Column

Teckels

Column // Georgina Verbaan

Ik zit op een terras als er twee kortharige teckels aan komen trippelen met hun entourage. Een bruine en een zwarte. De entourage bestaat uit twee mannen van mijn leeftijd. Het zijn vrienden, de twee teckels. Dus de heren nu ook, vertellen ze mij.

Op de bank wordt een kleedje uitgerold waarop de teckels met grote vanzelfsprekendheid plaatsnemen. De bruine geeft de zwarte een terloopse lik en neemt net als de zwarte de ‘teckel-basishouding’ aan: ‘Wat gaat het leven mij brengen? Zorg dat het goed is. Presenteer het mij nu’. „Ik had vroeger ook teckels”, deel ik de entourage mede. Dat schept een band. Een korte flikkering van licht laat ons even bij elkaar naar binnen kijken, en we voelen verwantschap op een heel diep niveau. „Luisteren ze een beetje?” vraag ik. Het is vragen naar de bekende weg, louter bedoeld om groen licht te geven voor het ongegeneerde leeglopen dat tegenover een vreemde zoveel makkelijker kan zijn. Want iedereen met ervaring met teckels weet dat ze alleen lijken te luisteren als ze op het moment van jouw commando (of smeekbede) toevallig toch al zoiets van plan waren. ‘Zit!’ ‘Ja, nu je het zegt... Mijn pootjes zijn wel toe aan een pauze.’

„Nou”, zegt een van de heren. „Gisteren even niet.” Wat zoveel betekent als ‘Nadat ik drie uur vloekend achter dat beest aan door het park had gerend, had ik geen tijd meer om te squashen, maar dat hoefde dus ook niet meer.’ Ik knik. De eerste teckel die ik had, heette Judy. Ik bewaar warme herinneringen aan haar. Maar als het regende was het aanlokkelijker een piano de flat rond te duwen dan om te proberen die worst naar buiten te krijgen. Optillen en buiten zetten kon wel, maar dan deed ze de ‘ik-besta-niet-dus-ik-ben-hier-niet-act’. Een simpel shownummer waarbij je met de staart tussen de benen doet alsof je een steen bent geworden en je je lege staar op een willekeurige grasspriet richt. De tweede teckel was Lara. Een kittig zwart ding met een gezonde trek in kuiten. Vooral als deze verpakt zaten in een zilverkleurige plastic broek. zoals de typische jaren-negentig-date met een voorliefde voor klankschalen en deephouse die meende te moeten dragen. Eén Kerst is ze niet geknuffeld omdat ze stonk. Iets met rollen in een dooie eend. De twee op het terras zitten inmiddels parmantig een koekje van een schoteltje te staren. Ik wil best weer een teckel.