Wet tegen verzamelen van bijbanen ‘zo lek als mandje’

Een nieuwe wet moest er voor zorgen dat bestuurders uit politiek en bedrijfsleven niet meer zo veel functies hebben als toezichthouders. Dat lukt maar half.

De publieke sector kent nog steeds toezichthouders met veel petten op. De wet die sinds januari vorig jaar het aantal ‘stapelaars’ juist moest terugdringen door het aantal toezichtsfuncties aan een maximum van vijf te binden, kent veel uitzonderingen. Daardoor blijven wegen open naar lucratieve nevenfuncties.

Een en ander blijkt uit een inventarisatie van NRC Handelsblad in samenwerking met de Vrije Universiteit. Het onderzoek onder zo’n duizend toezichthouders bij ongeveer 170 publieke instellingen zoals grote ziekenhuizen, woningbouwcorporaties, en onderwijsinstellingen, wijst uit dat er veel meer uitzonderingen zijn dan tot nu bekend was.

„De wet Bestuur en Toezicht is nu zo lek als een mandje”, zegt Goos Minderman, hoogleraar public governance, die het onderzoek begeleidde. Zo vallen honderden goed betaalde bestuursfuncties bij administratiekantoren die aandelen voor bedrijven en instellingen beheren, volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie niet onder de wet. Hetzelfde geldt voor toezicht bij coöperatieve bedrijven als de Rabobank of zorgverzekeraars als DSW. Ook academische ziekenhuizen vallen niet onder de wet.

„Door de vele mazen in de wet kunnen toezichthouders nog steeds veel functies combineren”, stelt Minderman. „Doelstellingen zoals meer tijd scheppen voor toezichtwerk en het openbreken van old boys networks, komen daardoor in de knel.”

Na de vele incidenten met tekortschietend toezicht in de woningbouw (Vestia), zorg (Meavita), en het onderwijs ( ROC Amarantis) trad begin vorig jaar een wet in werking die het aantal petten van toezichthouders moest beperken.

De kwaliteit van het toezicht zou verbeteren als het aantal toezichtsfuncties per persoon afnam, was de gedachte. Uit het onderzoek van deze krant en de VU blijkt dat het aantal toezichtsfuncties per persoon inderdaad substantieel vermindert, maar dat er nog steeds de nodige „stapelaars” zijn.

Voormalige topbestuurders uit het bedrijfsleven zoals Antony Burgmans (ex-Unilever; negen functies), en Johan van de Werf (ex-Aegon; negen) hebben momenteel meer functies dan de wet toestaat. Hetzelfde geldt voor oud-minister Cees Veerman (CDA). De wet voorziet echter in een lange overgangstermijn, zodat de drie dit jaar commissariaten kunnen afstoten om aan de wet te voldoen.

Ondanks de vele uitzonderingen toont oud-SP-Kamerlid Ewout Irrgang, architect van de wetgeving en inmiddels werkzaam in het buitenland, zich tevreden over de effecten. Die noemt hij „redelijk gebalanceerd”. „Er is een einde gekomen aan excessen van toezichthouders met veel petten op”, zegt hij. Wel verbaast hem de reeks uitzonderingen, zoals de academische ziekenhuizen. „Er is zonder meer iets voor te zeggen om die toe te voegen aan de wet”, aldus het oud-Kamerlid.

    • Kees Versteegh