Profijt van galzuren bij maagreductie

Maagverkleiningsoperaties hebben niet alleen een positief effect doordat de maag minder voedsel kan verwerken, maar ook doordat de lever meer galzuren gaat produceren (Nature, 26 maart). Die activeren stofwisselingsprocessen waardoor bijvoorbeeld diabetes type 2 verdwijnt. Deze kennis kan leiden tot nieuwe, minder ingrijpende behandelingen van extreem overgewicht en de bijbehorende stofwisselingsstoornissen.

Mensen met extreem overgewicht komen in aanmerking voor zo’n operatie als afvallen niet lukt, vooral als ze ook diabetes type 2, hoge bloeddruk en/of slaapapneu hebben. Bij één operatietechniek wordt circa driekwart van de maag verwijderd. Doordat de resterende kleine maag minder voedsel aankan, eet de patiënt minder en valt af. Maar er gebeurt meer. Een flink deel van de diabetespatiënten kan al binnen enkele dagen de medicatie staken, nog vóór ze substantieel zijn afgevallen. De operatie beïnvloedt dus ook de stofwisseling.

Zo neemt de hoeveelheid galzuren in het bloed toe. Die worden door de lever geproduceerd en spelen een rol bij onder meer de glucosestofwisseling. Het was al bekend dat die galzuren de samenstelling van de bacteriële darmflora kunnen veranderen. Het was dus te verwachten dat daarin na een maagverkleining ook veranderingen optreden. Bepaalde bacteriën die vaak voorkomen bij diabetes type 2 namen na de ingreep inderdaad in aantal af, ontdekten de onderzoekers bij muizen. Andere, ‘gezonde’ darmbacteriën namen juist toe. Er was wel een bepaald eiwit voor nodig dat mensen en muizen van nature hebben, de FXR-receptor. Misschien kunnen manipulaties met de activiteit van FXR en/of de samenstelling van de darmflora een vergelijkbaar effect hebben als een maagverkleining, opperen de onderzoekers.

    • Huup Dassen