Snel vooruit met die naaimachine

Het harde, snerpende geluid van de Formule 1 is weg. Tot groot verdriet van de echte liefhebber. „De nieuwe turbo’s zijn voor watjes.”

Illustratie Lars ZUidweg

Bernie Ecclestone kon zijn oren niet geloven. „Ik ben niet geschokt door het geluid, maar door het gebrek daaraan”, klaagde de 83-jarige Formule 1-baas na afloop van de eerste grand prix in Melbourne. Organisator Ron Walker noemde de relatieve stilte tijdens de race zelfs „contractbreuk”. Formule 1, betoogde hij, moet wel waar voor zijn geld bieden. Dat betekent: sport, spanning en herrie. Raceliefhebbers hunkeren niet alleen naar inhaalmanoeuvres maar ook naar gierende motoren die in hun middenrif resoneren. De sport, klagen de fans, heeft nu even zijn hart verloren. „De nieuwe turbo’s zijn voor watjes.”

Formule 1 is dit seizoen inderdaad stiller geworden. De nieuwe hybride turbomotoren draaien minder toeren en produceren aanmerkelijk minder lawaai dan hun voorgangers. Het gaat daarbij niet alleen om decibellen, maar ook om de klankkleur. De snerpende herrie van voorheen is vervangen door een brave sound die bij de cynici associaties oproept met bladblazers en naaimachines.

Het probleem zit diep, want het uiterlijk van de bolides en het lawaai van de motoren vormen nu eenmaal het drama van de Formule 1, zo schetste topontwerper Adrian Newey van Red Bull recentelijk.

Ook coureurs zijn kritisch, hoewel de stillere races ook voor hun ook voordelen bieden: waren de instructies van de pitcrew op de boordradio voorheen alleen bij het stillere ‘inremmen’ voor de bochten hoorbaar, nu verloopt de communicatie ook in de bochten en op de rechte stukken zonder de verstoring door motorgeluid.

Toch zegt oud-coureur Robert Doornbos: „Als jonge coureur kom je steeds een stap hoger: de auto’s worden sneller, hebben meer pk’s en worden steeds sexyer. Formule 1 is dit kapot aan het maken. Dit geluid hoort bij lagere raceklassen.”

Sportieve demotie

Het gaat ook bij de profs om de beleving. Minder lawaai koppelen de coureurs aan sportieve demotie. De nieuwe turbo’s hebben inderdaad ook minder power. „De auto's hebben minder neerwaartse druk en de motor is minder krachtig. Al met al zal het langzamer gaan. Jammer, wij houden juist van snelle auto’s”, zei tweevoudig wereldkampioen Fernando Alonso. Ook collega Jenson Button sprak de vrees uit dat Formule 1 door nieuwe techniek en regels – een coureur mag maar honderd kilo brandstof verbruiken – de hete adem van opstapklasse GP2 zal voelen.

De internationale automobielfederatie FIA heeft het allemaal op haar geweten. De FIA beijvert zich al jaren voor ‘groenere’ races met schonere technologie en minder brandstof. Met ingang van dit seizoen zijn de jankende 2,4 liter V8-motoren vervangen door kleinere 1,6 liter V6 turbo’s. De oude atmosferische motoren maakten maximaal 18.000 toeren per minuut, de nieuwe hybride motoren 15.000. En minder toeren betekent minder geluid. Ook het nieuwe energie-regeneratiesysteem (ERS), dat uit remkracht en warmte elektriciteit opwekt voor de aandrijving, heeft een geluiddempende werking.

De FIA heeft voor de hardcore raceliefhebber nòg een beproeving in petto: Formule E-races voor elektrische auto’s die in september van start gaan. Met bolides die een topsnelheid hebben van 220 kilometer, maar slechts 80 decibel produceren, iets meer dan een normale auto. Het moet de sport van de toekomst worden.

„Met de vermindering van geluid, rommel je aan de identiteit van de sport", zegt Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Andringa doet onder meer onderzoek naar geluidsherkenning en naar de perceptie van geluid en geluidsoverlast.

Het gaat volgens hem in de geluidbeleving van het publiek niet om decibels – de oude Formule 1 ging over de pijngrens van 145 decibel, te vergelijken met de piekbelasting van een rockconcert of luchtalarmsirene van dichtbij – maar meer om de compositie van het geluid. Volgens de FIA krijgen de toeschouwers vlak op het circuit nu 134 decibel te verduren, nog altijd meer dan bezoekers die bij een hardrockconcert vlak bij het podium staan (110 decibel). „Mensen vinden dat hoge snerpende geluid mooi en krachtig voor deze machines. Het geeft een hele aparte opwinding. Alsof er een roofdier op je af komt en langs je heen schiet. Net als bij horrorfilms geeft dat angstsensatie, terwijl je weet dat er niets gebeurt. Het blijft natuurlijk raar dat die herrie interessant is voor een relatief kleine groep mensen, terwijl een enorm gebied wordt belast.” Er is, zegt Andringa, ook een Pavlov-effect in het spel. Als liefhebbers altijd hard geluid hebben gehoord, hoort dat bij hun prettige ervaring van naar racen kijken. Dat is gewoon een geval van conditionering. „Het geluid is geoptimaliseerd. Dit is wat mensen mooi en krachtig vinden. Is er ineens minder geluid, dan neemt ook de lol af.”

Masculien

De hartstocht voor herrie heeft volgens sommigen ook een masculiene dimensie: Ferrari-topman Luca di Montezemolo omschreef de motor recentelijk als het „seksuele orgaan” van zijn auto’s. Hij wacht al zes jaar op een nieuwe wereldtitel.

Ondanks alles is het volgens experts onvermijdelijk dat Formule 1 de trends in de autoindustrie gaat volgen: zuiniger, schoner en minder (geluids)belasting voor het milieu. Renault, een van de drie motorproducenten, dreigde al uit de Formule 1 te stappen, als de sport geen aansluiting zou zoeken bij de moderne technologie voor personenauto’s. En het accent op duurzaamheid is voor Honda reden om volgend jaar in de Formule 1 terug te keren als motorleverancier van McLaren.

Intussen heeft de FIA in het lopende seizoen een geluidsprobleem. Oud-coureur Doornbos oppert de mogelijkheid van kortere uitlaten om de sport zijn sexy geluid terug te geven. Andringa denkt aan richtmicrofoons op het circuit en speakers die het geluid versterkt op de tribunes doorgeven. „Hierdoor kun je het geluid lokaal houden, terwijl je de beleving behoudt. Als de decibellen maar niet in de motoren worden ontwikkeld, want daarmee wordt de overlast te groot en graaft Formule 1 zijn eigen ondergang.”