‘Wetenschap is veel creatiever dan de wildste sciencefiction’

Sciencefictionschrijvers verzinnen allerlei gadgets. „Die helpen de wetenschap niet vooruit. SF heeft het internet compleet gemist.”

Van alles ging er mis tijdens het symposium Where’s my flying car? Wetenschappers en sciencefictionschrijvers vertelden er over de relatie tussen science en sciencefiction. Van begin tot eind haperde de techniek. Een Skype-verbinding deed het niet. Een microfoon had last van astmatische ruis. Sciencefictionschrijver Catherine Asaro moest haar lezing door de telefoon geven, terwijl op het podium iemand krampachtig een mobieltje tegen de microfoon moest drukken.

Lawrence Krauss, 59 jaar, klein van stuk, vlot pratend, was bij dat symposium, anderhalve maand geleden in Chicago. „Wat er net is gebeurd, is zeer toepasselijk”, zegt hij na afloop. „Sciencefiction heeft ons veel beloofd, maar bijna niets daarvan is uitgekomen.”

Krauss is theoretisch fysicus en wetenschapspopularisator. Hij schreef onder meer het boek The Physics of Star Trek, waarin hij de (on)mogelijkheid van allerlei gadgets en technische snufjes in deze populaire Amerikaanse tv-serie bespreekt.

Dat er van de vele fantasieën in sciencefiction maar weinig in het echte leven is gematerialiseerd, bedoelt Krauss niet als kritiek. „De kern van sciencefiction is niet de vraag of de wetenschap erin klopt. Wat goede sciencefiction goed maakt, is een goed verhaal dat de lezer op een nieuwe manier over zichzelf laat nadenken.”

Hoe begon uw eigen interesse in sciencefiction?

„Ik raakte als kind geïnspireerd door het boek The Time Machine van H.G. Wells. Mijn interesse in wetenschap en sciencefiction gingen toen nog hand in hand. Was ik geïnteresseerd in sciencefiction omdat ik dat was in wetenschap? Of was het andersom? Ik denk het eerste: ik was geïnteresseerd in wetenschap, en sciencefiction was een speelse manier om me te helpen bij het nadenken over die wetenschap.”

Sciencefiction als inspiratie dus.

„Sommigen denken dat sciencefiction de wetenschap vooruit helpt, maar dat is onzin. Er is geen causaal verband tussen sciencefiction en wetenschap. Sciencefiction prikkelt onze verbeelding. Geweldig nuttig. Maar veel interessanter dan wat er is uitgekomen van sciencefiction, vind ik wat sciencefiction compleet heeft gemist.”

Zoals?

„Het belangrijkste van de afgelopen dertig jaar is niet de ontdekking van het Higgsdeeltje, maar de uitvinding van het World Wide Web, bij hetzelfde instituut in Genève trouwens: Cern. Sciencefiction heeft die uitvinding compleet gemist. Dat we informatie zo snel en gemakkelijk over de hele wereld kunnen verspreiden, heeft ons leven ingrijpend veranderd.

„Ander voorbeeld: het boek The World Set Free uit 1914 van H.G. Wells. Dat is een profetisch boek waarin hij vooruitloopt op atoomwapens. Wells was op de hoogte van het verschijnsel radioactiviteit en hij verzon een soort continu brandend atoomwapen, niet eens een echte bom. Wat hij zich voorstelde was niets vergeleken met de echte atoomwapens.”

Hoe kijkt u aan tegen een project als Mars One, dat een permanente menselijke nederzetting op Mars wil bouwen?

„Er is geen enkele wetenschappelijke reden om mensen de ruimte in te sturen. Alleen voor het avontuur, dat is alles. Veel mensen hebben zich aangemeld om naar Mars te reizen, en er zijn er nog veel meer die we maar al te graag een enkeltje Mars zouden gunnen. Nee, zonder gekheid: robots kunnen de ruimte veel beter verkennen. Wij mensen zijn een zak vol water, aangepast aan de beperkte omgeving van onze aarde. Mensen zijn niet bedoeld om door de ruimte te reizen. Als we echt buiten ons saaie zonnestelsel willen komen, dan moeten we zeer snel kunnen reizen. Maar als we net als de Star Trek Enterprise in tien seconden met de helft van de lichtsnelheid willen vliegen, dan hebben we een groot probleem. Elke keer dat het ruimteschip wil versnellen tot de helft van de lichtsnelheid om daarna weer af te remmen tot stilstand, heeft het duizend maal de massa van het ruimteschip aan brandstof nodig. Die enorme hoeveelheid energie is een fundamenteel probleem voor ruimtereizen bij snelheden in de orde van grootte van de lichtsnelheid. Daar komt bij dat geen mens die enorme versnelling van de Star Trek Enterprise zou overleven.”

