brink staan vast te trappelen.

Maar in tegenstelling tot de commentatoren die ons nu weer gaan uitleggen dat we Wilders alleen kunnen bestrijden door de problemen in de achtergebleven wijken aan te pakken of maar weer eens verklaren dat we niet moeten wegkijken van de sociale problemen met groepen Marokkanen, heeft onze premier het beter begrepen. Het is vooral een kwestie van sentiment.

Jarenlang ging de aandacht uit naar Nederlanders die het gevoel hadden dat hun iets werd afgenomen („een gevoel van verlies”), maar het afgelopen jaar lijkt het tij gekeerd: de sympathie richt zich meer en meer op Nederlanders die het gevoel hebben dat hun iets wordt onthouden – volwaardige acceptatie als Nederlander, in de eerste plaats.

Een filmpje van BNN liet een jonge Marokkaanse Nederlander zien die met een koffertje op straat afscheid ging nemen – de Nederlanders die hij tegenkwam omhelsden hem, scholden op Wilders, wensten hem dood („wat een bloedbak is die man”) of schoten spontaan vol. De stemming is omgeslagen, zo simpel is het. Het kantelpunt kwam vorig jaar al: de Zwarte Piet-‘discussie’. Op de website van De Telegraaf lees ik over een ‘geheim beraad’ in Amsterdam over Zwarte Piet, om komend najaar ‘escalatie’ te voorkomen. Geen stem blijft ongehoord: „Aan tafel zitten Quinsy Gario, initiatiefnemer van ‘Zwarte Piet is racisme’, Dehlia Timman (D66 Amsterdam) en het Sint Nicolaas Genootschap, dat zeer pro-Zwarte Piet is. Verder wordt de mening gepeild van Het Sinterklaasjournaal, de Zwarte Pietenschool en leraren en kinderen van scholen in de Bijlmer en Enschede.”

Zakdoek!

    • Bas Heijne