Probeer zo’n vrouw maar eens een vraag te stellen

Reportage

Bij een grote filmlancering, zoals deze week bij Captain America, hoort een press junket: acteurs die een groepje journalisten tegelijkertijd te woord staan. Die zijn vooral met zichzelf bezig, ontdekte Thomas Rueb.

Foto Reuters

Scarlett Johansson

ruikt lekker. Zacht bloemig. Sensueel, maar niet overdreven. Als ze haar hoofd schudt, rinkelende oorbelletjes, dan ruik je dat. Elegant lijkt me het goede woord.

Kijk, dat heb ik nooit geweten. En nu concentreren. Wat zal ik haar in hemelsnaam vragen?

Er gebeurt iets met mensen als ze oog in oog staan met dit soort beroemdheden. Iets vreemds. Ze verliezen de controle over zichzelf. Ambitieuze journalisten worden stuntelende vlerkjes.

Johanssons jongste film kwam afgelopen donderdag uit. Het promotiebudget van Captain America: The Winter Soldier, een door Disney geproduceerde superheldenfilm, nadert naar verluid de totale kosten van de film (170 miljoen). En dat merk je. Om aandacht in de Europese media te genereren, worden van overal journalisten ingevlogen voor een press junket. Dat is een voorvertoning van de film, plus vluchtige vragenrondjes met de sterren voor een select aantal verslaggevers. Een journalistiek snackbuffet. Disney betaalt.

Ook ik ga. Voor één vraag aan Scarlett.

Locatie is het majestueuze Dorchester Hotel in Londen. Van het type waar de bloemstukken hoger zijn dan een Britse arbeiderswoning. De volledige eerste verdieping is afgehuurd. Vooral lege kamers, en wat vertrekken voor de pers. Die is massaal uitgerukt. Zo’n veertig stuks uit onder meer Duitsland, Tsjechië, Denemarken, Oostenrijk, Schotland, Italië, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland.

De spanning hangt in de lucht.

„Oh, kan ik écht niet in de eerste groep”, miemelt een Italiaanse. Ze wiegt heen en weer en frunnikt aan haar kladblok. „Anders heeft Scarlett straks alles al gezegd.” Nee. Onverbiddelijk wordt de groep opgedeeld. Twaalf journalisten per suite.

Een massieve ronde tafel, twee stoelen staan aanschoven: die zijn straks voor Scarlett en haar tegenspeler, Chris Evans. Daar mag niemand anders zitten. Het is vechten om de overige plekken. Nadia, uit Zuid-Afrika, en Janet, Brits, duiken op de stoelen aan weerszijde. Ik kan snel plaatsnemen naast Nadia. Ze zucht. „En nu maar hopen dat Scarlett deze stoel kiest.”

Rap vult de ruimte zich met journalisten. De tafel wordt volgeladen met voice recorders. En dan daalt de stilte neer. De airco loeit.

Wat willen ze weten? Er hoeven geen afspraken met Disney gemaakt te worden over wat wel en niet ter sprake komt. Alles kan. Wat voor stukken hopen ze hier te kunnen schrijven? Wat zou hun ideale uitkomst zijn van dit spoedinterview met een wereldster?

De meesten uit de groep blijken elkaar wel te kennen. Dit is de junket press, zegt Nadia, die reist de wereld af in het kielzog van de sterren. Voor kranten, websites, modetijdschriften, en lifestyleblogs – het is een gevarieerde groep. „Is dit jouw eerste dan?”, vraagt Nadia. We krijgen straks twintig minuten.

Er wordt weinig gepraat. Een enkeling maakt driftig aantekeningen. Moeten we niet een groepstrategie afspreken, vraag ik me af? Onderwerpen afbakenen?

Nadia gnuift. Dan ziet ze dat ik het meen, en giechelt. „Heeft toch geen enkele zin, joh”, fluistert ze. Het klinkt bijna vertederd. „Mensen haten elkaar hier.”

Ik kijk rond. Tsjechië kibbelt met Duitsland om de airconditioning: hij wil hem lager zetten, tegen haar zin. Hij doet het toch.

„Ze is zwanger, hè?”, zegt Oostenrijk. „Zal ik vragen of ze misselijk is ’s ochtends?” „Durf je toch niet”, mompelt Schotland. „Jij ook niet.”

De tijd tikt traag voorbij. Om de tien minuten steekt een assistent haar hoofd om de hoek. Een schokgolf siddert door de groep. Is ze er? „Just a little while longer, guys.” En de volgende keer: „Guys, het is hier véél te warm. Wacht.” Ze tikt de >> >> airco een paar graden omhoog. Duitsland grijnst vilein. Het wachten gaat door.

Elf vragen tegelijk

Klop, klop. Johansson treedt binnen. Ze draagt een blauwe blouse met vrolijke rode en gele stippen. Blauw colbertje eroverheen, en een strakke broek. Hoge naaldhakken. Misschien zie je nét dat ze zwanger is. Misschien ook niet.

Ze valt niet tegen. Ze is prachtig.

En ze zegt geen hallo. Druk converserend met tegenspeler Evans (Captain America himself) neemt ze plaats, ze leggen hun iPhones op tafel. „Yes”, sist Nadia. Scarlett is naast ons komen zitten.

En dan verandert alles.

Dit is topsport. Het komt aan op reactievermogen. Het juiste moment om in te breken: niet wachten tot ze stilvalt, want dan is iemand anders je zeker voor. Maar je moet ook zeker niet te snel zijn: iemand als Scarlett Johansson wil je niet middenin haar zin onderbreken.

Eén is de eerste. Als die een lettergreep oppert, gaat iedereen los. Een kakofonie van vragen.

