Speculatie is juist nodig

Mogen in het publieke debat alleen feiten regeren, dan laten we dat het beste aan het Centraal Planbureau over, aldus Eric Schliesser. Eerder is het tijd voor een goed gesprek.

illustratie sieb posthuma

Vrijblijvend gespeculeer”, zegt Menno Lievers over de G8 van de filosofie. Nu is vrijblijvendheid juist onschadelijk. Dat is het aardige eraan. In het ergste geval hebben de deelnemers zich dus verveeld. Nee, eerder lijkt het erop dat Lievers vooral angst heeft dat onze beroepsreputatie in gevaar door „loze praatjes”.

Filosofen kunnen inderdaad gevaarlijke fantasten zijn. Het is daarom verstandig om ons over het algemeen alledaagse verantwoordelijkheid te ontzeggen. Je kunt beter de ANWB bellen dan wachten tot een filosoof een lekke autoband vervangt.

Natuurlijk kunnen filosofen soms verstandige ouders, managers en zelfs succesvolle politici zijn – de Engelse minister-president, David Cameron, is een getraind filosoof. Maar filosofen kunnen beter geen uitspraken doen over problemen waar bestaande expertise te vertrouwen is.

De G8 van de filosofie nodigt ons uit om nieuwe gesprekken aan te gaan over hoe we de wereld zouden willen inrichten. Zomaar doormodderen en doen alsof onze bestaande concepten (en nogal wat theorieën in de sociale wetenschappen) de afgelopen tien jaar niet door de mand zijn gevallen, is geen aantrekkelijke optie. Dat hier door slimme marketing op relatief grote schaal aandacht voor is, is vanuit een verantwoord burgerschap alleen maar toe te juichen.

Filosofie lijkt vaak een heel abstracte intellectuele bezigheid, en is sinds de tijd van Socrates een makkelijk doelwit van satire. Maar in essentie generen, articuleren en analyseren filosofen de kaders en ideeën die al ons handelen aansturen en begrip geven.

Kortgezegd, de filosoof bedenkt hoe de wereld eruit kan en zou moeten zien, waar de wetenschapper de wereld beschrijft zoals deze is.

‘De wereld’ klinkt hoogdravend; soms hebben we gewoon nieuwe concepten nodig om onze alledaagse ervaringen te duiden of te verwoorden en daardoor maatschappelijk bespreekbaar te maken. Soms is een nieuw concept de aanzet tot een nieuwe of betere wetenschap.

Dus, hoewel beroepsfilosofen de conceptuele specialisten zijn, kan filosofie overal opduiken: bij conceptuele doorbraken in de wetenschappen, bij nieuwe denkwijzen in de kunsten, bij politieke vernieuwingen, en natuurlijk bij heel veel ethische kwesties in de zorg en samenleving.

Toen ik na mijn Amerikaanse wetenschappelijke carrière terugkeerde naar Nederland, viel het me meteen op dat de professionele, universitaire filosofie in de lage landen in een permanente open dialoog met de wetenschappen en de maatschappij staat. Zuivere speculatie gedijt slechts zelden in de polder (dat vind ik soms jammer), maar probleemgericht denken floreert hier.

Vanuit de samenleving is er ook een steeds groter wordende interesse in de filosofie, met zelfs een enorme hype aan cursussen. Filosofie Magazine is al jaren het succesvolle uithangbord van deze fenomenen.

Maar bovendien slaat Menno Lievers een beetje door; de G8 zal, meent hij, de „salonfähige pseudo-intellectueel” een platform voor „gezwam” geven. Nu geef ik toe dat toen de namen van de G8 bekend werden, ik slechts van vier van de acht denkers iets had gelezen. Maar het oordeel van Lievers doet me vermoeden dat hij nog minder gelezen heeft.

Natuurlijk staan de G8 ‘topdenkers’ onder beroepsfilosofen niet in de meeste aanzien. Maar waren de acht top beroepsfilosofen uitgenodigd, dan loopt het weinige publiek na een minuut of tien weg. Wat de G8 juist bijzonder maakt, is hun talent om leken te interesseren voor ingewikkelde zaken, zonder de complexiteit uit het oog te verdoezelen. Dat is een vak apart, en in een democratie een noodzakelijk goed.

Een aantal van de genodigden op de G8 (Gabriel, Mouffe, Bauman, Gray en zelfs Sloterdijk) zijn naast hun deelname aan publiek debat in doorlopende discussie met beroepsfilosofen. Blijkbaar is Lievers geen fan van hun soort filosofie, maar het is onduidelijk op welke autoriteit zijn neerbuigendheid jegens hen is gebaseerd.

Het is wel jammer dat de organisatoren het wereldtalent in de achtertuin missen: Ingrid Robeyns is ook een topdenker die als hooggewaardeerde beroepsfilosoof op scherpe, geïnformeerde wijze met voorstellen komt om een breed scala van urgente problemen aan te pakken.

Lievers beweert: „Voor een filosofische uitspraak moet je een logisch geldig bewijs leveren die uiteindelijk berust op intuïtief onweerlegbare premissen.” Zulke premissen zijn in de filosofie na enkele duizenden jaren zoeken nog steeds niet gevonden. Als hij zijn eigen argumenten serieus zou nemen, zou Lievers eigenlijk zijn mond moeten houden.

Het lijkt erop dat deze uitspraak vooral bedoeld is om anderen de mond te snoeren. Ik gun collega Lievers zijn gewenste stilte, maar voor een goed gesprek is ook wel wat te zeggen.

Als in het publieke debat alleen maar feiten en logische redenaties mogen regeren, dan kunnen we dat het beste aan de technocraten van het Centraal Planbureau toevertrouwen. Maar sinds het begin van de financiële crisis beseffen we dat die ook niet weten wat komen gaat.

Dus is het verstandig om wat meer ruimte aan goed geïnformeerde speculatie te gunnen.