WK voetbal geeft onderklasse van Brazilië gezicht

Over 75 dagen begint het WK voetbal. Zijn de Brazilianen klaar voor het grootste sportevenement? Nog niet, maar het komt volgens hen goed. Op bezoek in de favela’s, bij een socioloog en een oud-wereldkampioen.

Boven: antiterreureenheden tijdens een oefening in het stadion in Brasilia. Onder:voetbalfans bij de ingebruikname van het stadion in Manaus, deze maand. Foto’s Reuters

Vanaf het terrasje voor Bar do Wilson heeft Williams Goulart (36) goed zicht op de stoffige hoofdstraat in Vila Nova. Voorheen was hij daar als drugshandelaar alert voor de vijand. Het spel tussen de dealers en de politie wordt nu zonder hem gespeeld. De Braziliaan probeert anderen voor de fouten te behoeden die hij zelf maakte. Jongens kunnen beter gaan voetballen dan dealen, zo luidt zijn stelregel. Goulart weet hoe het is om in de favela’s van Rio de Janeiro de verkeerde route te bewandelen. Op de kortste weg naar het grote geld zag hij dood en verderf om zich heen. Vele vrienden liggen op het kerkhof. Zijn rijkdom verdampte. „Wat je snel verdient, geef je ook snel weer uit. Ik heb nu niets meer. Ik heb wel mijn eigenwaarde terug”, legt hij nippend aan een biertje uit. En dan lachend: „Maar ik ben nu te oud om nog voetballer te worden.”

Goulart praatte vorig jaar langdurig in op zijn jeugdvriend Adriano Leite Ribeiro. De voormalige spits van het nationale voetbalelftal dreigde ten onder te gaan aan drank en drugs. Zijn voetbalcarrière leek voorbij. Adriano is nu terug. Als aanvaller van Atlético Paranaense. „Prachtig om hem weer op het veld te zien”, zegt Goulart. „Of het WK een doel voor hem is?” Goulart haalt zijn schouders op. „Het WK? Nee, dat zal Adriano niet halen. Maar ook ons hier in Vila Nova zal dat toernooi weinig goeds brengen. Voetbal kan nu eenmaal niet al onze problemen oplossen.”

Protestmarsen

De Brazilianen hebben het WK in eigen land 75 dagen voor de aftrap op 12 juni in São Paulo nog niet liefdevol omarmd. Sinds de protestmarsen van vorig jaar tijdens de Confederations Cup werd het WK een symbool van de heersende corruptie. Goulart spreekt namens vele anderen als hij zegt dat zijn land de tien miljard euro beter in scholen en ziekenhuizen had kunnen steken dan in stadions en vliegvelden. Toch maakte de Seleção met het winnen van de Confederations Cup ook positieve gevoelens los. Gevoelens van trots. Het elftal van bondscoach Felipe Scolari is één van de grote titelfavorieten en kan op steun van het volk rekenen. „Natuurlijk hoop ik dat Brazilië wereldkampioen wordt”, zegt Goulart. „Ik hou van mijn land. En ja, ik ben er wel trots op dat het WK hier plaatsvindt.”

Brazilianen kijken misschien zelf met een wat negatieve blik naar hun eigen land, maar op kritiek van buitenaf zitten ze niet te wachten. Zoals een kind zijn eigen vader zal blijven verdedigen. Dat talloze deadlines niet zijn gehaald deert ze weinig. Afgelopen week paste speelstad Porto Alegre nog even wat belastingregels aan om de financiering van persfaciliteiten en de beveiliging rond te krijgen. En in verschillende steden wordt nog gewerkt aan stadions. Brazilië moet het nu eenmaal niet hebben van zijn punctualiteit. Maar dat hoeven ze van anderen niet te horen. Als de FIFA in een online magazine schrijft dat „stiptheid geen exacte wetenschap in Brazilië is” gaan de stekels overeind staan. De voetbalbond bood excuses aan. Ook een grapje van Adidas viel verkeerd. Het kledingmerk moest shirts met de opdruk van een vrouw in bikini en de tekst lookin’ to score uit de handel halen.

Op bezoek bij socioloog Ronaldo Helal in zijn appartement vlakbij de Pontifícia Universidade Católica volgt een college over de Braziliaanse voetbalcultuur. De hoogleraar probeert de haat-liefde-verhouding die de Brazilianen met het WK hebben te verklaren. „Voetbal is een wezenlijk onderdeel van onze samenleving”, legt hij uit. „Politici proberen de sport te gebruiken. Zo waren de wereldtitels in 1958 en 1962 ook de kampioenschappen voor het toenmalige dictatoriale regime. Ze zouden bijdragen aan onze nationale identiteit. Maar we moeten de impact van voetbal vandaag de dag ook niet overdrijven. Het verloren WK van 1950 was een nationaal trauma. Nu is dat anders. De prestaties van Brazilië bij het komende WK zullen geen effect hebben op de presidentsverkiezingen in oktober. Tijdens de Confederations Cup hebben we gezien dat het volk niet alles zomaar opzij zet voor een voetbaltoernooi.”

