Wat dacht mijn vader?

Dennis Heijn, zoon van Gerrit-Jan, schreef een managementboek, dat ook over zijn vader gaat. „Ik heb hem nooit meer om advies kunnen vragen.”

Dennis Heijn trekt zakelijke lessen uit de ontvoering van zijn vader, Ahold-topman Gerrit Jan Heijn. „Soms moet je drastisch durven ingrijpen.”

Achterin het boek dat Dennis Heijn (50) heeft geschreven, staat een lijstje met wijsheden van zijn overgrootvader Albert Heijn (1865-1945), de grondlegger van de supermarktketen. Het zijn een stuk of veertig ‘tips en trucs’ voor succesvol ondernemerschap. Regel 12: ‘Heb het nooit te druk om beleefd te zijn’. Regel 16: ‘De ware leider vraagt raad’. Doe geen zaken als je vermoeid bent, werk hard en lang, teken niks wat je niet eerst gelezen hebt. Fascinerend, zegt Dennis Heijn. Zo perfect als de gedachten van zijn overgrootvader aansluiten bij de zijne. Die van hem staan in het managementboek Je kan bomen alleen ontwijken als je vaart hebt.

In zijn vuurrode Mini Cooper heeft Dennis Heijn ons naar een terras in Overveen gereden. Hij woont daar in de buurt. Met bierviltjes stabiliseert hij de wiebelende tafel. Hij bestelt groene thee en een salade. Dan trekt hij een cirkel om zich heen ter grootte van vier terrastafels. „Laat zijn winkeltje zo groot geweest zijn.” Albert Heijns kruidenierszaak in Oostzaan, rond 1887. Eieren voor twee cent, van vroeg tot laat in de zaak, zondags zelf koffie branden voor de week erop. „En dan zulke scherpe observaties.”

Dennis Heijn studeerde bedrijfskunde op Nyenrode, haalde een MBA-diploma in Barcelona, werkte 17,5 jaar voor Heineken in Argentinië, Hongkong, Italië en Israël. En toen nam hij ontslag. Dat was in 2004, hij was 41, gescheiden vader van vier kinderen. „Ik ben uit een rijdende trein gestapt.”

Nu, bijna tien jaar later, is hij een paar zakelijke avonturen verder, heeft een nieuwe vrouw en drie kinderen erbij (de jongste is zes). Door het schrijven van zijn managementboek, weet hij: hij wil die trein weer op. Hij grijnst verlegen. „Ik schop graag tegen heilige huisjes. Maar ik heb dat huisje wel nodig.” Bedoelt hij dat hij weer bij een groot concern in dienst zou willen? Hij knikt. „Beetje lange omweg om bij het beginpunt uit te komen.”

Hij heeft een baard van een paar dagen, een zachte stem, dezelfde diepliggende, blauwe ogen als zijn vader (Gerrit Jan) en oudere broer (Ronald Jan). Zijn vader was de derde generatie in het bestuur van het familiebedrijf. Tot hij op 9 september 1987 werd ontvoerd. Zeven maanden lang hield ontvoerder Ferdi E. de familie (en het land) aan het lijntje. De ontvoering werd pas opgelost toen de ontvoerder het losgeld begon uit te geven in een slijterij in Amsterdam. Toen bleek dat hij zijn slachtoffer al op de eerste ontvoeringsdag had doodgeschoten.

Broer Ronald Jan Heijn komt regelmatig in de publiciteit met grote zakenplannen en spirituele initiatieven, vooral als die mislukken. Oudste zus Corinne Heijn is bekend als oprichter van United Succes, een netwerk van zakenvrouwen. Moeder Hank Heijn-Engel schreef een boek over de ontvoeringsperiode. Dennis en zijn jongere zusje Gerrianne (afgeleid van Gerrit-Jan) hielden zich op de achtergrond. „Tot nu. Dit boek moest geschreven worden.” Hij schrijft ook over zijn vaders ontvoering, en welke (zakelijke) lessen hij daaruit trok.

Een snelle zakenjongen is hij niet. Hij is eerder bedachtzaam en iets terughoudend. „Ik had graag filosofie willen studeren. Of wiskunde.” Hij vertelt over de lessen Grieks op het gymnasium. De leraar, vier meisjes en hij. „De meeste bèta’s kiezen Latijn. Ik vond al die oorlogsverhalen saai. Ik hield van mythes, tragedies, de levenswijsheid uit die oude teksten.” Waarom ging hij dan na zijn eindexamen naar Nyenrode? „Ik twijfelde wel. Maar ik had nou niet bepaald een omgeving die... andere interesses stimuleerde.” Zijn vader had Nyenrode gedaan. Diens broer Albert ook. Zijn eigen broer deed het. „Mijn vader zei: doe nou maar gewoon bedrijfskunde. Dan zit je altijd goed.”

Hij was klaar op z’n 21ste. Haalde direct daarna zijn MBA. „Ik was een snelle leerling, maar een late bloeier.” Pas ná zijn studietijd is hij student geworden, zegt hij. „Toen ben ik me gaan verdiepen.”