Ziet u dan geen uitweg?

„Wanneer onze zon langzaam opgebrand raakt, wordt de aarde onleefbaar. Als mensen nog een paar miljard jaar overleven, dan is er op een gegeven moment geen andere optie meer dan de aarde te verlaten in een ruimteschip. Alleen: waarheen?

„Ik zie nog wel een andere interessante mogelijkheid. Dat is wat Craig Venter de biologische faxmachine noemt. Stuur niet de mensen zelf de ruimte in, maar de genetische informatie die het bouwplan van die mensen bepaalt. Dan kun je in theorie ergens anders in de ruimte met die genetische informatie een levend mens uitprinten. Net zoals ik geen Ferrari kan downloaden, maar wel het bouwplan voor een Ferrari. Informatie laat zich gemakkelijk versturen; lichamen niet.”

Dat lijkt dan toch een beetje op de ‘transporter’ uit Star Trek, die mensen naar een andere plek in het heelal kan stralen.

„Het is toch anders. Die transporter rafelt je in individuele atomen uiteen, om die atomen op een andere plaats weer in elkaar te zetten. Het fundamentele probleem is dat je niet tegelijk de positie en de snelheid van een atoom kunt meten. Je zit dus met onvolledige informatie. En of benaderende informatie over elk atoom in je lichaam voldoende is om je ergens anders weer op te bouwen, weten we niet.”

Als je twee quantumdeeltjes met elkaar verstrengelt en je meet de toestand van het ene deeltje, dan ligt meteen ook de toestand van het andere deeltje vast. Deze quantumteleportatie bestaat toch al?

„Het idee is dan: als we lichtdeeltjes en atomen kunnen teleporteren, waarom dan niet mensen? Maar bij quantumteleportatie wordt het systeem zeer zorgvuldig geprepareerd en afgesloten van de buitenwereld. Dan werkt het. Mensen zijn geen zorgvuldig geprepareerde quantummechanische toestanden. Helaas, teleportatie van mensen gaat nooit gebeuren.”

En tijdreizen dan?

„Veel dingen die niet onmogelijk zijn, zijn evenwel onpraktisch. Dat geldt voor diverse vormen van ruimtereizen. Het geldt ook voor tijdreizen. Einsteins relativiteitstheorie laat het dan wel toe in theorie, maar je zou er zulke waanzinnig grote hoeveelheden energie voor nodig hebben – vergelijkbaar met alle energie die in het heelal zit – dat het gewoon niet gaat gebeuren. Denkend aan de tijdmachine uit het boek van Wells, is er trouwens nog een probleem. Een tijdmachine moet ook een ruimtemachine zijn. De aarde draait met een snelheid van dertig kilometer per seconde rond de zon. Als ik je een uur in de tijd terugstuur, dan kom je terecht op de plek waar de aarde een uur geleden was, en daar zou je het niet lang overleven.”

Zadelt sciencefiction mensen dan niet vaak op met overdreven toekomstverwachtingen?

„Ik denk dat sciencefiction verantwoordelijk is voor de meeste van de wilde misvattingen en verwachtingen die mensen over de toekomst hebben. Daarom gebruik ik zelf sciencefiction om mensen iets te leren over de echte wereld. Natuurkundige Richard Feynman heeft gezegd: ‘Wetenschap is fantasie in een keurslijf.’ Sciencefictionschrijvers hebben dat keurslijf niet. Het moeilijke is niet om dingen te verzinnen, maar om ze kloppend te krijgen met de werkelijkheid. Het vereist veel meer creatief denken om echte wetenschap te doen dan om een sciencefictionidee te verzinnen. We zien telkens weer dat de verbeelding van de natuur veel groter is dan de verbeelding van de mens. Als we alleen maar zouden nadenken, zouden we niet ver komen in het begrijpen van de wereld. Wat we nodig hebben, zijn experimenten en observaties. Dat drijft onze geest voorwaarts.”