Gratis openbaar vervoer

Helal kijkt terug op de protesten waarvan de beelden vorig jaar de hele wereld over gingen. „Het is allemaal begonnen met een groep studenten die gratis openbaar vervoer wilde: Movimento Passe Livre. Velen sloten zich bij hen aan. Het gaf aan hoe diep de onvrede was. Mensen waren de corruptie zat. Dit waren spontane protesten die niemand had verwacht. Ook mijn kinderen liepen mee. Ik vroeg hun: waar protesteren jullie eigenlijk tegen? ‘Gewoon tegen alles’, luidde het antwoord. Dat is natuurlijk te vaag. Neemt niet weg dat er wel wat los is gemaakt. Maar een duidelijk doel hadden ze niet voor ogen. De protesten hadden ook geen leiders. Geen gezicht. Er is wel opgetreden tegen een aantal corrupte politici. Dat is al wat.”

Op de vraag of er deze zomer nieuwe protesten tegen het WK te verwachten zijn moet Helal het antwoord schuldig blijven. „Niemand kan daar een zinnig antwoord op geven”, zegt hij. „Maar de protesten zullen in ieder geval niet meer zo’n spontaan karakter meer hebben. Sommige groeperingen zullen de boel misschien willen opstoken. Je ziet de laatste maanden het geweld in de favela’s weer toenemen. Voor het eerst sinds tijden hoor ik hier in mijn appartement weer de kogels fluiten in de bergen van Rio. Het is moeilijk aan te geven wat daar de verklaring voor is. Kennelijk heeft niet iedereen er baat bij dat Brazilië zich tijdens het WK van zijn beste kant laat zien.”

Eén van de doelen van het WK is het trekken van toeristen. Brazilië behoort nu niet bij de twintig best bezochte landen ter wereld. Met nog tweeënhalve maand te gaan is het voor de twaalf speelsteden nog een race tegen de klok. Het internationale vliegveld van Rio de Janeiro is nog lang niet klaar om grote supportersstromen op te vangen, het stadion van São Paulo is nog een bouwplaats en de binnenstad van Belo Horizonte ligt open. Maar niemand lijkt zich zorgen te maken. De kruier van het Dayrell Hotel in Belo Horizonte lacht als hij de kamer op de twaalfde verdieping open zwaait. „Het ziet er nog allemaal een beetje oud uit”, zegt hij verontschuldigend. „Maar dat zal bij het WK anders zijn. Je bent gewoon veel te vroeg hier.”

Geen WK-koorts

De WK-koorts heerst nog niet in Brazilië. De straten van de speelsteden zijn nog niet geelgroen gekleurd. Alleen op de toegangswegen naar São Paulo hangen grote reclameposters met de gezichten van de Braziliaanse internationals. De Braziliaanse fans hebben hun blik vooralsnog gericht op het clubvoetbal. Pas als alle prijzen zijn verdeeld komt het WK tot leven. Clubs als Flamengo, Botafogo, Atlético Paranaense, Cruzeiro en Atlético Mineiro zijn nog verwikkeld in de strijd om de Copa Libertadores – de Champions League van Latijns-Amerika. In acht van de twaalf WK-stadions speelt iedere week een profteam op het hoogste niveau. In Manaus, Cuiaba, Natal en hoofdstad Brasilia is dat (nog) niet het geval. In deze vier steden wordt gevreesd voor ‘witte olifanten’ als overblijfsel van het WK.

Het Maracanã in Rio de Janeiro is overdag één van de best bezochte attracties van de stad. Honderden belangstellenden laten zich rondleiden in de catacomben van het stadion waarop op 13 juli de WK-finale plaats zal vinden. Het stadion is nu één van de modernste arena’s op aarde. De gids vertelt vol lof over de faciliteiten van het Maracanã. Maar persoonlijk heeft hij toch wel wat kritiek. Op fluistertoon hekelt de gids de exorbitante toegangsprijzen die clubs nu vaak vragen. Hij wijst naar een vak achter het doel. „Vroeger waren er goedkope plekken die iedereen kon betalen. Die zijn verdwenen.”

Toch trekt volksclub Flamengo bij thuisduels in de Copa Libertadores meer dan veertigduizend toeschouwers naar het Maracaña. Het massale gezang op de tribunes geeft een magische sfeer. In een zelfde soort ambiance hoopt Brazilië in juli de zesde wereldtitel te veroveren.

Raimundo Souza Vieira de Oliveira – voetbalnaam Raí – weet hoe het voelt om wereldkampioen te zijn. De voormalige nummer 10 deed mee op het gewonnen WK van 1994 in de VS. Sinds de ‘de wedergeboorte van Brazilië’ heeft Raí een heldenstatus. Hij besloot iets terug te doen. Samen met zijn voormalige ploeggenoot Leonardo maakt hij zich via de organisatie Gol de Letra hard voor jongeren in de favela’s van Rio en São Paulo. Raí maakt zich zorgen over de grote sociale verschillen in Brazilië. „Verschillende klassen leven volkomen langs elkaar heen. Voetbal kan ons verbinden”, zegt hij in sloppenwijk Vila Albertina van São Paulo. „Door het WK zullen sociale problemen van Brazilië in beeld komen. De onderklasse krijgt een gezicht. Dat is alleen maar goed.”