Waarom is hij, als vierde generatie Heijn, niet bij het familiebedrijf gaan werken? „Mijn vader vond het geen goed idee om daar te beginnen, als zoontje van de baas. Zelf was hij 31 toen hij voorzitter van de Raad van Bestuur werd. Heel jong. Vond hij zelf ook.” Inmiddels is de familie geen eigenaar meer van het concern. Dennis Heijn ging bij Heineken werken. Ook een familiebedrijf. Toeval? Hij haalt zijn schouders op, aarzelend. „Ik hou wel van bedrijven met heritage, met een geschiedenis. Freddy Heineken zette, net als mijn vader, het bedrijf van zijn grootvader voort. Hij was een markante man.” Hij lacht. „Heel wat markanter dan mijn vader.” Want zijn vader was? „Heel stug. Heel introvert. Een huismus. En heel lief. Zijn broer Albert was het gezicht naar buiten toe. Hij bleef liever op de achtergrond. Jaar in jaar uit stapte hij in de lift naar zijn kantoor op de zestiende verdieping. En altijd drukte hij op een knop waardoor hij zonder tussentijds stoppen omhoog kon. Alleen al van het idee dat hij een praatje zou moeten maken met onbekenden maakte hem ongemakkelijk.” Het was, zegt Heijn, geen vader die paardje met hem speelde. „Hij was altijd thuis met eten, maar verder was hij vooral aan het werk. Hij was het soort vader waar je meer aan hebt ná je 24ste.” Zo oud was hij toen zijn vader werd vermoord.

Zo’n boek als hij nu zelf heeft geschreven, had hij graag van zijn vader gelezen. „Ik heb hem nooit meer om advies kunnen vragen.” Dennis Heijn heeft eerst afstand moeten nemen van het bedrijfsleven, om erover te kunnen schrijven. Hij nam een sabbatical „om niet op de automatische piloot de rest van mijn leven bier te blijven verkopen”. „Ik wilde eerder stoppen, maar durfde niet.” Omdat? „Iedereen waarschuwt je dat je met een gat in je cv nooit meer een baan vindt op niveau.” En? „Dat klopt. Dat blijkt nu wel.” Hij heeft een aantal projecten: een app waarmee je elektronisch excuses kunt aanbieden, een patent op een vernuftig frisdrankflesje, zijn boek. Maar geen vaste baan.

Stilzitten

De afgelopen negen jaar heeft hij veel gelezen, vooral over filosofie; Plato, Ken Wilber, Inayat Khan. Hij is naar een zenboeddhistisch klooster geweest, volgde cursussen spiral dynamics , (een model voor bewustzijnsontwikkeling) in Amerika. Hij ging naar New Mexico voor een Vision Quest. „Vierenhalve dag stilzitten, zonder eten. En aan het eind openbaart zich je visie.” En? „Fantastische ervaring, maar geen visie.”

De waardevolle inzichten van de afgelopen negen jaren verwerkte hij in zijn boek. Ook wat het vaderschap hem leerde. Bijvoorbeeld: omgaan met situaties zonder oplossing. „Als ik met drie kinderen over straat loop, willen ze alle drie mijn hand vasthouden.” En wat leert hij daarvan? „Onderhandelen. Nee zeggen. Compromissen sluiten. Mensen teleurstellen.”

En wat leerde de ontvoering van zijn vader hem? „Die hele ontvoering was een mix slimheid, klungeligheid en toeval.” Er waren in die tijd al een paar grote ontvoeringszaken geweest: Valerie Albada-Jelgersma, Truus van der Valk, Freddy Heineken. Reden voor Gerrit-Jan Heijn om regelmatig met veiligheidsexperts te praten. „Die zeiden: als je ontvoerd wordt, werk dan mee. De ontvoerders staan de eerste dagen zo strak als een snaar. Ga niet moeilijk doen.” En daar heeft zijn vader naar geluisterd. „Die Ferdi was een miezerig mannetje met een slecht zittende plaksnor en een pruik. Hij heeft een dag lang met mijn vader door het bos gedwaald.” Had zijn vader zich moeten verzetten? „Hij is een keer ontsnapt. Hij bereikte de weg, probeerde een busje aan te houden. Dat reed door. Ferdi schreeuwde dat hij hem neer zou schieten als hij niet terugkwam. Achteraf had hij gewoon door moeten rennen.” Hij wil niet beweren dat je nooit naar experts moet luisteren. „Maar wetten en regels moeten je niet beletten zelf na te denken.”

Zijn boek is daarom ook geen klassiek ‘how to’-managementboek. „Ik geef niet de drie wetten van Dennis.” Hij beweert dat elk individu, en elke manager, ook moet vertrouwen op zijn buikgevoel. „Ik heb me zo vaak afgevraagd wat mijn vader die laatste uren voor zijn dood gedacht heeft. Ik lijk op hem. Naarmate de dag in dat bos vorderde, moet hij gevoeld hebben dat die Ferdi blufte. Dat er iets niet klopte aan zijn verhaal over handlangers.”

Al schrijvend aan zijn boek, realiseerde Dennis Heijn dat hij herkende wat zijn vader moet hebben gedacht. „Ik ben met een bedrijf failliet gegaan. Al die tijd weet je dat het niet goed zit, maar net als mijn vader in dat bos stel je een drastische ingreep uit.” Of: „Dat je weet dat je bedrijf er beter van wordt als de helft van het personeel eruit gaat. Maar je ontslaat er minder dan zou moeten, uit schuldgevoel en medelijden. En wat is het resultaat? Iedereen staat op straat.”

Is hij boos dat zijn vader niet naar zijn ‘buikgevoel’ heeft geluisterd? „Nee, nee. Ik zie hem voor me in dat bos. Alleen met een wildvreemde. Ik zie hem rennen, in z’n pak. Hij was zo ontzettend niet-sportief.”

Hij heeft het eerste exemplaar van zijn boek aangeboden aan zijn moeder. „Ze was wel verrast, zo vaak praat ik niet over hem.”