Opinie

    • Ellen de Bruin

Psychologie van het jarig zijn

Psychologie Ellen de Bruin

Naar jarig zijn is veel psychologisch onderzoek gedaan. Verjaardagen onthullen de probleempunten in ons leven.

Omdat ik komende week jarig ben, dacht ik: ik ga eens gezellig uitzoeken wat er bekend is over de psychologie van het jarig zijn. Leuk. En ik wist het echt niet – of misschien had ik het verdrongen. Maar veruit het meeste psychologische onderzoek naar verjaardagen gaat over de vraag of mensen rond hun verjaardag vaker doodgaan.

Of mensen vaker zelfmoord plegen op hun verjaardag, bijvoorbeeld (volgens sommige onderzoeken wel, volgens andere niet). Over de vraag of mensen vaak nog net even hun verjaardag halen en dan de week erna pas doodgaan – volgens één groot, twintig jaar oud onderzoek zijn vrouwen inderdaad „in staat om hun leven kort te rekken totdat ze een positieve, symbolisch betekenisvolle gelegenheid hebben bereikt”, terwijl mannen juist eerder vlak vóór hun verjaardag sterven (maar ook daar is nog discussie over, garantie tot aan de deur).

Hoe dan ook, mijn vrolijk bedoelde zoektocht leidde vooral tot wetenschappelijke artikelen als The birthday blues, The birthday: Lifeline or deadline? en Birthday and date of death. En heel veel artikelen over het bingedrinken dat Amerikanen doen als ze 21 worden, maar 21 word ik helaas ook al niet. O ja, en (gek genoeg) een boekhoofdstuk uit 1925 over een Groenland-expeditie, waarin een verjaarsfeest in een ijshut verstoord wordt door een beer – ‘bruin’ wordt al snel met een ‘bullet in his brain’ naar de ‘happy hunting grounds’ gestuurd. Gezellig.

Verder waren er nog psychologen die het een goed idee hadden gevonden om de voorgedrukte, grappig bedoelde teksten op verjaardagskaarten te analyseren. In één onderzoek schetste ruim tweederde van die teksten een negatief beeld van het ouder worden (het is zielig, je moet het verbergen), ongeacht de absolute leeftijd of sekse van de jarige. Een dertig jaar oud onderzoek met vergelijkbare uitkomst wierp de vraag op of die kaarten de problemen van het ouder worden expres overdrijven, zodat mensen kunnen denken ‘zo erg is het bij mij allemaal nog niet’, of dat ze misschien „een gezonde aanpassing aan een moeilijke waarheid” weerspiegelen. Die vraag hangt nu nog lekker in de lucht.

Tussen al dat onderzoek zaten eigenlijk maar twee wetenschappelijke artikelen over de beleving van jarig zijn. Eén twintig jaar oud psychoanalytisch getint stuk dat ervoor pleitte psychische patiënten te interviewen over de manier waarop ze hun verjaardag vieren, omdat dat zó veel zegt over hun familieverhoudingen, vriendschappen en psychologisch functioneren in het algemeen. En een ander, van vorig jaar, dat verjaardagen beschrijft als oriëntatiepunten op onze psychologische tijdlijn. Daar kan een motiverende werking van uitgaan als mensen zichzelf zien als iemand vóór de verjaardag en een beter iemand ná de verjaardag, en dan hun best gaan doen dat ‘betere zelf’ te bereiken.

Ja, vast. Maar ik zit nog met die andere onderzoeken in mijn hoofd. En met dat psychoanalytische verhaal, dat verjaardagen ziet als ‘narcistische gebeurtenissen’ (omdat we ‘onszelf vieren’), met ‘het potentieel voor een eindeloze variëteit aan psychologische strijd’. Want verjaardagen ‘onthullen de probleempunten in ons leven’. Maar: ‘Als ze goed gevierd worden, zijn verjaardagen een rijke bron van psychologische groei en tevredenheid’.

Ik denk dat ik die van mij dit jaar maar even oversla.

    • Ellen de Bruin