Papa en mama blijven wel weer thuis

Er wordt veel meer gebruik gemaakt van ouderschapsverlof // Mensen willen tijd voor hun kind, maar het komt vooral de baas goed uit // De uren die ouders niet werken, betaalt de baas niet

Saskia Van den Berg- Tromp. Foto’s Bram Budel

Ze heeft een goede functie als teamleider, en zit in een branche waar je „met drie dagen geen carrière hebt”. Dus heeft consultant Saskia van den Berg-Tromp (30) slechts vier uur per week ouderschapsverlof opgenomen. „Zo doen veel collega’s dat.”

Woensdagochtend werkt ze thuis, de middag is Van den Berg officieel vrij. „Het komt erop neer dat ik het ritme van mijn dochter volg.” Werken doet ze terwijl haar dochter (7,5 maand) slaapt of speelt. En hoort ze haar baby huilen tijdens een zakelijk telefoongesprek, knelt ze haar telefoon behendig tussen kin en schouder en zet het geluid even zacht.

Deze week bleek uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) dat mensen steeds meer ouderschapsverlof opvragen. Van de 1,26 miljoen werknemers die daarvoor in aanmerking kwamen vorig jaar, nam 15 procent verlof op. Ten opzichte van 2009 steeg het aantal ouderschapsverloven bijna met een derde. Vooral vrouwen, maar ook bij mannen nam het toe.

Papadag actief gestimuleerd

Er is een aantal redenen waarom dat aantal stijgt, volgens Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. Nederland is sowieso kampioen deeltijdwerken. Het is maatschappelijk geaccepteerd om thuis ‘op de kinderen te passen’. Sterker, het houden van een thuisdagje wordt actief gestimuleerd.

Daarnaast is het stijgende aantal verlofaanvragen te verklaren door het wisselende overheidsbeleid over de kinderopvangtoeslag. Deze week schreef minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) nog in een brief aan de Tweede Kamer dat het gebruik van de kinderopvangtoeslag was afgenomen met 18 procent. Dit komt deels door een nieuwe wet waardoor ouders met hoge inkomens (samen meer dan 118.189 euro bruto per jaar) geen recht meer op de toeslag hebben. Maar ook omdat minder kinderen gebruik maken van opvang. Ouders vangen dus hun kinderen weer vaker zelf op, door flexibel te werken, en dus verlof aan te vragen. Wilthagen: „Het beleid rond kindertoeslagen is zo wispelturig, omdat de overheid weet dat de ouders het toch wel zelf oplossen als ze daarop bezuinigen.”

Een andere reden dat het aantal verloven stijgt: voor de werkgever is verlof stimuleren aantrekkelijker geworden. Want zij betalen het steeds vaker niet door. Om te bezuinigen op loonkosten hoeven zij werknemers niet te ontslaan, ze vragen gewoon aan alle ouders of ze geen zin hebben om onbetaald verlof op te nemen.

Volgens het CBS betaalt nu ruwweg de helft van de werkgevers niet door. 37 procent geeft een gedeeltelijke vergoeding en 7 procent betaalt tijdens het verlof volledig door.

Een groot verschil met de rest van Europa, waar fulltime werkende ouders vaak de norm zijn. Als de overheid daar zou bezuinigen op kinderopvang, kunnen de ouders niet meer fulltime werken. Omdat dit niet wenselijk is, betaalt de overheid dus allerlei regelingen die wij in Nederland als ‘luxe’ zien, zoals de 480 doorbetaalde verlofdagen voor ouders in Zweden.

Niet iedereen kán op verlof

Alhoewel het aantal verloven stijgt, is er nog steeds een grote groep mensen (85 procent van de ouders) die géén verlof wil opnemen. De voornaamste reden om geen verlof op te nemen, is volgens het CBS precies dat je niet of nauwelijks krijgt doorbetaald.

Anika van Dam (28) werkt nu 32 uur in de week als communicatieadviseur bij een gemeente en heeft twee dochters (twee jaar en vijf weken). Ze is nu met zwangerschapsverlof en neemt daarna een halve dag ouderschapsverlof op. „Ik krijg de helft van mijn verlof, vijftig procent van mijn salaris doorbetaald.” Haar man had ook graag een dag verlof willen opnemen, maar doet dat niet. „Hij is de kostwinner van het gezin en kreeg van zijn werk niet doorbetaald. Financieel is het veel voordeliger als alleen ik verlof opneem.”

Toch zijn de financiële afwegingen niet de enige reden dat ouders geen verlof opnemen. Volgens het CBS zouden ouders bang zijn dat verlof slecht is voor hun carrière.

Zonde, vindt Gerard Janssen (46), vader van drie kinderen en auteur van het boekje Papadag. „Ik was na de bevalling veel thuis, het is een hele toestand. Het is bijna schandalig dat je je vrouw, met al haar zwangerschapshormonen, alleen met de baby thuislaat. Je weet allebei nog niet hoe dat werkt. Toen de baby ziek werd, dacht ik gelijk dat hij doodging.”

Niet dat zijn papadagen vloeiend verliepen. Want wat dóé je op zo’n dag? Janssen: „Zeker als ze klein zijn, is het lastig. Maar het is goed om mee te maken, want als je allebei werkt en allebei voor de kinderen zorgt, snap je elkaar beter. Volgens mij is verlof opnemen de ideale relatieredder.”

Het vinden van de juiste balans tussen werk en kinderen is een eeuwige discussie. Opmerkingen van collega’s kunnen voor onzekerheid zorgen. Saskia van den Berg-Tromp: „Soms verzucht een collega: ‘pff, onhandig dat je er woensdag niet bent’. Ze bedoelen het niet verkeerd hoor, ze zijn gewoon niet gewend dat ik er woensdag niet ben. Eén keer heb ik voor een workshop mijn verlofdag gewisseld, maar dan vragen ze of ik dat de volgende keer weer kan doen. Dat gaat gewoon niet altijd.”

En hoe laat je de collega’s weten dat je hard aan het werk bent? „In het begin was ik daar veel onzekerder over.” Gerard Janssen springt er nonchalanter mee om. „Alsof je op kantoor 100 procent van de tijd productief bent. Daar doe je ook gewoon 80 procent van het werk in 20 procent van je tijd. Dus thuis hoef je ook niet aan een stuk door productief te zijn.”

    • Charlotte van ’t Wout