„Scarlett, how do you...”

„...co-actor in this film...”

„...the physical training for...”

„...compared to your other work?”

Gevolgd door een moment van spanning. Elf vragen tegelijk. Eén Scarlett. Op wie gaat ze antwoorden?

Het is een constante schermutseling. Als één van Johanssons antwoorden bijna ten einde lijkt, als het ritme van haar zin een hint van afronding suggereert, dan voel je de spanning toenemen. De druk. Er wordt ingeademd. Je hoort ze collectief denken: nu, nu, nu.

„Scarlett, wie is je favoriete superheld?”

Alles draait om Johansson. Iedereen begint de vraag een compliment („I love your work, by the way”) en haar voornaam. Anders loop je zomaar het risico dat Evans antwoordt. Niemand durft over haar zwangerschap te beginnen.

„Wat vond je de engste stunt?”

Ze beantwoordt iedereen even vrolijk, met die schurende, hese meisjesstem en gedecideerde handgebaren. Elke vraag vindt ze een goede.

„Scarlett, wanneer kom je naar Italië?”

De tijd lekt weg. Nog tien minuten. O, de geïrriteerde blikken als iemand te lang stottert met zijn vraag.

Een gezette man met een heuptas zet een drankje voor haar neer. „Wow”, zegt Johansson verrast, „dank je.” Alsof ze het niet zelf besteld heeft. Tomatensap. Evans trekt een gespeeld vies gezicht. „Dit is géén bloody mary, jongens”, grapt Scarlett. „Of misschien toch wel.”

Nadia ziet haar kans schoon. „Een zwangerschapshunkering?”

Het valt even stil. Een paar vlugge blikken. Hoe gaat ze reageren? Not amused. „Dat vind ik een gekke vraag.”

Het is niet de enige: geloof je in complottheorieën? „Mijn broer wel.” Ik hoor dat je een heel groot feest gaat geven als je dertig wordt? „Daar heb ik nog niet over nagedacht.” Scarlett, wat denk jij van dat verdwenen vliegtuig? „Uh, ja. Waar is dat ding toch, hè?”

Elke vraag die erdoorheen komt, wordt door de anderen met gezucht en gesteun ontvangen. Ik was aan de beurt.

Inhoud? Who cares

Ze hebben nog nooit van elkaars werkgevers gehoord, er is geen lezersoverlap, het zijn eigenlijk helemaal geen concurrenten van elkaar. En daarbuiten: iedereen gaat haar antwoorden tóch opschrijven alsof ze zelf elke vraag hebben gesteld. Wat maakt het dan uit wie deze vragenronde wint?

En dan begint het me te dagen. Als ik hun blikken zie, de gretigheid waarmee ze luisteren, hun irritatie als een ander er met de vraag vandoor gaat. De enorme, gelukzalig brede lach op hun gezicht als Scarlett naar ze kijkt.

Het gaat niemand hier om wat Scarlett Johansson te zeggen heeft. Het gáát niet om de inhoud van de vragen, man, het gaat niet eens om het artikel dat ze hieruit moeten zien te slepen. Dit is een studie in charisma. Op dit moment is iedereen in deze groep maar bezig met één ding, en één ding alleen: aandacht vragen van de filmster. Interactie. Contact.

Zíj willen degene zijn die haar kostbare aandacht verdient. Ze willen baden in haar charisma. Degene zijn die de vraag stelt die haar voor een moment wakker schudt uit de slepende roes die dit soort oppervlaktegesprekken inmiddels voor haar moeten zijn. Ze willen haar aan het lachen maken.

Ze zijn bezig met wat Scarlett van hen denkt, nu, op dit moment. Ze willen dat Scarlett hen leuk vindt.

Ik kijk ernaar. Wat een idioten, denk ik. Het is maar een mens, jongens. Jaren jonger dan de meesten van jullie. Doe normaal.

En dan valt het even stil. Een milliseconde, een opening, doe het, nu, nu, nu.

„Scarlett”, hoor ik mezelf zeggen (ja, voornaam, echt?), „die comic books, hè, die hebben vaak nogal... ardente fans. Word jij niet constant belaagd door vreemde types?”

Ik heb beet. (Maar was dit echt wat ik wilde weten?)

Ze lacht. Even kijkt ze omlaag, fronst een beetje. Wat een aandoenlijk rimpeltje op haar voorhoofd. Ze denkt na over haar antwoord, vlindert met haar oogleden. Dan richt ze zich op. Naar mij.

Zoef.

Oogcontact. Ze kijkt me aan, Scarlett Johansson kijkt mij aan, ik kijk haar aan, we kijken elkaar aan. We zitten op nog geen meter afstand. Ze begint te antwoorden. Wat gebeurt er?

Ik heb mijn lach te breed ingezet, merk ik. Véél te breed. Kijk ik als een psychopaat? Terwijl ik haar blik probeer vast te houden, begint een spiertje in mijn rechtwang te trillen.

Blinde paniek.

Ziet zij dat dat ook?

Ik probeer mijn lach langzaam af te bouwen. Het spiertje blijft trillen. Scarlett blijft lachen. Ze antwoordt. Wat denkt ze van me? Ik knik als een idioot. Doe normaal, man. Je bent beter dan dit. Hop! Ik weet mijn mond te stabiliseren, mijn lippen samengeperst tot een strakke grimas. Ik kan niet stoppen met knikken. De kamer tolt.

„...a nice character. It’s cute.”

Klaar. Ik knik. Volgende vraag.

Ik heb geen woord gehoord van wat ze zei. <<

    • Thomas Rueb